Risico’s beter delen


Mede als gevolg van de kredietcrisis van 2007 en de daaropvolgende misère op de financiële markten hebben veel particulieren het beleggen in aandelen de rug toegekeerd. Dat is een trendbreuk met de voorgaande drie decennia, toen het beleggen in aandelen — al of niet via beleggingsfondsen — gemeengoed was geworden.

Toch was ook nu wederom weer de aloude buy-and-hold-strategie geen slecht uitgangspunt geweest. De laatste vijf jaar hebben wereldwijde aandelen ruim 12 procent rendement per jaar gegeven (MSCI World op basis van een tracker).

En ook gemeten over de laatste tien jaar bedraagt het jaarlijks rendement zo’n 3,5%, ondanks de kredietcrisis, waarvan gezegd werd dat die in omvang de crisis van 1929 evenaarde. Het lijkt al met al toch wel wat mee te vallen. 

Het afgelopen decennium laat zien wat de kracht is van beleggen in aandelen: verliezen worden meteen genomen en soms ook overdreven, maar tegelijkertijd bestaat er een onweerstaanbare veerkracht waardoor het potentieel van een upside weer snel in beeld komt. Aandelenbeurzen dwingen om vooruit te kijken. 

De een z’n recht is de ander z’n schuld 

Vergelijk dat eens met de wijze waarop we met bijvoorbeeld banken en pensioenfondsen omgaan. Spaarders zien hun spaartegoed bij de bank als een waardevast recht net als de pensioengerechtigden de waarde van hun pensioenen niet ter discussie willen stellen.

Toen de overheid moest ingrijpen om de financiële sector te redden was dat mede uit angst voor de onvrede die zou kunnen ontstaan als banken failliet zouden gaan en dit waardevast recht aangetast zou worden. 

Wat bijzonder is, is dat het brede publiek niet goed inziet dat verworven rechten (spaargeld en pensioenen) voor de financiële sector schulden zijn en door middel van leverage (hefboomwerking) het risico op de volgende crisis vergroot. Liever geven we de graaiende bankiers de schuld.

Het punt is echter dat de huidige waarde van kapitaal wordt bepaald door de toekomstige waarde van de uit het kapitaal voortvloeiende productie. De waarde van de arbeid en het kapitaal die daarbij in het verleden zijn ingezet, spelen slechts een ondergeschikte rol. Verworven rechten zijn dus een illusie. 

Wanneer we kapitaal te veel zien vanuit het idee van verworven rechten (ik heb er mijn hele leven lang voor gewerkt), dan ontstaat er een klimaat waarin het moeilijk wordt om flexibel met een crisis om te gaan. Het kredietverleningsmodel van banken komt tot stilstand, en pensioenen worden onbetaalbaar.

Het komt erop neer dat alvorens te kunnen werken aan herstel, er eerst een nogal langdurige discussie moet worden gevoerd over hoe al deze verworven rechten moeten worden afgestempeld. Dit vereist een tijdrovend politiek proces. Het probleem is dat tijdens dit tijdrovende proces de economische activiteiten onder druk komen te staan.

Uiteindelijk is iedereen slechter af dan in een situatie waarin de markt een grotere rol speelt, vooral omdat de crisis langer gaat duren. Als voorbeeld dient hier op het niveau van landen Griekenland, waar het saneren van de overheidsfinanciën veel te lang duurt.

Ik pleit ervoor om de algemene economische risico’s beter te verdelen over alle geledingen van de bevolking. Sparen dient meer gepaard te gaan met risico. We dienen meer gebruik te maken van instrumenten zoals beleggingsfondsen, waarbij risico’s direct gedeeld worden. 

Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de faculteit economie en bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.

Deze column staat in het Fondsnieuws-magazine dat op 14 juni verschijnt.