Geef (on)geduld een plek in de klimaatdiscussie


De maatschappelijke beweging die institutionele beleggers zoals pensioenfondsen uit “fossiel” wil halen, wordt steeds sterker. Tot onbegrip van degenen die - terecht - menen dat de wereldeconomie nog lang fossiele brandstoffen nodig heeft. Het is het ongeduld van de mensen die zich grote zorgen maken over de klimaatcrisis, tegenover de vraag om geduld van de mensen die vanuit het hier en nu de toekomst beredeneren.

Voor allebei valt wat te zeggen. De klimaatcrisis is een enorme maatschappelijke dreiging, we moeten met grote urgentie aan de slag om die crisis te beheersen, en we hebben nog vele jaren voor de boeg voordat we weten of het gelukt is. De ongeduldigen willen het liefst een transitie die op korte termijn kan worden verricht. Helaas zijn zulke transities heel zeldzaam, en hoort de energietransitie daar niet bij. 

Maar we hebben wel beweging nodig. Ter illustratie de volgende vergelijking. Ik woon nu ongeveer dertig jaar in Den Haag. De eerste jaren kon je bij een verkeerde windrichting Pernis goed ruiken. Dat is al jaren niet meer zo. De petrochemische industrie in het Rijnmondgebied is volop in bedrijf, maar heeft de afgelopen decennia dat bedrijf wel veel schoner gemaakt. Er is op dit moment dan ook weinig maatschappelijke weerstand tegen die petrochemie. 

Vergelijk dat met Tata Steel in IJmuiden. Er is de laatste maanden grote maatschappelijke beroering over de luchtvervuiling die Tata genereert. Er staan bijna dagelijks stukken over in de krant, waarin ook bewoners aan het woord komen over hun ervaringen. Ik heb in al die stukken nergens gelezen dat de vervuiling van Tata de afgelopen decennia wel een stuk minder is geworden. En omdat ik dat nergens heb gelezen, en daarom ook denk dat het niet zo is, is de maatschappelijke weerstand tegen Tata recent zo enorm gegroeid. Zo erg zelfs, dat sluiting van het bedrijf niet meer wordt uitgesloten.

Belang van beweging

Dat illustreert het belang van beweging. Een bedrijf moet kunnen laten zien, met daden (en niet alleen laten horen met mooie woorden), dat een maatschappelijk probleem serieus genomen wordt en dat er serieus - en met resultaat - aan gewerkt wordt om het probleem kleiner te maken en zo mogelijk op te lossen. Dat is niet alleen voor de goede zaak van een betere samenleving, het voorbeeld van Tata laat zien dat het ook voor het bedrijf zelf van levensbelang is. 

Als we nu teruggaan naar de fossiele grondstoffen, geldt ook hier dat maatschappelijke acceptatie van deze bedrijfstak staat of valt met het kunnen laten zien van een beweging die in lijn is met de maatschappelijke strategie om ons klimaatprobleem adequaat op te lossen. Een beweging die zichtbaar en tastbaar moet zijn,  en een bedrijfsstrategie vraagt die uitlegbaar past in de genoemde maatschappelijke strategie rond klimaat en duurzaamheid. 

Kapitaalbehoefte van de sector

De klimaatcrisis betekent mijn inziens niet dat we de kapitaalbehoefte van de sector dood moeten laten vallen. Het liefst zou je een maatschappelijke beleving zien die heel zuinig is op fossiel, en ook zuinig is op de bedrijven die dat fossiel op een goede manier en voor zolang dat nog nodig is in beheer hebben. 

Zo’n beleving komt niet vanzelf uit de lucht vallen. Dat vraagt om een degelijk verhaal, en veel goede gesprekken. Gesprekken waarin geduld en ongeduld allebei hun plek kunnen vinden. Een open gesprek over welke activiteiten nog wel, en welke niet. Welke investeringen  wel, en welke niet meer. Bijvoorbeeld misschien niet meer in nieuwe gas- of olievelden, maar wel in schone technologieën en in robotisering van het vuile werk. In dit tijdperk van ‘social media’ en  bonte internationale gezelschappen van mondige aandeelhouders is het niet eenvoudig om zo’n goed gesprek te voeren en vol te houden. Dat vraagt een vaste hand, geloof in de juiste strategie, en zicht op het levensbelang van het borgen van maatschappelijk draagvlak.  

Bernard ter Haar heeft als topambtenaar op diverse ministeries gewerkt, waaronder het ministerie van Financiën en het ministerie van SZW. Op dit moment is hij werkzaam bij ABDTopconsult van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Hij is tevens lid van de denktank DenkWerk.