is dit het einde van het digitale Westen?


We leven in een zich razendsnel ontwikkelende digitale wereld. Het huidige tijdvak wordt ook wel de vierde industriële revolutie genoemd. We zien bij de vorige industriële revoluties, en eigenlijk bij bijna alle grote doorbraken, dat de technologie zich een tijdje ongebreideld ontwikkelt, totdat de maatschappij bedenkt dat er nieuwe regels nodig zijn om de samenleving in goede gezondheid te houden.

Zo moest na de eerste industriële revolutie de ordening van de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid worden ontwikkeld. De eerste fabrieksarbeiders in de 19e eeuw leden een jammerlijk bestaan. De winsten van de fabrieken gingen naar de kapitaalverschaffers, niet naar de werkenden. Pas in de tweede helft van de 19e zien we een correctie op deze ontwikkeling. Toen de automobiel de paardenkoets verdrong moest er ook allerlei nieuwe regelgeving worden ontworpen. Een maximale snelheid binnen de bebouwde kom bijvoorbeeld, en heldere voorrangsregels.

Schaal is geen belemmering 

In zo’n periode leven we nu ook. Digitale bedrijven konden zich de afgelopen twee decennia vrijwel ongestoord door wet- en regelgeving ontwikkelen. En dat hebben ze ook gedaan! Het bijzondere van de digitale wereld is dat schaal geen enkele belemmering is. Een papieren folder heeft een beperkte oplage. Maar een bericht op Facebook kan evengoed twintig als twee miljard keer worden gelezen.

Dat verklaart mede waarom de digitale wereld op dit moment wordt gedomineerd door een beperkt aantal giganten. We noemen ze de Bigtech. Ze worden ook wel aangeduid als GAFAM, Google, Apple, Facebook, Amazon en Microsoft. Ze zijn klein begonnen, en dat is helemaal nog niet zo lang geleden. Google was een handige zoekmachine, Apple verkocht gebruiksvriendelijke apparaten.

Inmiddels hebben deze grote Bigtechs enorme ecosystemen gebouwd en een dominante positie op de beurs verworven. Google legt zeekabels, ontwikkelt zelfrijdende auto’s, levert talloze diensten zoals Google maps, heeft platforms ontwikkeld als Google Books, en biedt voor de huiskamer een spraakassistent.

Bigtechs jagen op gezondheidsdata

Het recente rapport over de online wereld van de denktank DenkWerk, waar ik deel van uitmaak, geeft een mooi overzicht van deze ecosystemen. De verbindende schakel in deze ecosystemen zijn data. De ecosystemen zijn opgezet om in alle hoeken van het internet data te kunnen verzamelen.  Data worden gratis verworven uit alle kliks en verzonden content op internet, bewerkt en ingezet om nieuwe diensten te verkopen. Hoe groter en hoe breder het ecosysteem, hoe meer data. Op dit moment jagen bijvoorbeeld alle Bigtechs op gezondheidsdata.

Tot nu toe heeft de maatschappij tamelijk ademloos toegekeken. Mededingingsautoriteiten wisten niet goed hoe ze tegen deze ecosystemen, waar schaal niet telt, moesten aankijken. Economen hadden geen idee hoe ze de waarde van data in hun cijfers een plek moesten geven. De fiscus wist niet hoe hij op de digitale bedrijven belasting kon heffen. Consumenten hadden nauwelijks een idee welke waarde zij genereerden met hun gebruiksdata.  Maar het beeld is aan het kantelen.

De EU heeft een goede start gemaakt met privacywetgeving, in Nederland vertaald in de AVG, en heeft het reguleren van de digitale wereld tot de één na hoogste prioriteit van beleid gemaakt, meteen na de klimaatcrisis. Inmiddels staat de Digital Service Act en de Digital Markets Act op de rol. In de VS is eenzelfde beweging waar te nemen van de wetgevingsautoriteiten. Aan beide zijden van de oceaan worden ook de mededingingsautoriteiten actiever. Zo wordt een begin gemaakt met het temmen van deze industriële revolutie, en komt het belang van een goed functioneren van onze samenleving weer op nummer één te staan. Dat wordt ook wel tijd.

Actie gevraagd van overheid én bedrijven 

De impact van onware, onechte en asociale content dreigde onze samenleving te ontwrichten. Maar ook het Europese bedrijfsleven moet zich danig achter de oren krabben over hoe de digitale ecosystemen zich hebben ontwikkeld, met een grote dominantie van Amerikaanse en Chinese spelers, en heel weinig Europese spelers van formaat. Wat dat kan betekenen laat zich illustreren met Apple Homekit. Een verbindende tool voor alle smart apparatuur in huis.

Heel handig voor je smart koelkast, je smart verlichting etc. Nu nog geen grote markt, maar over tien jaar wel. Leveranciers kunnen nauwelijks om Homekit heen. En Apple kan van zijn marktpositie gebruik maken door flinke marges te rekenen, en weinig marge bij de leveranciers over te laten.  Zo wordt de economie van de smart wereld in huis afgeroomd.

Als we dit voorbeeld uitvergroten wordt op deze manier de Europese economie in de nabije toekomst afgeroomd door de Amerikaanse Bigtech. Om deze dreiging te keren zal er snel een Europese datahuishouding moeten worden opgezet. Het laatste DenkWerk rapport geeft hier aanwijzingen voor. Duidelijk is dus dat het huidige digitale Wilde Westen niet alleen actie vraagt van overheidspartijen, maar ook nadrukkelijk van het bedrijfsleven.

Bernard ter Haar heeft als topambtenaar op diverse ministeries gewerkt, waaronder het ministerie van Financiën en het ministerie van SZW. Op dit moment is hij werkzaam bij ABDTopconsult van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Hij is tevens lid van de denktank DenkWerk. Dit is zijn eerste maandelijkse bijdrage voor Fondsnieuws, waarin hij zal schrijven over de verhouding tussen markt en staat.