Kijk eens naar de tontine


Zelf collectief beleggen voor pensioen kan in een tontine, een voorloper en een combinatie van de hedendaagse beleggings- en pensioenfondsen.

In een tontine worden bezittingen en inkomsten verdeeld onder de overlevende deelnemers. In de 18de eeuw werd bijvoorbeeld belegd in obligaties en met de rentebetalingen werd een pensioen vastgelegd voor de deelnemers. 

Zuivere tontines komen in Nederland bijna niet meer voor en dat is jammer omdat het een prachtige bouwsteen is voor het maken van nuttige financiële producten. Tontines zijn omgebouwd tot pensioen en verzekeringsproducten en uitsluitend te kopen via verzekeraars en pensioenfondsen in de vorm van fiscaal gefaciliteerde producten.

Er zijn genoeg mensen die niet gebruik kunnen of willen maken van een fiscaal gefaciliteerd product. Via een tontine zou je met wat knip-en-plakwerk een product moeten kunnen maken dat een annuiteit maakt tegen lage kosten op coöperatieve basis. 

Zo zou je bijvoorbeeld een groep van duizend 67-plussers kunnen poolen en allemaal een bedrag laten storten dat vervolgens belegd wordt in obligaties en aandelen. De jaarlijkse (of maandelijkse) uitkering kan gebaseerd worden op het verdelen van de rente en dividenden van de portefeuille onder de overlevers. Naarmate er meer deelnemers komen te overlijden neemt de gemiddelde uitkering toe.

Geen generatieconflicten

Met behulp van wat levensverzekeringswiskunde zou je de maandelijkse of jaarlijkse uitkering ook hoger kunnen maken en stabiel laten zijn door in te teren op het vermogen. 

Met behulp van kansrekening en een conservatief uitgangspunt kun je voorkomen dat je te veel uitkeert zodat de uitkering later verlaagd moeten worden. In principe werkt dit net zo als bij een pensioenfonds, maar dan zonder de problemen met generatieconflicten.

Tontines kunnen ook nuttig zijn voor alleenstaanden die sparen voor hun pensioen. Die kunnen besluiten om hun individuele pensioenbeleggingen te poolen in een tontine en te verdelen onder de overlevenden op de pensioengerechtigde leeftijd. 

Omdat ze geen nabestaanden hebben, kunnen ze zonder probleem het deel van hun vermogen in de tontine bij onverhoopt overlijden nalaten aan de andere deelnemers. De overlevenden kunnen een pensioen opbouwen dat hoger is dan wanneer ze dat alleen zouden hebben gedaan. 

Een aardigheid van deze constructie is ook dat de deelnemers zelf hun eigen portefeuille zouden kunnen beheren. Zo kan iemand met een hoog risicoprofiel een andere portefeuille hebben dan iemand met een laag risicoprofiel. Wanneer een deelnemer dan overlijdt, worden zijn of haar beleggingen geliquideerd en naar rato verdeeld over de rekeningen van de andere deelnemers.

De hier voorgestelde tontines zijn niet zo heel erg ingewikkeld om te maken. Je zou dit zelf kunnen doen door een beleggingsclub op te richten met de deelnemers, een handige actuaris of econoom om de berekeningen te maken, en de statuten uit te rusten met een afdoende tontinebeding. 

Ik heb er geen onderzoek naar gedaan, maar het zou me niet verbazen dat dit in de praktijk toch lastig is omdat allerlei wetgeving niet meewerkt. Ik denk bijvoorbeeld aan het erf- en successierecht bij het overlijden van een deelnemers, de mogelijkheid dat de beleggingsclub als een pensioenfonds wordt gezien, onder toezicht komt van DNB et cetera. 

Met andere woorden, om dit idee te realiseren zal de politiek ruimte moeten maken in de wetgeving.

Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de faculteit economie en bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen. Deze column staat in het Fondsnieuws-magazine dat op 15 juni verschijnt.

Deze column is gepubliceerd in het Fondsnieuws-magazine dat op woensdag 14 december verschijnt.