Larry Summers heeft gelijk, dit eindigt in tranen


Vorige week gaf Larry Summers een interview aan de Financial Times. Daarin lichtte deze vooraanstaande Democraat, toonaangevend econoom en voormalig minister van Financiën uitgebreid toe waarom hij vreest dat het stimuleringsbeleid van de Amerikaanse overheid verkeerd zal uitpakken.

Beleidsmakers die zich geconfronteerd zien met een recessie weten niet precies hoeveel stimulering ze moeten toepassen om de economie te stabiliseren. Dan is het waarschijnlijk beter om wat te veel te doen dan te weinig. Die conclusie hebben economen uit de vorige crisis getrokken: “you need to go big”. 

Het betoog van Summers dwingt echter tot nuancering. Je kunt misschien niet precies uitrekenen hoeveel je moet stimuleren, maar je kunt er wel íéts over zeggen. Summers rekent – overtuigend in mijn optiek – voor dat de stimuleringspakketten van december en februari veel te groot zijn. Hij noemt het “substantieel excessief”, dus niet een beetje te groot, maar echt véééél te groot.

Het ‘gat’ in de economie is volgens hem momenteel zo’n 3 tot 4 procent BBP. Dan moet je ook ongeveer zoveel aan stimulering doen. De genoemde pakketten zijn samen echter zo’n 14 procent BBP. En dan staat er volgens Summers ook nog zo’n 2.000 miljard dollar (10 procent BBP) spaargeld van huishoudens langs de zijlijn klaar om besteed te worden wanneer het normale leven terugkeert. 

Yellen wil conjunctuur ‘rood laten gloeien’

Tegenover de visie van Summers staat die van de huidige beleidsmakers. Al in haar tijd bij de Fed was de huidige minister van Financiën, Janet Yellen, er een voorstander van om de conjunctuur ‘roodgloeiend’ te laten worden opdat ook kansarmen op de arbeidsmarkt banen zouden vinden. In de laatste periode voor de pandemie is die zienswijze bevestigd, maar de vraag blijft of je dan zo veel moet doen als nu wordt gedaan.

Summers denkt dat een recessie onvermijdelijk is, ook al is hij onzeker van het pad erheen. Dat er weer eens een recessie komt, geloof ik direct, dat ligt in de natuur der dingen. Interessanter vind ik de vraag of er als gevolg van het beleid een hoop inflatie komt, hoe de Fed dan reageert of met hoeveel de rente dan stijgt.

Hogere inflatie dient zich al aan

Momenteel ontwikkelt zich een enorme hoeveelheid inflatie ‘in de pijplijn. Dat komt vooralsnog door gestegen grondstofprijzen en logistieke verstoringen in de wereld. Met consumentenprijzen gebeurt nog niet veel, maar dat zal de komende maanden veranderen wanneer een deel van die pijplijninflatie aan consumenten wordt doorgegeven. 

Als Summers gelijk heeft dat de stimuleringspakketten veel te groot zijn, en dat denk ik dus ook, dan kan het haast niet anders dan dat er in de Amerikaanse economie uiteindelijk een breder inflatieproces op gang komt. Sterkere loonstijgingen zullen een cruciaal element zijn van zo’n proces. Volgens een recente enquête van de Federal Reserve van Philadelphia denken veel bedrijven dat de loonstijging dit jaar duidelijk zal versnellen. 

Volgens de laatste zogeheten ‘dot plot’ menen 11 van de 18 leden van de FOMC, het beleidscomité van de Fed, dat ze de rente niet zullen verhogen voor het einde van 2023. Mijns inziens zal de Fed veel eerder in actie moeten komen om de inflatie te beteugelen. 

Nobelprijs voor MMT-profeet?

Als ik er helemaal naast zit en er toch geen inflatieprobleem ontstaat ondanks dat de Amerikanen hun economie compleet over de kling jagen, dan hoeven we ons wellicht nooit meer zorgen te maken over (hoge) inflatie.

De meest radicale vorm van de Modern Monetary Theory kan dan de hoeksteen van het economisch beleid worden en het mandaat van de centrale banken zal moeten worden herschreven. Stephanie Kelton of een andere MMT-er zal dan de Nobelprijs krijgen. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het niet zie gebeuren. 

Han de Jong is voormalig hoofdeconoom van ABN Amro en momenteel ondermeer huiseconoom bij BNR. Hij schrijft wekelijks voor Fondsnieuws over economie en markten. Meer informatie over zijn visie kunt u lezen op Crystal Clear Economics.