Het Rijk kan de crisis makkelijk aan


De kosten van de crisis vallen in zoveel categorieën dat het ondoenlijk is die allemaal op een rij te zetten. Sommige kosten zijn te kwantificeren, maar het leed dat mensen treft niet. Wat is de prijs van gezondheidsklachten, psychische nood en disfunctioneren? Ik beperk me nu tot de overheidsfinanciën.

Het begrotingstekort bedroeg in 2020 zo’n 6 procent van het BBP, na een overschot van 1,7 procent in 2019. De pandemie en de beleidsreactie werken nog jaren door op de overheidsfinanciën. Stel nu eens de staatsschuld uiteindelijk 20% BBP hoger uitvalt dan zonder pandemie zou zijn gebeurd, geen overdreven optimistische veronderstelling. Wat kost ons dat?

‘Geld is gratis’

Op korte termijn helemaal niets. De overheid leent immers zelfs bij tamelijk langlopende financiering tegen een negatieve rente. De Agent van Financiën rapporteerde in december dat door schuld boven pari uit te geven vorig jaar 2,3 miljard euro meer is aangetrokken dan de overheidsschuld in nominale termen is gestegen.

De negatieve rente is aldus gebruikt om de toename van de staatsschuld te beperken. Volgens mij zou dat een politieke beslissing moeten zijn, maar die is kennelijk op het ministerie van Financiën genomen. Maar dit terzijde.

Ik hoor veel mensen zeggen dat we die hogere schuld toch een keer moeten terugbetalen. Dat is een hardnekkig misverstand. Overheden hebben het eeuwige leven en zolang de schuld geherfinancierd kan worden, is er niets aan de hand. Overheden betalen de staatsschuld trouwens zelden terug. Soms gebeurt het als eenmalige inkomsten uit de verkoop van overheidsbezit worden gebruikt voor schuldvermindering.

Voor het overige betaalt de overheid slechts schuld terug wanneer er overschotten op de begroting worden geboekt. Zulke overschotten zijn eerder toevalligheden, ongelukjes bijna, dan gerealiseerde beleidsdoelstellingen. 

Het gaat bij overheidsschuld ook helemaal niet om de absolute omvang. Belangrijker is de schuld vergeleken met de betaalcapaciteit, ofwel de verhouding tussen schuld en BBP. De ratio is min of meer stabiel als het begrotingstekort gelijk is aan de nominale groeivoet van het BBP. Laten we die laatste schatten op 3 procent, dan wordt onze feitelijke schuldenlast minder wanneer het begrotingstekort kleiner is dan 3 procent.

In historisch perspectief

Maar hoe sterk lopen de rentebetalingen op wanneer het rentepercentage, bij herfinanciering zou zijn gestegen? Dat is makkelijk uit te rekenen. Stel nu eens dat we de additionele overheidsschuld moeten herfinancieren tegen 4 procent, alweer een voorzichtige veronderstelling, dunkt me. Dan zijn de extra rentelasten, uitgaande van 20 procent BBP meer overheidsschuld, 0,8 procent BBP per jaar. Is dat veel?

De laatste 50 jaar fluctueerden de totale rentelasten op de staatsschuld nogal. De piek in het midden van de jaren 80 bedroeg bijna 6 procent BBP. Volgens het CPB bedroegen de rentebetalingen op de staatsschuld in 2019 slechts 0,8 procent, uiteraard met dank aan de gedaalde rente. Als we de hele staatsschuld (van, zeg, ruim 60 procent BBP) moeten herfinancieren tegen 4 procent dan zal dat zo’n 2,5 procent BBP per jaar kosten. In historisch perspectief is dat beslist niet veel. 

De mening dat we in deze pandemie met onze duimen zitten te draaien op kosten van ons nageslacht lijkt mij daarom overdreven. Ik vermoed dat mijn kleinzonen van vijf en een half jaar zonder wrok die geringe extra lasten zullen dragen. Het alternatief zou zijn dat hun ouders waarschijnlijk hun baan zouden verliezen, hun hypotheeklasten niet meer kunnen opbrengen enzovoorts.

Dat alles roept natuurlijk de vraag op waarom we heel lang zo’n hoge prioriteit hebben gegeven aan geringe overheidstekorten, terwijl er evident maatschappelijke noden zijn. Die vraag gaat de discussie rond de overheidsfinanciën de komende jaren ongetwijfeld domineren. Te beginnen na 17 maart. Laat ik daar dan wel één hint bij geven. De Italiaanse staatsschuld is ruim twee keer zo hoog als de Nederlandse. Desondanks kun je niet zeggen dat Italianen van hun overheid betere voorzieningen krijgen dan wij.

Han de Jong is voormalig hoofdeconoom van ABN Amro. Hij schrijft wekelijks voor Fondsnieuws over economie en markten. Meer informatie over zijn visie kunt u lezen op Crystal Clear Economics.