Te veel vreemd vermogen


Banken in Europa spelen nog een veel te grote rol. Door de hoge mate van vreemd vermogen — voor een groot deel in de vorm van spaargelden — is een bank eerder te typeren als een hedgefonds dan als een solide belegging.

Toch zien veel mensen banken als een betrouwbare plek om vermogen te stallen, wellicht in de wetenschap dat de bank toch (wel weer) gered zal worden door de overheid. Deze houding — waarbij we net doen alsof spaargeld bij een bank geen risico heeft — is een bedreiging voor de financiële stabiliteit. 

Het is veel beter dat we erkennen dat risico’s bestaan en onvermijdelijk samenhangen met het wel en wee van de economie. Er is geen magische truc waardoor de financiële sector op grote schaal risicovrije vermogenstitels kan maken in weerwil van natuurrampen, klimaatproblemen, oorlogen, tegenvallende oogsten, schaarste aan grondstoffen et cetera. Beleggingsfondsen zijn wat dat betreft een veel betere optie, omdat hier de risico’s wel worden doorgegeven, maar door het mechanisme van diversificatie kleiner zijn.

Contraproductief

Het solvabiliteitstoezicht van banken dat juist bedoeld is om risico’s te beheersen werkt contraproductief. Solvabiliteitstoezicht betekent dat voor riskante assets een bepaald percentage aan eigen vermogen moet worden aangehouden. Na een grote negatieve schok, waarbij de waarde van de bezittingen van de bank in waarde daalt, wordt de bank geacht nieuw eigen vermogen aan te trekken of de positie in riskante assets af te bouwen. Het is dan zo goed als onmogelijk om nieuwe kredieten te verlenen, een veel gehoorde klacht na de crisis van 2008. In tijden dat het goed gaat, heeft de bank juist veel meer ruimte voor nieuwe kredietverlening, met oververhitting van de economie als mogelijk gevaar.

Solvabiliteitstoezicht werkt net als ‘portfolio insurance’, zoals Constant Proportion Portfolio Insurance (CPPI) en Time-Invariant Portfolio Protection (TIPP). Bij deze strategieën worden aandelen verkocht in een dalende markt en bijgekocht in een stijgende markt. Dat versterkt een bestaande trend in de markt en draagt dus niet bij aan stabiliteit. Deze strategiëen worden geautomatiseerd door computers uitgevoerd (‘program trading’). Ten tijde van de krach van 1987 waren deze strategieën erg populair. Ze worden daarom door velen gezien als de oorzaak van de neergang.

Een natuurlijk tegenhanger van portfolio insurance is bijvoorbeeld een constante mix-strategie, waarbij juist aandelen worden gekocht in een dalende markt. In het verleden volgden veel pensioenfondsen deze strategie en brachten daarmee stabiliteit door te kopen wanneer anderen verkopen. Tegenwoordig staan pensioenfondsen ook onder solvabiliteitstoezicht, en kunnen zij veel minder een stabiliserende rol spelen. 

De oplossing is de bancaire sector kleiner te maken. Zo is het nogal merkwaardig dat banken nog steeds staatsobligaties in portefeuille hebben, terwijl deze gewoon in de portefeuilles van beleggers thuishoren. Daarnaast zijn grote delen van de bankbalans — zoals bijvoorbeeld hypotheken — goed te securitiseren, waarna deze posities ook door beleggers kunnen worden ingenomen.

Auke Plantinga is universitair hoofddocent aan de faculteit economie en bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen.