De prijs van gratis


Ruim een maand geleden kondigde Fidelity een tweetal nieuwe index-fondsen aan waarop geen kosten in rekening worden gebracht. Dit zal beleggers als muziek in de oren klinken.

Gratis is goed en past in de trend van concurrentie op kosten. De concurrenten zien hun marges verdampen. Maar waarom zou je een product verkopen waar je niets aan verdient?

Kennelijk bestaat de hoop klanten aan te trekken die vervolgens andere meer winstgevende producten zullen kopen, zoals advies. Deze marketingtechniek hoeft geen probleem te zijn. Als een restaurant bijvoorbeeld een hoge marge op drankjes heeft, dan kan het het eten ook zonder winst serveren.

Het gevaar van gratis fondsen is dat de transparantie onder druk komt te staan. Transparantie is juist een van de aantrekkelijke kanten van beleggen in fondsen: klanten kunnen goed inzicht krijgen in het gevoerde beleid en de daarmee samenhangende kosten. De meeste fondsen voeren overzichtelijke strategieën op basis van long only-posities zonder leverage. 

Securities lending

De alternatieve inkomsten die nodig zijn om de ‘gratis’ fondsen te financieren zouden weleens kunnen komen uit het uitlenen van stukken uit de portefeuille aan derden in ruil voor een lending fee.

Sommige fondshuizen lenen 10 tot 20% van de portefeuille uit aan derde partijen in ruil voor een vergoeding, waarmee het mogelijk is om zomaar 20 basispunten aan extra inkomsten te genereren. 

Securities lending leidt tot extra risico omdat de lenende partij failliet zou kunnen gaan voordat de stukken terug zijn gegeven. Door de verplichting tot het verschaffen van onderpand zijn de gevolgen van een faillissement van de lenende partij beperkt, maar er bestaat nog steeds het risico dat het verlies groter is dan het onderpand. Securities lending is een achterdeur voor het creëren van leverage.

Vanuit het belang van de belegger is het problematisch dat het beleggingsfonds meewerkt aan het faciliteren van een strategie van een tegenpartij die tegengesteld is aan de eigen strategie. Stel dat bijvoorbeeld een beleggingsfonds een positie heeft in ASML ten bedrage van 200 miljoen euro.

Vervolgens leent het fonds de helft van deze aandelen uit aan een hedgefonds dat daarmee een short-positie creëert. Om deze positie te verkrijgen, zal het hedgefonds deze aandelen onmiddellijk verkopen. Dit leidt tot prijsdruk op het aandeel ASML met als consequentie dat de waarde van het aandeel gaat dalen. Dit is uiteraard niet in het belang van de beleggers in het beleggingsfonds. 

Problemen ontstaan ook als de revenuen niet volledig ten goede komen aan de beleggers in het beleggingsfonds, maar bijvoorbeeld worden gedeeld met een aan het fondshuis gelieerde lending agent.

Alternatieve inkomsten

Mijn conclusie is dan ook dat zero-cost funds een fondshuis dwingen om op een andere manier inkomsten te genereren. Dit komt niet ten goede aan het principe van transparantie en kan strijdig zijn met het belang van de klant. Voor een gezonde markt is het beter dat klanten zich realiseren dat waardevolle diensten een prijs hebben en dat deze in het volle licht wordt bepaald en afgerekend.