Dertig jaar na Maastricht


Komende maand is het dertig jaar geleden dat in Maastricht de slot-onderhandelingen plaatsvonden over de Verdragswijzigingen die moesten leiden tot een politieke en monetair-economische unie in Europa. Ik was daar nauw bij betrokken omdat ik voorzitter was van de werkgroep die de teksten over de Economische en Monetaire Unie moest uit-onderhandelen.

Dat maakt het ook mogelijk om de EU van nu te vergelijken met de EU van toen. Zo’n vergelijking is interessant. Als je je een oordeel wil vormen over het huidige functioneren van de EU, is het goed om niet alleen de momentopname te bekijken, maar ook naar de dynamiek die daar achter zit. Welke beweging kun je zien, en wat zegt dat over de potentie voor de toekomst? 

Onomkeerbare ontwikkeling

De EU van dertig jaar geleden had een totaal ander profiel dan nu. De EU was kleiner, bestond uit twaalf landen. De deelnemende landen hadden ook een vrij moeizame relatie met het Verdrag, dat hen verbond. De interne markt kwam maar langzaam van de grond en veel landen zagen er geen been in om toch maar een eigen weg te volgen als het om hun economie ging. De vrijheid van kapitaalverkeer was één van de zaken die in Maastricht nog definitief geregeld moest worden.

Zoals gezegd was ik één van de onderhandelaars voor het nieuwe EMU verdrag. Ik werkte op dat moment bij het Ministerie van Financiën. Wij zagen toentertijd zoveel speelruimte tussen de tekst van het EEG/EU-verdrag en de dagelijkse praktijk dat wij er geen weddenschappen op durfden af te sluiten dat wat wij aan EMU-verdragsteksten maakten, ook ooit realiteit zou worden. En wij waren niet de enigen met die scepsis.

Helmut Kohl, de Duitse kanselier van dat moment, besefte ook dat er die speelruimte was. Voor hem was de EMU een belangrijke schakel in de verdere verbinding van de landen van Europa. De Duitse hereniging had kort daarvoor plaatsgevonden, en in zijn visie mocht Duitsland niet opnieuw tegenover de andere Europese landen komen te staan, zoals dat in zijn eeuw al tweemaal in een wereldoorlog was gebeurd.

Kohl kwam daarom de avond vóór de afsluiting van de onderhandelingen op de Nederlandse delegatie af met een duidelijke opdracht. Het besluit tot de EMU moest onomkeerbaar zijn. Het moest vermeden worden dat er alsnog een tegenbeweging zou ontstaan die uiteindelijk toch tot af- of uitstel zou leiden. Zijn opdracht heeft geleid tot het ter plekke gemaakte ‘Protocol betreffende de overgang naar de derde fase van de economische en Monetaire Unie’ waarin de onomkeerbaarheid zwart op wit is vastgelegd, ter aanvulling op de Verdragstekst zelf. 

Bemoedigende vergelijking

Ik haal deze gebeurtenis aan omdat hij mijns inziens goed weergeeft dat de EU van dertig jaar geleden een veel minder robuust geheel vormde dan de Unie die wij vandaag de dag kennen. Die vergelijking is bemoedigend. De EU van vandaag omvat een veel groter deel van Europa, ook na het trieste vertrek van het VK. De EU is ook een veel consistenter bouwwerk geworden, waarbij de samenhang van regels omtrent de interne markt met de andere elementen van het publieke domein beter is geregeld.

De juridische binding van de Europese regelgeving wordt ook veel strenger beleefd dan dertig jaar geleden. Dat zien we ook aan het feit dat de pogingen van Polen om zich aan de EU regels te onttrekken meteen tot corrigerende acties aanleiding geven. Trouwens, wie horen wij nog spreken over wisselkoersen? Een onderwerp dat destijds met grote regelmaat op de voorpagina van alle kranten stond, niet alleen over de onderlinge koersen van de verschillen munten binnen Europa, ook over de dollarkoers. Het haalt vandaag de dag hooguit nog een achterliggende economie- en marktenpagina. Dat is dus allemaal gelukt. En als wij denken dat er nog van alles aan de EU mankeert is dat misschien niet onterecht, maar de EU heeft wel de potentie laten zien om zich te ontwikkelen en daarmee internationaal aan kracht te winnen. Dat is in de nieuwe geopolitieke verhoudingen ook hard nodig. 

Spelregels tijdig aanpassen

De huidige tijd is dus een andere dan die van dertig jaar geleden. Het is daarom ook best legitiem om te kijken of de spelregels die destijds zijn afgesproken omtrent het functioneren binnen de EMU, nog steeds adequaat zijn. Ik heb elders al eens gepleit voor de uitgifte van Eurobonds om de afhankelijkheid van de grillen van de financiële markten te verkleinen. Via het Coronaherstelfonds wordt daar nu voorzichtig een begin mee gemaakt. Verder valt natuurlijk het oog op de strakke budgettaire regels die destijds het fundament van de economisch-monetaire stabiliteit moesten vormen.

Gelet op de ervaringen omtrent wisselkoersspanningen en monetaire en budgettaire instabiliteit in diverse Europese landen was het logisch om op dat punt veel scherpte af te spreken. Maar is dat op dit moment nog steeds het belangrijkste om tot een goed functionerende EU te komen? Ik denk van niet. Wij zien op dit moment een grote transformatie voor ons liggen waarbij de wereld en dus ook de EU klaargemaakt moet worden voor een klimaatvriendelijke, gedigitaliseerde, en geglobaliseerde wereld. Die transformatie vraagt grote investeringen, van private partijen maar ook van alle overheden binnen de EU. Het lijkt mij passend dat de EMU-regels ruimte gaan creëren om die investeringen mogelijk te maken. Want spelregels die niet meer passen bij de tijd, gaan niet alleen knellen, ze gaan ook schade veroorzaken. Dat kunnen we beter voor zijn.

Bernard ter Haar heeft als topambtenaar op diverse ministeries gewerkt, waaronder het ministerie van Financiën en van SZW. Op dit moment is hij werkzaam bij ABDTopconsult van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Hij is tevens lid van de denktank DenkWerk. In zijn bijdragen voor Fondsnieuws schrijft hij maandelijks over de verhouding tussen markt en staat.