Farmacie wijst weg naar betere markteconomie niet


Dankzij de Covid-19 pandemie hebben we allemaal een veel beter zicht gekregen op het functioneren van de farmaceutische industrie. We hebben een fenomenale prestatie gezien bij de ontwikkeling van vaccins, maar ook een aantal negatieve aspecten van het functioneren van deze industrietak.

Ik noem er een paar: de afhankelijkheden van een mondiaal productiestelsel, de maatschappelijk negatieve effecten van patenten, de exorbitante winsten en de focus op winst in plaats van op maatschappelijk verantwoord ondernemen. Dit zijn eigenlijk geen specifieke kenmerken van de farmaceutische industrie. Het zijn eerder kenmerken van onze geglobaliseerde markteconomie. In die zin wijzen de negatieve aspecten van de farmacie ons op noodzakelijke verbeteringen in onze markteconomie. Laat ik dit uitleggen. 

Risico van het mondiale productiestelsel

Het mondiale productiestelsel met lange productieketens kent bepaalde risico’s. Dat hebben we in de farmacie al diverse keren moeten constateren door schaarste aan medicijnen als gevolg van niet geleverde of ondeugdelijke grondstoffen. Maar dat deze risico’s veel breder spelen hebben we bijvoorbeeld kunnen zien aan het schip de Evergreen, dat een week vast lag in het Suez kanaal. Dit soort risico’s worden zelden goed ingeprijsd, en dat is een breed fenomeen.

Risico’s die weliswaar aantoonbaar zijn, maar gemakkelijk genegeerd kunnen worden krijgen geen prijs. Met een betere beprjzing van risico’s zou een betere afweging gemaakt worden over de lengte en aard van productieketens. De keuze voor een kortere keten, met de productie dichter bij huis, is dan geen protectionisme, maar verstandige economie.

Patenten onder vuur 

Er wordt deze dagen veel gesproken over het tijdelijk opschorten van patenten voor Covid-19 vaccins. Er is sowieso het nodige te doen over farmaceutische patenten, die leiden tot torenhoge prijzen voor medicijnen tegen levensbedreigende ziekten. De farmacie verdedigt zich heftig voor het behoud van hun patenten, met het argument dat de innovatie dood zou vallen als zij het zonder patenten zouden moeten stellen.

Er zijn echter maar weinig economen te vinden die enthousiast zijn over ons huidige mondiale patentensysteem. Er is geen empirisch bewijs dat het innovatie of productiviteit bevordert, maar we zien wel dat patenten veelal grote ondernemingen in staat stellen hun markt langdurig af te schermen.  

De duur van patenten is veel te lang, en sluit totaal niet meer aan bij de huidige hoge omloopsnelheid van de markt. Ons huidige patentenstelsel zit dus een efficiënte marktwerking in de weg. Het is daarom goed dat er nu een maatschappelijk debat over patenten op gang komt, en het is te hopen dat dat debat uiteindelijk leidt tot een forse sanering van het huidige patentenstelsel. Veel marktsectoren zouden daarbij gebaat zijn. Worden er dan nog wel nieuwe medicijnen ontwikkeld, waarvan de ontwikkelfase immers heel duur is? Economisch gezien zou het veel efficiënter zijn als fase 2 en 3 van de klinische studies voor het testen van nieuwe medicijnen gesubsidieerd zouden worden in plaats van deze patentbescherming.

Hoge winsten dienen geen doel 

Recent werd bekend gemaakt dat Pfizer rekent op een winst van vele tientallen miljarden dollar voor dit jaar. Maatschappelijk riep dat al snel de vraag op of dat wel passend is in de wereldwijde en tragische crisis waar we in verkeren. Economisch en maatschappelijk dient zo’n hoge winst ook geen enkel doel, en dat geldt niet alleen voor de winst van Pfizer, maar ook voor de miljardenwinsten van een flink aantal andere multinationals, de Big Techs voorop.

Het vergroot alleen maar de grote vermogensongelijkheid in de mondiale maatschappij. En die ongelijkheid leidt tot kansenarmoede en daarmee tot onvoldoende uitnutten van capaciteiten en talenten, en op veel plaatsen tot uitingen van maatschappelijke onvrede en verzet, dat daarmee schade doet aan een harmonisch maatschappelijk en economisch functioneren.

Het zou dus maatschappelijk efficiënt zijn als dergelijke winsten door de fiscus zouden worden afgeroomd. Dat levert een onderbouwing op voor een sterk progressieve winstbelasting. Daar wordt op dit moment over nagedacht als een tijdelijk fenomeen voor de herstelfase na de pandemie, maar er is eigenlijk geen reden voor tijdelijkheid.

Winstbelastingstelsels op de schop

De fiscale werkelijkheid is overigens op dit moment een heel andere. Pfizer heeft net als heel veel andere multinationals een enorme kerstboom aan vennootschappen opgericht, onder andere in Nederland,  om te bewerkstelligen dat er zo weinig mogelijk belasting wordt betaald. Een wereldwijde congruentie van de winstbelastingstelsels is dan ook hoognodig om dit te kunnen corrigeren. Maar raar is het wel.

Waarom beseffen grote ondernemingen zich niet dat zij als deelnemer in een samenleving functioneren, en dat daar een verantwoordelijkheid bij hoort om naar vermogen bij te dragen aan het zo goed mogelijk laten functioneren van die samenleving? In de spannende tijd waarin we leven, waarin maar weinig stabiliteit is geborgd, is dit een vraag die urgent om een antwoord schreeuwt. 

Bernard ter Haar heeft als topambtenaar gewerkt op de ministeries van Financiën en SZW. Op dit moment is hij werkzaam bij ABDTopconsult van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Ter Haar schrijft maandelijks voor Fondsnieuws over de relatie tussen overheid en markt.