Het risico van niet beleggen


Beleggen? Let op de risico’s! En pas ook op voor verborgen kosten. Initial Coin Offerings? Oei, gevaarlijk! Beleggen in teak? Niet doen! Een toezichthouder focust van nature op risico’s. Op zich logisch, maar hoe zit het dan met het risico dat mensen lopen doordat ze niet beleggen?

Beleggen brengt risico’s met zich mee. Je kunt er geld mee verliezen en het is belangrijk dat een klant goed weet aan welke gevaren hij bloot staat. Maar je zou je kunnen afvragen of je als toezichthouder door alleen hier aandacht voor te vragen, niet te veel alleen maar één kant van de medaille belicht. Kan het zijn dat we hierdoor te veel mensen afschrikken?

Uit consumentenonderzoek dat in de tweede helft van vorig jaar is uitgevoerd in opdracht van de AFM blijkt dat 16 procent van de Nederlanders belegt, los van hun collectieve pensioen. Dit betekent dat 84 procent zelf niet belegt (zie Consumentenmonitor 2019). Onder de niet-beleggers zijn uiteraard ook mensen die aangeven niet te beleggen, maar dit wel te overwegen. Dit percentage steeg het afgelopen jaar van 10 naar 14 procent en is inmiddels bijna net zo groot als de groep mensen die belegt. 

Huiverig voor beleggen

Dat dit percentage stijgt, ligt gezien de lage rente op spaargeld misschien voor de hand. Maar veel mensen zijn uiteindelijk dus toch huiverig de stap te maken. Dit had niks met corona te maken. Het onderzoek werd uitgevoerd voordat het coronavirus uitbrak. Wij vroegen ons af waar die huiver vandaan kwamen dus hebben we de mensen die wel sparen, maar niet beleggen – 65 procent van de Nederlanders - gevraagd waarom zij niet beleggen, terwijl ze wel sparen.

De belangrijkste redenen die mensen hiervoor geven, is dat ze er onvoldoende kennis voor hebben en dat ze beleggen riskant vinden. Dit geeft te denken. 

Het eerste punt is meteen een lastige. Je zou misschien denken dat we mensen dan gewoon beter zouden moeten informeren over wat beleggen inhoudt. Helaas wijst gedragswetenschappelijk onderzoek uit dat educatie maar een heel beperkt effect heeft als het gaat om het veranderen van gedrag. Kennis is niet voldoende. 

Eenvoudige vuistregels 

Wat effect zou kunnen hebben, zo blijkt uit onderzoek, is mensen onder intensieve begeleiding eenvoudige vuistregels aanleren. Helaas is het vaak het lastigst om de mensen te bereiken die de ondersteuning het hardst nodig hebben. Ook is intensieve persoonlijke begeleiding lastig op te schalen. 

Dan het punt dat beleggen riskant is omdat je er geld mee kunt verliezen. Geldt dat voor alle beleggingsportefeuilles in gelijke mate? Wat zijn relatief veilige beleggingen – als die bestaan? Zijn dat bijvoorbeeld goed gespreide portefeuilles met lage kosten? Is een indextracker veilig? Zou het helpen als we nadrukkelijker onderscheid zouden maken tussen relatief eenvoudige producten met overzichtelijkere risico’s en riskantere meer complexe beleggingen?

Duurzaam financieel welzijn

En is het mogelijk vervolgens de norm dat beleggen riskant is voor deze producten aan te passen in: ‘boven een bepaald drempelbedrag is het normaal een deel van je spaargeld in relatief veilige beleggingsproducten te beleggen’. Wat als deze producten dan toch niet helemaal veilig (of eenvoudig) blijken te zijn?

De vraag is natuurlijk of je je als toezichthouder wel in deze discussie moet willen begeven. Aan de andere kant zou je kunnen zeggen dat als je als toezichthouder staat voor ‘duurzaam financieel welzijn’, zoals de AFM doet, dit ook inhoudt dat zoveel mogelijk mensen vermogen opbouwen. Een van de manieren om dit te doen, is door een gedeelte van je vermogen te beleggen. Ik ben benieuwd hoe u dit ziet. U kunt mij mailen op ColumnFondsnieuws@afm.nl

Barbara Nieuwenhuijsen is toezichthouder retailbeleggen bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Dit is haar eerste column voor Fondsnieuws in haar hoedanigheid van toezichthouder.