De (niet zo) harde Brexit


Afgelopen week zijn alle mogelijke Brexit deals wederom weggestemd door het Engelse Lagerhuis waardoor de kans op een no-deal Brexit groter is geworden. De Europese toezichthouder ESMA bereidt zich hierop voor en informeert de financiële industrie over hoe omgegaan dient te worden met Europeesrechtelijke verplichtingen indien het Verenigd Koninkrijk uit de Europese Unie vertrekt zonder een akkoord.

In het eerste kwartaal van dit jaar heeft ESMA een aantal statements en persberichten uitgevaardigd over de impact van Brexit op het Europese toezicht op financiële markten. Daarnaast is een Memorandum of Understanding tot stand gekomen tussen ESMA en de nationale toezichthouders van de lidstaten waaronder de Britse toezichthouder de FCA ter bevordering van samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de toezichthouders.

ESMA lijkt als doel te hebben om zo min mogelijk verstoring op financiële markten teweeg te brengen en continuïteit van dienstverlening te borgen, maar om tegelijkertijd het Verenigd Koninkrijk niet langer als een EU-lidstaat te behandelen. De inspanningen op Europees niveau hebben er overigens toe geleid dat eerder gemaakte verhuisplannen van sommige Engelse financiële ondernemingen zijn uitgesteld. Dit komt onder andere door een wijziging in Nederlandse wetgeving waardoor beleggingsondernemingen uit het Verenigd Koninkrijk tijdelijk zijn vrijgesteld van de vergunningplicht voor het verlenen van beleggingsdiensten in Nederland aan professionele beleggers.

Ook activiteiten van Engelse benchmark providers, transacties op bepaalde Engelse handelsplatformen en de novatie van derivatencontracten naar Europese partijen kunnen vooralsnog plaatsvinden zonder al te veel Europeesrechtelijke verplichtingen te triggeren zoals rapportage- en clearingverplichtingen. Een andere koers wordt gevaren voor de aandelen handelsverplichting die Europese partijen verplicht tot handel op Europese beurzen in aandelen van een aantal door ESMA aangewezen ondernemingen met (onder andere) een notering in het Verenigd Koninkrijk.

Sommige ontwikkelingen doen denken aan het tijdelijk aanmerken van Engelse financiële ondernemingen en activiteiten als gelijkwaardig aan haar EU-tegenhangers. De Europese Commissie kan onder specifieke Europese toezichtsonderwerpen een equivalentiebeslissing uitvaardigen ten aanzien van een land buiten de EU indien het lokale toezicht als gelijkwaardig wordt beschouwd aan het Europese toezicht. Hierdoor hebben marktpartijen afkomstig uit het betreffende land toegang tot de Europese financiële markt en gelden aanzienlijk minder Europese verplichtingen. Een dergelijke beslissing heeft doorgaans geen tijdelijk karakter in tegenstelling tot de aanpak van ESMA.

De eerste equivalentiebeslissing van de Europese Commissie is op komst voor een aantal Engelse centrale tegenpartijen (CCP’s) en de Engelse centrale bewaarinstelling (CSD). Het is de vraag of het zo ver zal komen dat voor meer typen financiële ondernemingen een equivalentiebeslissing in het verschiet ligt na de Brexit. Mocht dat zo zijn, dan zal een harde Brexit minder hard aankomen voor de financiële industrie.

Anne Kuijken is consultant AF Advisors