nieuws

'15% minder pensioen door hoge kosten'

Uitgedrukt als percentage van onze economie heeft Nederland de grootste pensioenspaarpot van de wereld.

Dit is te danken aan het kapitaaldekkingsstelsel van het werkgeverspensioen waarbij iedereen tijdens zijn werkzame leven geld opzij legt voor de oude dag.

De rente die sinds 1982 structureel daalt en de stijgende levensverwachting zorgen er echter voor dat de spaarpot niet meer toereikend zal zijn, waarschuwt Toon Roodbergen in deze bijdrage aan Fondsnieuws.

Hij is directeur van The Village Green. Eerder was hij ondermeer directeur vermogensbeheer van Zwitserleven.

En doorgaan met de huidige uitkeringsniveaus betekent dat, zodra de pensioenspaarpot leeg raakt, we zullen terugvallen op het ‘omslagstelsel’. Het systeem waarbij jongere generaties bijdragen aan het pensioen van de ouderen.

Pensioenpot

In de jaren 70 zou een tijdelijke bijdrage van werkenden aan de pensioenpot voor ouderen nog prima te verkopen zijn. Voor iedere gepensioneerde liepen er 5,3 werkenden rond en duurde het pensioen gemiddeld 11 jaar (van 67 tot 78).

Maar in 2050 zorgt een levensverwachting van 87 in combinatie met nog maar twee werkenden per gepensioneerde voor een onhoudbare situatie. 

De demografie en de lage rente zijn een gegeven en nopen tot keuzes. Politiek lastige keuzes. De verlichting die staatssecretaris de Krom op 20 september bracht met de verhoging van de rekenrente is geen oplossing. Alsof je benzinetank vol blijft als je het wijzertje van je brandstofmeter op “vol” vastgeplakt hebt. 

Kostencomponent

Er is echter een factor die politiek minder gevoelig is en die tot voor kort, weinig aandacht kreeg. De kosten component. Kosten remmen de aanwas van het pensioenkapitaal en met lagere kosten houd je meer over. Meer dan u denkt.

Sinds 2008 is de gemiddelde dekkingsgraad van de pensioenfondsen met 45 procent gezakt van 145 procent naar iets onder de 100 procent in oktober 2012.

Berekening dekkingsgraad

De berekening van de dekkingsgraad gaat gepaard met scenario’s en prognoses ten aanzien van de rentestand, de inflatie, sterftekans, etc. Naast deze onzekere factoren zijn twee componenten zijn wel hard. Dat is de huidige waarde van de pensioenpot en dat zijn de kosten.

In een recent rapport over pensioenkosten heeft Lane Clark & Peacock (LCP) een aardig beeld gegeven van de kosten die binnen pensioenfondsen gemaakt worden.

Volgens LCP wordt per deelnemer jaarlijks gemiddeld € 134 voor uitvoeringskosten in rekening gebracht. Daarnaast wordt gemiddeld 0,5% over het pensioenkapitaal aan beleggingskosten doorbelast. Met dat laatste cijfer is LCP volgens mij mild.

Verborgen kosten

Een groot Nederlands pensioenfonds heeft in 2011 als één van de eersten gerapporteerd over transactie- en vermogensbeheerkosten waar het fonds geen aparte factuur voor krijgt en die je dus ook niet in de jaarrekening terugziet.

Deze ‘verborgen’ kosten kwamen volgens het fonds uit op 501 miljoen euro boven de gerapporteerde 69 miljoen euro.

En als een pensioenfonds van meer dan 100 miljard euro al niet onder de 0,5 procent beleggingskosten per jaar blijft dan verwacht ik dat kleinere fondsen, die nog niets publiceren over ‘verborgen’ kosten, nu een te optimistisch cijfer aan de onderzoekers hebben gepresenteerd.

Want ook bij beleggen zorgt een grotere schaal nog steeds voor een lagere in plaats van een hogere kostendruk. Het zou me niet verbazen als de gemiddelde beleggingskosten boven de 0,75 procent liggen.

Kan het efficiënter?

Internationaal wordt met bewondering en jaloezie gekeken naar het ‘Thrift Savings Plan’ (TSP), het Amerikaanse pensioenfonds voor federale ambtenaren en militairen. De kosten voor uitvoering en belegging komen daar onder de 0,05 procent per jaar uit door heel scherp het beheer van indexfondsen in te kopen bij Blackrock.

De eenvoud van de regeling en samenwerking met de salarisadministraties van de werkgevers drukken de kosten nog verder.

De omvang van het fonds is groter dan ons APB maar is niet zoveel groter dat het een 2 tot 5 keer zo goed onderhandelingsresultaat zou kunnen boeken. Het kan dus goedkoper.

Wat betekent dat voor ons pensioen? 

Stel dat iemand met een modaal inkomen sinds 1972 jaarlijks circa 12 procent van zijn inkomen afdroeg aan de spaarpot voor zijn oudedag.

En in plaats van 134 euro aan uitvoeringskosten en 0,75 procent voor het vermogensbeheer, zou jaarlijks 30 euro respectievelijk 0,25 procent aan kosten ingehouden worden (nog steeds meer dan vijf keer de kosten van TSP).

Dan zou het eindkapitaal bij een bruto rendement voor kosten van gemiddeld 6,7 procent na 40 jaar 15 procent hoger uitpakken. Ongeveer 1/3e van de daling van de dekkingsgraad die met lagere kosten dus rond 115 procent had kunnen staan. 

Is individuele keuzevrijheid beter?

Voordat we de pensioenfondsen te hard aanvallen is het wel van belang te toetsen of het wellicht ‘well spent money’ is. Verder zal het effect van kosten in de lagere dekkingsgraad veel groter zijn bij kleinere fondsen dan bij grote fondsen.

Het wegvallen van schaalvoordeel speelt nog sterker bij individuele pensioenproducten. Veel individuele polissen en pensioen-spaarproducten hebben kosten die boven 1 procent van het opgebouwde kapitaal per jaar uitkomen. In die zin zal individualisering kostentechnisch niet de oplossing kunnen brengen.

Toon Roodbergen is thans directeur van TheVillageGreen. Eerder was hij ondermeer directeur vermogensbeheer bij Zwitserleven. 

Wilt u reageren? Reacties zijn van harte welkom. Stuur uw reactie naar de hoofdredacteur van Fondsnieuws, mailadres Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft JavaScript nodig om het te kunnen zien. . Artikelen mogen niet langer zijn dan 500 woorden en dienen te zijn voorzien van contactgegevens.   

 

Deel dit artikel:

E-mailStuur doorAfdrukkenPrintPDFPDF


plaats uw reactie

U moet ingelogd zijn om commentaar te geven. Eerst registreren als u nog geen account hebt.

busy