Een deukje in een pakje boter


Het is denk ik niemand in de financiële sector ontgaan dat er op dit moment een grote trendbreuk gaande is, waarin op vele fronten afscheid genomen wordt van aloude economische waarheden uit de tweede helft van de twintigste eeuw.

Dit zijn: vrije handel was goed, ondernemingen richtten zich op het maximaliseren van aandeelhouderswaarde, en de politiek bemoeide zich zo weinig mogelijk met het bedrijfsleven.

Het Westen en Rusland hebben over en weer handelsbeperkingen ingesteld, en het meest in het oog lopende voorbeeld is uiteraard de wijze waarop Donald Trump met invoertarieven, boycots en blacklisting tekeergaat tegenover vriend en vijand. Politiek en economie pruttelen in één kookpotje gaar.

Impact investing past ook in deze trend. Impact investors willen dat bedrijven bepaalde politieke doelen nastreven die via het reguliere systeem van politieke besluitvorming niet te bereiken zijn. Denk aan de belegger die geen aandeel wil in ondernemingen die gebruikmaken van kinderarbeid. Deze ondernemingen zijn meestal actief in landen die kinderarbeid toestaan. Impactbeleggers proberen daarmee via het beleggingsbeleid de politiek te corrigeren.

De grote vraag is of dit wel werkt. Je zou kunnen stellen dat de beweging van impact investing een symptoom is van een falend politiek systeem, of in ieder geval een gebrek aan vertrouwen in de geloofwaardigheid van het politiek systeem.

Wanneer een politiek systeem voorziet in een redelijke belangenafweging, moet je je dan niet gewoon neerleggen bij de uitkomst van het systeem? Met andere woorden, moet je de plaatselijke bakker gaan boycotten omdat hij tegen abortus is en jijzelf voor?

Impact investing kun je uiteraard rechtvaardigen als een politiek systeem - zoals bij een dictatuur - flagrante schendingen tolereert van redelijke belangenafwegingen. Denk aan het voorbeeld van kinderarbeid of het opsluiten van politieke tegenstanders. Impact Investing suggereert het grotere gelijk van de belegger.

Maar ook bij een probleem dat de reikwijdte van (supra) nationale politiek overstijgt, zoals het klimaatvraagstuk, is impact investing een optie. Individuele bedrijven kunnen door activistische beleggers gemotiveerd worden om ook met het klimaat rekening te houden, en dat is mooi meegenomen. Er zijn ook bedrijven die doen alsof, maar de facto weinig rekening houden met het klimaat. En dan zijn er nog bedrijven die zich so- wieso niets van het klimaat aan

zullen trekken, omdat ze bijvoorbeeld in private handen zijn of in landen zijn gevestigd waar de economie volledig afhankelijk is van het ontginnen en verwerken van fossiele brandstoffen.

Denkend aan het klimaatprobleem, is regelgeving door nationale en supranationale overheden het enige wat effectief zal zijn in de strijd tegen de uitstoot van klimaatgassen. De impact investor kan zich dus beter richten op nationale overheden met een gebrekkige regelgeving. Ook bij vele andere ESG-doelen (arbeidsvoorwaarden, diversiteit, governance, en dergelijke) kunnen nationale overheden en/of regelgevers een veel effectievere rol spelen bij het veranderen van de wereld. Bij gebrek aan adequate regelgeving is ESG een goed alternatief voor de ideële belegger.

Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de rijksuniversiteit Groningen.