ABN Amro, van de emotie win je niet


Het kon niet uitblijven, de uiteindelijke knieval van de top van ABN Amro. De zes leden van de raad van bestuur van de bank lieten zondag tandenknarsend weten dat zij afzien van de toegekende toelage van 100.000 euro over 2014.

Deze voorgenomen compensatie voor de recent wettelijk gemaximeerde bonus tot 20 procent van het vaste salaris is vanuit arbeidsrecht alleszins redelijk. Maar in een wereld die gedreven wordt door beeldvorming en door een combinatie van onbegrip en sluimerende, maar eenvoudig te mobiliseren volkswoede, is de redelijkheid het eerste slachtoffer. 

Tegenover het recht van individuele bestuursleden staat de almachtige, niet te trotseren communis opinio, die zelden door ratio maar vrijwel altijd door emotie wordt gedreven. Zo spreken pers en politiek van een 'salarisverhoging', terwijl daar helemaal geen sprake van is: het gaat om een compensatie van een niet geheel meer toegestane variabele beloning . Maar in een door emoties overheerst debat krijgen de banken die feiten niet over het voetlicht. 

Zelfonthouding

De emoties worden gevoed door de kredietcrisis van 2008, toen financiële instellingen het aandeelhoudersbelang boven het klantbelang hebben gesteld en producten en diensten hebben aangeboden die niet in het belang van de klant zijn geweest. Toen dit systeem ineenstortte zijn de banken gered dankzij de gulle hand van de belastingbetaler. Die redding, zo valt in de volksmond te horen, verlangt van bankiers bescheidenheid en zelfonthouding.

Minister Dijsselbloem van Financiën draagt aan de verwarring en de opwinding bij met tegengestelde signalen: als wetgever vóór een bonusplafond, als eigenaar van ABN Amro vóór de bovengenoemde compensatie voor de raad van bestuur, maar als PvdA-politicus uiteindelijk weer tegen toen de publieke opinie begon te stampvoeten.

In een explosief dossier als dit moet een kabinet juist eenduidig en helder communiceren en ook leiderschap tonen en dat doet het op dit punt niet. Dat is ernstig, want de financiële sector is de betonmat onder economie en bedrijfsleven. Zonder financieel gezonde en maatschappelijk vertrouwde banken is geen duurzaam herstel van de economie mogelijk. Haags gekissebis en media die een eenzijdig en vooringenomen beeld van deze sector geven helpen daar niet bij. 

Karikaturaal beeld

Dat laatste geldt bij voorbeeld voor de bestseller van Joris Luyendijk, 'Dat kan toch niet waar zijn'. Hij komt op basis van pakweg 200 gesprekken met afvallige en gefrustreerde bankmensen in Londen tot de conclusie dat de financiële sector een systeem is zonder sturing en dat een nieuwe systeemcrisis om de hoek ligt. Dat is een karikaturaal en misplaatst beeld - vooral voor de Nederlandse situatie, waar op de financiële sector het meest intensieve toezicht wordt uitgeoefend van alle sectoren en waar bovendien duidelijke stappen worden gezet om tot meer klantgerichte, transparante en financieel gezonde bankinstellingen te komen. 

Tegenover de eenzijdige beeldvorming door (delen van de) overheid en media, weet de top van de banken zich niet te verdedigen. Al sinds 2008 duikt zij weg als er kritische geluiden in de media verschijnen en weet zij noch de juiste toon, noch de overtuigende argumenten te vinden om het geschonden vertrouwen te herstellen. 

Dat komt deels omdat de top van Nederlandse banken in een andere werkelijkheid leeft. Zij neemt haarzelf bedrijfseconomisch de maat, bij voorbeeld door zich te vergelijken met buitenlandse peers. In die context vinden zij dat de beoogde salarisaanpassingen alleszins redelijk zijn. Maar daarbij wordt voorbijgegaan aan de sociaal-culturele werkelijkheid van dit land.

Poldermodel

Wat Nederland namelijk groot heeft gemaakt en voor zijn aanhoudende economische succes zorgt, dat is dat het een zogenoemde 'inclusive society' is. Dat is een samenleving met een sterk maatschappelijk middenveld, met sterk betrokken burgers bij het openbare leven en met gematigde inkomensverschillen tussen de top en de basis.

Dit alom bekende poldermodel gaat terug tot de gilden van de Middeleeuwen en heeft door de wederzijdse afhankelijkheid altijd garant gestaan voor een snelle onderlinge informatie-uitwisseling en innovatie, voor vertrouwen en voor samenhang. Het is een wederkerigheid waaraan wij de Gouden Eeuw te danken hebben en de succesvolle naoorlogse wederopbouw. 

Die wederkerigheid staat op het spel als bankiers - uit de begrijpelijke aard van hun markt en werk - vooral mondiaal gericht zijn, maar daarbij het lokale, diep gewortelde historische (onder)bewustzijn van de Nederlanders uit het oog verliezen.

ABN Amro is een instelling waarmee burgers zich sterk identificeren en die gered is dankzij diezelfde burgers. Ook speelt mee dat bij ABN Amro als bij vrijwel alle banken omvangrijke reorganisaties plaatsvinden, met verlies van honderden arbeidsplaatsen, wat het management bij voorbaat in iedere maatschappelijke relevante discussie op achterstand zet.

Banken zullen het maatschappelijk vertrouwen niet herwinnen als zij zich niet bewust zijn van de immense betekenis van 'wederkerigheid' in dit land. Als ze naar dat inzicht gaan handelen, dan kunnen zij efficiënter en succesvoller communiceren met hun stakeholders en komt het vertrouwen en de compensatie vanzelf weer terug.   

Cees van Lotringen is hoofdredacteur van Fondsnieuws.