Provisieverbod? Op basis van wat?


Het is de final countdown: op 1 januari zijn provisies voor beleggingsdiensten en beleggingsproducten verboden. Alleen: op basis van welke wettelijke maatregel is dat verbod gebaseerd?

De Raad van State heeft in september geadviseerd over het zogenoemde 'wijzigingsbesluit financiële markten 2014' dat haar door het ministerie van Financiën was voorgelegd. Maar sindsdien is het oorverdovend stil rond de follow up van het besluit. 

Er resteren nog pakweg acht werkdagen voordat de Grote Stilte van Kerst en Oud en Nieuw intreedt, maar noch bij Financiën noch bij de toezichthouder AFM is witte rook zichtbaar.

Toch verzekeren AFM-bestuurders aan de sector van banken en asset managers dat het besluit nog dit jaar zal worden gepubliceerd in het Staatsblad - daarmee zou het wijzigingsbesluit financiële markten 2014 daadwerkelijk van kracht kunnen zijn. Gespeculeerd wordt op een bekendmaking op 20 december.

Onbehoorlijk bestuur
Maar deze aanpak zou als een vorm van onbehoorlijk bestuur kunnen worden betiteld - en dat gebeurt in de sector ook. Haar was namelijk gevraagd om input te geven op het oorspronkelijk concept-besluit, maar wat er vervolgens met die input is gedaan is onduidelijk - in ieder geval voor partijen die niet heel dicht bij het vuur van de Haagse besluitvorming staan.

Feit is echter wel dat niet alleen het enkel publiceren van het Besluit in de officiële organen van de Staat voldoende is om het besluit van kracht te laten zijn, er is ook nog een Herenakkoord tussen banken en AFM waarin men zich tot de invoering van het provisieverbod per 2014 verplicht heeft.

Maar dit Herenakkoord is enkel door de marktleiders gesloten, onafhankelijke vermogensbeheerders hebben er geen deel aan gehad en zijn feitelijk ook niet gebonden aan dit akkoord. Toch kunnen ook zij maar moeilijk ontkomen aan het provisieverbod: de grote asset managers halen namelijk de rebatehoudende fondsen uit de markt en vervangen die door rebatevrije fondsen.

Vermogensbeheerders
Voor naar schatting zo'n 25 onafhankelijke vermogensbeheerders is dat een hard gelag. Zij hebben niet of te laat geanticipeerd op het provisieverbod en halen een belangrijk deel van hun inkomsten (in ieder geval tot voor kort) uit de van fondshuizen afkomstige provisies.

In de markt wordt gefluisterd dat de wetgever zo lang aarzelt met de bekendmaking van het Besluit, omdat er partijen zouden zijn die het Besluit bij het Europese Hof aanhangig zouden willen maken als strijdig met Europese wet- en regelgeving.

Maar in de industrie wordt dat dreigement als niet serieus ter zijde geschoven: de meeste asset managers en banken anticiperen al vrijwillig op het aanstaande verbod, zodat er geen weg meer terug lijkt te zijn.

Gestrekt been
Wel kan de werkwijze van wetgever en AFM inzake het provisieverbod een lange schaduw over de toekomst werpen. Het gevoel bestaat in de sector dat de AFM dit dossier met gestrekt been is ingegaan om te kijken hoe ver ze daarmee konden komen.

Nu het provisieverbod maar geen regulerend kader krijgt, zou de sector bij een volgend dossier dat de toezichthouder op tafel legt wel eens in egeltjeshouding kunnen verschijnen.

Dat dossier zou wel eens de door de AFM vurig gewenste Total Cost of Ownership (TCO) kunnen zijn.

Cees van Lotringen is hoofdredacteur van Fondsnieuws.