Stijging bitcoin is allesbehalve irrationeel


Om te testen of een aandeel, activaklassen en andere financiële instrumenten al dan niet in een bubbel zitten, moeten we nadenken over fundamentele waarde. Voor aandelen is dit eenvoudig: de toekomstige kasstromen teruggerekend naar vandaag. Voor andere activaklassen is dit iets minder voor de hand liggend.

Denk aan de cryptomunten, meer specifiek bitcoin: wat is diens intrinsieke waarde? In tegenstelling tot vaak gedacht, is de stijging niet irrationeel. 

Hoe we dat exact gaan meten, is een grotere vraag. Daarom richten we ons op de data die wel beschikbaar is: rendementen. Onderzoek toont aan dat er twee belangrijke drivers zijn voor het rendement van cryptomunten: beleggersaandacht en momentum. Wanneer we meer naar de fundamentele zaken kijken, denk aan mining costs of het aantal wallets, vinden we geen verband.

Is dit een probleem? Nee, zeker niet. Het wordt enkel een probleem om de correcte waarde van munten te bepalen. Als die waarde schommelt ondanks dat er weinig nieuws wordt gepubliceerd, spreekt dat niet in het voordeel van de belegging, bitcoin. 

We kunnen bedrogen uitkomen wanneer momentum tegen ons draait. Dit zagen we in maart 2020, de “eerste grote test” (lees: crash) van bitcoin. Aanhangers van de munt spreken namelijk graag over “bitcoin’s diversificatiemogelijkheden”, maar de realiteit was een harde dobber: de beweging in aandelenportefeuilles (naar beneden) werden versterkt door de munten. Er is dus geen ‘scuttle for shelter' bij de cryptomunten.

Voor risico gecorrigeerd

Een ander argument dat vaak door de aanhangers naar voren wordt geschoven is ‘het prachtige rendement'. Uiteraard ontkent niemand de sterke groei van munten. Echter maak ik graag een kanttekening: wanneer we de Sharpe ratio – rendement tegenover risico – berekenen, kwam dit voor maart 2020 op exact hetzelfde uit als de Amerikaanse aandelenmarkt.

Ja, bitcoin gaat sterk vooruit, maar als je risico meeneemt, was je even goed af met een ETF van de S&P500. Als je voor de S&P500 dan wél de intrinsieke waarde (eenvoudig) kunt berekenen, wordt een belegging in cryptomunten ineens minder interessant.

Irrationeel? 

Kunnen we tegen die achtergrond de stijging in bitcoin irrationeel noemen? Nee, zeker niet. Een blik op de financiële geschiedenis leert ons meer. De eerste wereldwijde zeepbel – de South Sea, de Windhandel in de Nederlandse Republiek en Mississippi Bubble in 1720 – toont aan wat dat de grote aandrijver van deze aandelenfluctuaties was: innovatie. Dit kwam ook tussen 1830 – 1861 (spoorwegen) en 1992 – 2005 (internet) terug.

Dit waren telkens innovaties die men (op het moment zelf) niet volledig begreep. Een overeenkomstige case kan gemaakt worden voor cryptocurrencies. Die munten op zich zijn niet erg speciaal, de technologie erachter is dat zeker: Blockchain. Blockchain kan namelijk belangrijk worden voor verschillende sectoren, zoals consumentengoederen en gezondheidszorg.

Echter, we begrijpen de mogelijkheden die technologie vandaag de dag biedt niet volledig. En deze mismatch in informatie kan leiden tot erg grote bewegingen – net zoals het proberen te bepalen van de vraag naar de cryptomunten.

Beleggers met een betere lange-termijn verwachting kunnen de prijs opdrijven (net zoals momentumbeleggers dat ook doen). En dit is tevens mijn grootste probleem met de munten: het is geen oppotmiddel.

Als je vandaag X euro koopt, kan je volgende week de helft van je koopkracht kwijt zijn. Dit probleem heeft ‘de munt' bitcoin alvast tegen zich. Voor ‘de belegging’ bitcoin kan die extreme volatiliteit wel mensen gelukkig maken (óf erg ongelukkig).

Gertjan Verdickt is hoogleraar financiële economie en columnist van Investment Officer.