Ik worstel met duurzaam beleggen


Al meer dan tien jaar ben ik, doorgaans als onafhankelijke externe deskundige, betrokken bij het beleggingsbeleid van pensioenfondsen en een enkele charitatieve stichting. Maatschappelijk verantwoord beleggen (MVB), ESG, duurzaam beleggen en impact investing (hierna samengevat als MVB) zijn sindsdien steeds nadrukkelijker op de agenda gekomen. Voor mij is het een worsteling en een bron van frustratie.

Natuurlijk begrijp ik de wens, de behoefte en zelfs de plicht van burgers en van pensioenfondsen om ‘het goede’ te doen. In veel discussies over MVB bij pensioenfondsen krijg ik echter de indruk dat het bestuurders en andere commissieleden vooral te doen is om politiek correct te zijn. De vrees om in het beklaagdenbankje van de een of andere actiegroep terecht te komen, zit diep. 

Je kunt over MVB boeken vol schrijven. Laat ik mij in deze column beperken tot mijn belangrijkste worstelingen en frustraties.

Moreel kompas

Bij het vaststellen van MVB-beleid worden waardeoordelen geveld. Een fonds meet zich daarmee een moreel kompas aan. Als particuliere belegger die voor een beleggingsfonds kiest, heb ik een vrije keuze. Ik kan bezien of het morele kompas waar een beleggingsfonds van uitgaat spoort met het mijne. Maar bij een pensioenfonds heb je te maken met een grote, heterogene groep deelnemers. Moet een bestuur van een pensioenfonds werkelijk een moreel kompas vaststellen voor alle deelnemers? Op basis waarvan? 

Nu begrijpen die fondsbestuurders ook wel dat ze eigenlijk niet in staat zijn om namens de deelnemers de subjectieve oordelen te vellen die nodig zijn voor het MVB-beleid. Daarom kiezen ze hun toevlucht tot rapporten of lijsten van instellingen die zich daarop toeleggen. Daarmee lijkt subjectiviteit te zijn omgezet in objectiviteit. Dat is echter een drogredenering. De eigen subjectiviteit is slechts vervangen door de subjectiviteit van iemand anders. En, erger nog, die ander kan niet goed gecontroleerd of ter verantwoording worden geroepen.

Die aanpak leidt al snel tot de meest wonderlijke inconsistenties, waar pensioenfondsbestuurders doorgaans niet kritisch naar willen kijken. Zo sluiten de meeste pensioenfondsen beleggingen in bepaalde ondernemingen uit op basis van een aantal vastgestelde criteria. Je vindt op hun websites vaak lange lijsten van uitgesloten bedrijven. Het is allereerst al verbazingwekkend, dat er forse verschillen zitten tussen uitsluitingslijsten van verschillende fondsen. Deelnemers in het ene fonds worden door hun bestuur een heel ander moreel kompas aangemeten dan deelnemers in een ander fonds. Hoe valt dat uit te leggen?

Soms begrijp ik de criteria ook niet. Veel pensioenfondsen sluiten bedrijven uit die op de een of andere manier betrokken zijn bij controversiële wapens (dat begrijp ik nog wel), waartoe nucleaire wapens vaak expliciet worden gerekend. Met enige regelmaat hou ik pensioenfondsbestuurders voor dat het uitsluiten van bedrijven omdat ze iets van doen hebben met nucleaire wapens toch wel heel wonderlijk is terwijl onze eigen vrijheid mede met zulke wapens wordt beschermd.

Als je dan kijkt naar de praktische invulling, zie je bijvoorbeeld dat Airbus en Boeing vaak gebroederlijk voorkomen op de uitsluitingslijsten van pensioenfondsen vanwege hun kennelijke betrokkenheid bij nucleaire wapens. Dat brengt mij er dan toe aan bestuurders te vragen of ze toestellen van die bedrijven ook mijden als ze een vliegreis maken. En hoe zit het met de deelnemers van het fonds? Die stappen vrolijk massaal in vliegtuigen van Boeing of Airbus.

Willen die werkelijk niet dat hun geld in die bedrijven wordt belegd, zoals de bestuurders van hun pensioenfonds namens hen hebben besloten? In dit soort gesprekken meen ik vaak begrip en instemming in de ogen van anderen te zien, maar nooit zegt iemand: ‘je hebt gelijk, dit is eigenlijk onzin, we kappen hiermee’. Dat verbaast me.

Evenzeer verbaast me dat je nooit een analyse tegenkomt van wat zulke uitsluitingen opleveren in termen van een betere wereld en wat de invloed is op het rendement van het fonds.

Apathie over Nederland

Nederlandse pensioenfondsen beheren een forse berg pensioengeld. Dat is overwegend geld van Nederlanders van wie de meesten in Nederland wonen. Als je dan toch denkt dat je met je beleggingsbeleid invloed op de wereld kunt en wilt uitoefenen, lijkt het mij logisch dat de eerste vraag die je stelt is of, en zo ja hoe dat geld een bijdrage kan leveren aan de Nederlandse economie. Alle deelnemers aan pensioenfondsen hebben er een direct belang bij dat het goed gaat met onze economie.

Ook als ik die vraag stel, blijkt niemand het onderwerp relevant te vinden. Onze pensioenfondsen willen wel de wereld op allerlei manieren verbeteren, maar men is niet bereid na te denken over de vraag of men een bijdrage aan de Nederlandse economie kan leveren. Ik begrijp daar weinig van, of eigenlijk gewoon helemaal niets.

Fossiel

Bij duurzaamheid wordt het kritische vermogen nagenoeg geheel uitgeschakeld. Ik heb over duurzaam beleggen zelf vorig jaar een enquête mogen invullen van het pensioenfonds waar ik deelnemer ben. De vragen die worden gesteld zijn zo algemeen dat je wel een enorme botterik moet zijn als er niet uit komt dat er in het beleggingsbeleid meer nadruk moet liggen op duurzaamheid. Maar wat het in detail betekent, is niet duidelijk en evenmin onderhevig aan discussie.

Onlangs nog nam ik deel aan een beleggingsvergadering van een religieuze stichting. In het kader van duurzaamheid overweegt die stichting alle beleggingen in ‘fossiel’ af te stoten. Ik hield ze voor dat de mensheid zeker nog decennialang fossiele brandstoffen nodig heeft en dat de sector daarom moet doorgaan met investeren. Hoe terugtrekken uit fossiel ‘duurzaam’ genoemd kan worden, is mij daarom een raadsel. Er werd lauw op gereageerd. Ik schakelde een tandje bij en zei dat juist de armsten op aarde behoefte hebben aan betrouwbare, efficiënte en goedkope energie, aan fossiele brandstoffen dus. Door je als belegger terug te trekken uit fossiel laat je zodoende de armsten ter wereld in de steek. Is dat gepast voor een religieuze instelling?

Laat activisten niet dicteren 

Ik probeer een fatsoenlijk mens te zijn. Een dwingende behoefte mij politiek correct te gedragen, is mij vreemd. Binnen de wet opereren is uiteraard een eerste vereiste. Mijn probleem met MVB is dat er waardeoordelen voor nodig zijn. Die zijn heel persoonlijk. Ik bepaal graag zelf wat ik goed of niet goed vind. Dat laat ik mij door anderen niet voorschrijven. Maar in het beleggingsbeleid van het pensioenfonds waarvan ik lid ben, gebeurt dat dus wel. Het frustreert mij omdat pensioenfondsbestuurders hun oren op dit gebied veel te veel laten hangen naar activisten, totaal niet kritisch nadenken en feitelijk geen enkele eigen verantwoordelijkheid nemen.

Versta mij niet verkeerd, activisten zijn belangrijk, maar per definitie niet evenwichtig. Juist wie het geld van anderen beheert, past grote bescheidenheid en terughoudendheid op het gebied van MVB.

Han de Jong is voormalig hoofdeconoom van ABN Amro. Hij schrijft wekelijks voor Fondsnieuws over (de gevolgen van het coronavirus voor) economie en markten. Meer informatie over zijn visie kunt u lezen op Crystal Clear Economics.