Te Snel van stapel gelopen


Het voorstel van staatssecretaris Menno Snel van Financiën om de vermogensbelasting aan te passen komt tegemoet aan de kritiek dat het lastig is om in het huidige economische klimaat een rendement van 4 procent te behalen.

 In het voorstel van Snel worden verschillende fictieve rendementen gehanteerd voor verschillende beleggingscategorieën. Je betaalt meer belasting als je in aandelen belegt en bijna niets wanneer het op een spaarrekening staat. 

De huidige vermogensrendementsheffing is elegant in haar eenvoud. Met een gruwelijk gevoel voor rechtvaardigheid werd iedere euro aan vermogen belast met hetzelfde tarief van 1,2 procent. Natuurlijk is het vervelend om belasting te moeten betalen over met zorg opgebouwd vermogen. Maar uiteindelijk is het niet onredelijk om vermogende mensen een extra bijdrage aan de overheidsfinanciën te laten doen. Het is niet aan de overheid om een oordeel te hebben over hoe iemand zijn vermogen belegt. De één koopt een groot huis, de ander aandelen en de volgende stopt alles in een oude sok. 

Het enige probleem van de vermogensrendementsheffing is de naam. Het zou gewoon vermogensbelasting moeten heten. Het hanteren van een uniform tarief voor vermogen is waardevol vanuit verschillende invalshoeken. Als iemand ervoor kiest om het volledige vermogen in slecht renderend spaargeld te stoppen, dan is dat zijn of haar eigen keuze: waarom zou je iemand daarvoor willen bevoordelen? 

Met een vermogen van vier miljoen in aandelen ben je niet rijker dan met vier miljoen in spaargeld. Met aandelen neem je meer risico, en als het lot aan jouw zijde is, dan groeit het vermogen en daarmee ook de belastingafdracht in de volgende jaren. De vermogensrendementsheffing houdt dus wel degelijk rekening met het behaalde rendement: als je vermogen namelijk daalt wordt de belasting in het volgende jaar lager!

Mijn advies is om de vermogensrendementsheffing te vervangen door een vermogensbelasting waarbij alle componenten gelijkwaardig meetellen, dus ook het vermogen in de eigen woning en dat wat opgebouwd is in een pensioenfonds. Waarom is vermogen van vier ton in de vorm van een eigen woning onbelast terwijl iemand in een huurwoning met vier ton in aandelen wel belast wordt? 

Neem een goedbetaalde ambtenaar met een pensioenvermogen van zes ton, een woning zonder hypotheek van vier ton, en vier ton op een spaarrekening. Hij zou met in totaal een vermogen van 1,4 miljoen onder het voorstel van Snel geen vermogensrendementsheffing hoeven te betalen. Dit staat in schril contrast met de situatie van een ondernemer die zonder pensioen in een huurwoning zit, en met veel ploeteren een paar ton bij elkaar heeft gespaard voor een aandelenportefeuille, om later misschien een huis van te kopen of een pensioen te financieren. Die moet wel vermogensrendementsheffing betalen. Saillant detail: het pensioenvermogen van de ambtenaar is voor de helft in aandelen belegd.

Het voorstel van Snel leidt tot onnodige complexiteit in de fiscale wetgeving alleen maar om een groep vermogende mensen te compenseren voor de matige rendementen van hun financiële keuzes. 

Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de Rijksuniversiteit Groningen. Deze column is deze week ook verschenen in het Fondsnieuws-magazine.