Titanenstrijd om Tesla - long of short?


Tesla is een frequente gast in het beursnieuws. Recent kwam de Amerikaanse automaker in ‘the spotlight’ door de confrontatie tussen Cathie Wood – CEO van Ark Invest en aanhanger van Elon Musk – en Michael Burry – bekend van het boek The Big Short en een gerenommeerde short-seller. De twee mastodonten hebben een verschillende mening over de richting waarin Tesla beweegt: Burry is “short”, Wood is “long”.

Na het uitlekken van de verschillende visies draaide Ark Invest zijn positie in Tesla wel al licht terug, maar de recente koersstijging van Tesla moet Burry’s Scion Asset Management wel pijn hebben gedaan. Maar dit leidt wel tot een belangrijke vraag: is “shorten” een goed en winstgevend idee? Kunnen we iets leren uit deze posities? En is het noodzakelijk binnen ons financieel systeem?

Shorten is het tegenovergestelde van het kopen van een asset: je neemt een negatieve positie in. Een shorter gaat dus geld verdienen wanneer een aandeel zakt in waarde. Er is dus een negatieve correlatie (dicht tegen -1) tussen de markt en de shortpositie – wat over het algemeen leidt tot een verlaging van het systematische risico van de portefeuille. Om zo’n positie te kunnen nemen, maak je gebruik van een bank of prime broker.

Na het openen van een ‘margin account’ – een rekening waar je onderpand moet zetten om de prime broker te beschermen tegen het (potentieel) faillissement – kan je beginnen traden. Dergelijke margin accounts zijn van cruciaal belang. De theoretische laagste koers van een aandeel is 0 – iemand die long is, kan dus maximaal al zijn geld verliezen. De theoretische hoogste koers van een aandeel is oneindig – iemand die short is, heeft dus oneindige verliezen (tegenover eindige winsten).

Wanneer we het aantal shortposities (de short interest index) over de tijd heen weergeven, kunnen we enkele interessante zaken leren. Enerzijds leidt een stijging in het aantal shortposities tot een toename van de beurs na 1 tot en met 12 maanden. Zelfs wanneer we die relatie corrigeren voor andere mogelijke invloeden, blijft het positieve verband overeind: een stijging in ‘de short interest index’ van 1 procent komt overeen met een stijging in het verwacht beursrendement van 6 procent per jaar. Economisch gezien is dit dus een zeer belangrijk effect. 

Informatie

Hebben shorters dan betere informatie? Het lijkt zo. Gemiddeld gezien is er een negatieve relatie tussen het aantal shortposities en verwachte bedrijfskasstromen. Anders gezegd, shorters gaan die aandelen verkopen, gemiddeld gezien, met slechter dan verwachte cash-flows. Dit ligt dus in lijn met verwachten. De shortpositie gaat enkel winst opleveren als het aandeel daalt in waarde.

Wanneer kasstromen meer/sneller dalen dan we initieel hadden verwacht, daalt de koers van het aandeel. Desalniettemin blijft het indrukwekkend om te zien dat shorters duidelijk over betere informatie beschikken. En het hoeft niet zo te zijn dat zij het bedrijf kunnen beïnvloeden; denk maar aan Bill Ackman en Herbalife, waarbij zijn Pershing Square zijn financiële broek heeft gescheurd aan hun shortpositie.

Een argument dat vaak naar voor komt, is dat shorters eigenlijk tegen het kapitalisme zijn. Zij winnen namelijk wanneer het systeem volledig op zijn gat ligt. In tijden van crisis (of pandemie) wordt deze financiële spelers snel met de vinger gewezen. Ook in België doet men mee aan dit gegeven: begin 2020 werd er op de Brusselse beurs een (gedeeltelijk) verbod op short-selling ingelast. Voor een academicus (of marktparticipant) is dit een onbegrijpbare beweging. In 2008 heeft men in de VS iets gelijkaardig gedaan. SEC kondigde op 19 september 2008 aan om “shorters te weren om financiële markten naar een beter evenwicht te duwen”.

Het resultaat:
- Bid-ask spreads stegen met gemiddeld 4 procent.

- Volatiliteit op de markt steeg enorm.

- Aandelenkoersen werden inefficiënt en gaan weg van hun “fundamentele waarde”.

- De liquiditeit droogde op.

Op 31 december 2008 kondigde de SEC aan om “dergelijke praktijken nooit meer toe te passen”. Een duidelijk fiasco. Net om die reden begreep ik vorig jaar niet dat België mee op deze wagen wou springen.

Het negeren van een andere marktvisie helpt de stabiliteit van de beurs niet. Ja, shorters verdienen gemiddeld gezien veel geld, maar daar staat ook een verhoogd risico tegenover. Enerzijds is shorting erg duur (e.g. margin accounts, prime broker fees,…). Anderzijds moeten dergelijke spelers meer investeren in informatie alvorens ze kunnen traden. De winst die uit shorting voortvloeit, is dus niet meer dan een compensatie voor genomen risico’s en geïnvesteerde informatie.

Prof. dr. Gertjan Verdickt is kennisexpert bij Investment Officer, het Belgische zusterplatform van Fondsnieuws.