Beleggen in fondsen is een kunst


Beleggingsfondsen zijn een aantrekkelijke mogelijkheid voor de particuliere belegger om deel te nemen in de aandelenmarkt zonder zelf heel intensief met de ontwikkelingen van individuele posities bezig te hoeven zijn.  De manager van het beleggingsfonds stelt een portefeuille samen die doorgaans beter gespreid is dan een zelfgemaakte portefeuille. De particuliere belegger blijft echter met twee belangrijke vragen zitten.

De eerste vraag is welk fonds hij zou moeten selecteren en de tweede vraag is op welk moment hij het beste in of uit het fonds kan stappen.

Velen hebben zich al gebogen over de eerste vraag. Vanuit de wetenschappelijke literatuur komt het beeld naar voren dat actief beheer over het algemeen weinig extra rendement toevoegt, en dat de hogere kosten doorgaans tot een lager gemiddeld netto resultaat leiden.

Actief beheer
Actief beheer houdt in dat de manager veel moeite doet om de juiste aandelen te kopen en desgewenst weer te verkopen. Daarom lijkt passief beheer een aantrekkelijk alternatief, omdat de kosten bijna altijd lager zijn dan bij actief beheer. Passief beheer wordt traditioneel aangeboden in de vorm van index fondsen, maar de populariteit en bereikbaarheid van deze vorm van beleggen is met name toegenomen door het onstaan van Exchange Traded Funds (ETFs).

De tweede vraag is op welk moment een belegger tot de aanschaf of verkoop van een beleggingsfonds zou moeten overgaan.  Dit is het vraagstuk van juiste timing door de belegger.

Timing
Er is een interessant onderzoek gedaan door  de Amerikaanse onderzoekers Geofffey Friesen en Travis Sapp.  Uit dit onderzoek blijkt dat beleggers in fondsen door ongelukkige timing van stortingen en opnames gemiddeld zo’n 1,56 procent per jaar verliezen ten opzichte van een beleggers die constant hetzelfde bedrag belegd houden. Let wel, dit is een gemiddelde. Sommige beleggers zullen veel meer verliezen dan dit gemiddelde en anderen minder.

Het volgende voorbeeld illustreert hoe een belegger in een op zich goed beleggingsfonds toch aanzienlijk slechter kan presteren dan de markt: Een belegger heeft op 1 januari  2006 1000 Euro belegd in het ABC fonds. Gedurende 2006 maakt het fonds een rendement van 20 procent, hetgeen ruim boven het gemiddelde is van beleggingsfondsen in die periode. Onze belegger wordt hierdoor enthousiast over het fonds, en besluit om op 1 januari 2007 een extra bedrag van 1000 Euro te storten.

Helaas pakt dit niet zo goed uit, aangezien 2007 een slecht jaar was: het beleggingsfonds daalde 4 procent in waarde. Wanneer de belegger geen stortingen of opnames had gedaan gedurende deze twee jaren, dan had hij gemiddeld 7.33 procent rendement behaald. Het interne rendement van onze belegger die heeft bijgestort bedraagt 3.69%, hetgeen bijna de helft minder is.

Gemiddelde belegger
De belegger in dit voorbeeld heeft een forse storting gedaan voorafgaand  aan een slecht beleggingsjaar hetgeen zijn rendement verlaagd heeft ten opzichte van een belegger die dit niet deed. Het onderzoek van Friesen en Sapp toont aan dat dit gedrag typisch is voor de gemiddelde belegger in beleggingsfondsen. Kan een belegger voorkomen dat hij met een slechte timing zijn resultaten negatief beinvloedt?

Het antwoord op deze vraag is ja, maar slechts ten dele. Uit onderzoek is bekend dat beleggers doorgaans fondsen kopen die het in de afgelopen periode goed gedaan hebben. Het is verstandig om bij de aanschaf van een fonds niet teveel te letten op het rendement uit het verleden. Er is geen overtuigend bewijs gevonden dat goede performance zich herhaalt, en mogelijk is een extreem positieve performance een voorbode voor een stevige correctie.

Vaste discipline
Praktisch gezien betekent dit dat een belegger zijn stortingen volgens een vaste discipline moet uitvoeren. De strategie die veel beleggers volgen door maandelijks een vast bedrag in de beleggingsportefeuille te storen is wat dat betreft aan te bevelen. Vervolgens moet de belegger wel de discipline op kunnen brengen om de portefeuille niet te liquideren bij negatief economisch nieuws. Geen eenvoudige zaak in tijden van de kredietcrisis.

In de praktijk is het heel moeilijk is om slechte timing te voorkomen. Stortingen en ontrekkingen van een belegger worden namelijk sterk gedreven door de persoonlijke financiële positie. In tijden dat het economisch goed gaat houdt men doorgaans meer over, en zal men ook meer beleggen.

In tijden dat het minder goed gaat zal men sterker de neiging hebben om geld te ontrekken aan een beleggingsfonds, om tegenvallende inkomsten te compenseren. Aangezien het economisch klimaat doorgaans parallel loopt met de situatie op de aandelenbeurzen, betekent dit dat beleggers meer kunnen beleggen in een periode van stijgende  beurzen, terwijl ze pas gaan verkopen nadat de beurzen al zijn gaan dalen.

De keuze om te storten en op te nemen uit een beleggingsfonds wordt dus sterk beinvloed door het klimaat op de beurs zelf. Dit betekent overigens ook dat de particulieren die zelf beleggen in aandelen aan dit verschijnsel leiden. Dit is ook bevestigd in onderzoek van een andere Amerikaanse onderzoeker, Ilja Dichev.

Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.