Renminbi revaluatie goed voor China


De financiële positie van China maakt een revaluatie van de Renminbi mogelijk en zou de opkomst tot economische grootmacht bevestigen en de strategische ambities onderbouwen.

Ergens rond 1978 had China vastgesteld dat het Maoïstische economische model niet tot welvaart zou leiden en dat het gat met andere Aziatische landen alleen maar groter zou worden. Onder de vlag van ‘socialistische markt economie’ werd besloten dat het anders moest en in 1979 werden de eerste vrijhandelszones geopend. Lage lonen en belastingen trokken buitenlands kapitaal aan en het Chinese economische mirakel was geboren. Van 1979 tot en met 2019 nam de omvang van het reële BBP van China met een factor zesendertig toe. Dat van West Europa verdubbelde slechts in die periode.

Lage lonen en buitenlands kapitaal combineren, is het standaard recept voor landen die besluiten actief mee te willen doen aan de wereldeconomie. De eerste jaren gaat dat gepaard met grote tekorten op de handelsbalans want de exporten zijn nog klein in verhouding tot de import van kapitaalgoederen. Naarmate de export op stoom komt en de toegevoegde waarde toeneemt, draait dat beeld en wordt het saldo op de handelsbalans positief.

Om te vermijden dat de afhankelijkheid van geld en kennis uit het buitenland alleen maar groter wordt, is een doortastende overheid nodig die zorgt voor een goede fysieke en financiële infrastructuur en die het voortouw neemt bij het opbouwen van een eigen industrie. China heeft een dergelijke overheid en is er in geslaagd de ene na de andere bedrijfstak wereldwijd te gaan domineren. Het begon met textiel en heeft inmiddels hightech sectoren bereikt. Neutraal gezegd noemen we dat globalisatie. 

Een ander remmende factor bij de overgang naar een volwassen economie is dat de ‘nieuwe rijken’, omwille van risicospreiding of gebrek aan vertrouwen in eigen land, vermogen naar het buitenland brengen. Deze kapitaal export naar ‘veilige’ landen zien we in Oost-Europa en Zuid-Amerika. Vermogende Chinezen hebben het vooral gedaan door woningen te kopen. Alleen al in de VS zijn in de tien jaar vanaf 2010 zo’n 300.000 woningen gekocht voor rond de 200 miljard dollar. Vermoedelijk is dit minder dan de helft van wat er in totaal is uitgegeven aan woningen in het buitenland.

Hoe deze vastgoedaankopen in de onderstaande cijfers zijn opgenomen, is onduidelijk. Chinese huishoudens mogen immers geen grote bedragen naar het buitenland brengen. De grafiek is gebaseerd op cijfers uit de database van de Wereldbank en maakt het succes van de Chinese economie inzichtelijk. Vanaf 2000 een snel oplopend overschot op de handelsbalans en de lopende rekening. Vanaf 2013 blijft de lopende rekening achter bij de handelsbalans, vermoedelijk door de vastgoedaankopen en daarnaast door dividend en rentestromen vanuit China naar de buitenlandse investeerders.

Die buitenlandse investeringen waren vanaf 2005 jaarlijks groter dan 100 miljard dollar en met het volwassen worden van de economie stijgen vanaf 2013 ook de investeringen van Chinese bedrijven in het buitenland. De investeringen in en uit het buitenland zijn een onderdeel van de kapitaalbalans waarvan het saldo gelijk is aan dat van de lopende rekening. Uiteindelijk slaat het eindsaldo op de kapitaalbalans neer bij de centrale bank en China heeft daarmee de gigantische positie in vooral Amerikaans staatspapier opgebouwd. Een structureel overschot op de lopende rekening geeft aan dat een valuta ondergewaardeerd is. Dat is bij China het geval en dat ligt ten grondslag aan de handelsruzies met de VS.

Anno 2020 is er wereldwijd veel te doen over de Chinese ambities en daarbij gaat het de VS niet alleen om de handelsoverschotten maar ook om de strategische ambities. Het eerste heeft geleid tot de Amerikaanse heffingen op een fors deel van de import uit China. Het tweede bepaalt de acties naar bedrijven als Huawei en de oplopende spanningen over de status van de Zuid-Chinese Zee. De rest van de wereld kijkt op dit moment vooral toe, maar deelt de Amerikaanse ergernis.

Een flinke revaluatie van de Renminbi zou veel voordelen hebben, vooral voor China. Het zou de onderbouwing voor importheffingen onderuit halen en de drang bij de eigen burgers om vermogen het land uit te brengen verminderen. Belangrijkste argument is dat het een geweldige impuls aan de uitstraling van het land zou geven, dat als sluitstuk van de opkomst internationaal gerespecteerd wil worden. Natuurlijk zou de export onder druk kunnen komen, maar dat zou wel eens heel erg kunnen meevallen want de grootste concurrenten van een Chinese producent zijn doorgaans andere Chinese producenten.

Dirk de Jong is financial markets consultant. Eerder was hij directievoorzitter van HSBC Investment Bank.