Maak uw stoelriemen vast!


Velen voorspelden een sterke stijging van de inflatie toen centrale banken in 2008 en daarna het monetaire beleid sterk versoepelden. Vooral toen de Federal Reserve haar heil zocht in kwantitatieve verruiming, wemelde het van de waarschuwingen voor een fors hogere inflatie.

De groei van het Amerikaanse geldaggregaat M1 (chartaal geld en direct opeisbare banktegoeden) versnelde van ongeveer nul in 2007 tot bijna 20 procent jaar-op-jaar medio 2009. Het was een interessante test. Wat zou zwaarder wegen voor de inflatie, deze enorme monetaire expansie of de aanzienlijke overcapaciteit in de economie, in economenjargon de output gap. Of speelden nog andere factoren een rol? 

In presentaties die ik toendertijd deed, betoogde ik dat het wel mee zou vallen met die inflatie. De wereldwijde output gap, de fundamenteel verzwakte onderhandelingspositie van de productiefactor arbeid en de gewenning aan lage inflatie wogen mijns inziens zwaarder dan de versnelde geldgroei. Wel benadrukte ik steevast dat we het grootste experiment met monetair beleid meemaakten in de geschiedenis en dat de uiteindelijke uitkomst nog wel even ongewis zou blijven. Tot op de dag van vandaag is de inflatie laag gebleven.

Mag het ietsje meer zijn?

Ik had niet kunnen bevroeden dat beleidsmakers er niet zo heel veel later nog een flinke schep bovenop zouden doen wat betreft dit experiment. Ongeëvenaard expansief begrotingsbeleid en monetair beleid zorgden ervoor dat M1 in de VS in december 2020 ruim 66 procent (ja, u leest het goed, zesenzestig procent) hoger was dan een jaar eerder.

En dan komen er nog twee stimuleringspakketten aan, eerst een van 900 miljard dollar dat in december was overeengekomen en vervolgens nog 1900 miljard dollar, het plan van de nieuwe president. Bij ons in de eurozone gaat het wat kalmer aan, maar is de groei van M1 met ruim 13 procent ook duidelijk versneld.

Als 20% geldgroei in de VS in 2009 niet tot inflatie leidde, gaat 66% dat dan wel doen? Ik vermoed dat de wereldwijd desinflatoire krachten uiteindelijk opnieuw zullen zegevieren. Desondanks voorzie ik onzekere tijden wat betreft inflatie in het voorliggende jaar. Allereerst zullen basiseffecten en de gestegen olieprijs het inflatiecijfer in de jaar-op-jaar vergelijking in veel landen en dus ook de VS omhoogduwen.

Slechts tijdelijk of niet, dat is de kwestie

Daar bovenop maak ik mij vooral zorgen over een toevallige samenloop van omstandigheden. De potentiële bestedingskracht is, kijkend naar de geldgroei in de VS, maar ook bij ons, heel fors. Het lijkt aannemelijk dat de bestedingen, gedreven door inhaalvraag en gevoed door de zee aan geld tenminste tijdelijk boven de productiecapaciteit zal liggen wanneer het openbare leven weer vrij wordt. 

Voeg daaraan toe dat zich momenteel al diverse bottlenecks voordoen in de economie. De logistiek van de wereldhandel schijnt helemaal van slag. Zeecontainers zijn er te over, maar kennelijk niet op de goede plekken. De vrachtprijzen zijn daarom fors gestegen. Verder hoor ik dat zoveel mensen zomervakanties boeken dat de reisorganisatoren een behoorlijke prijsverhoging doorvoeren. Hetzelfde hoor ik over de evenementenbranche. Je kunt het ondernemers niet kwalijk nemen. De combinatie van sterke vraag en bottlenecks zal tot plaatselijke, mogelijk forse prijsstijgingen leiden.

Alle ogen op de Fed

De uitdaging voor de financiële markten en voor centrale bankiers is te beoordelen of deze prijsstijgingen tijdelijk zijn of niet. Zeker nu de Federal Reserve van strategie is veranderd en verklaard heeft een inflatiecijfer boven de doelstelling een poos te zullen tolereren, kan het voor financiële markten wel eens extra spannend worden.

Ik denk dat het allemaal op zijn pootjes terecht zal komen met de inflatie, maar geef toe dat ik er minder zeker van ben dan in 2009. En het zou mij niet verbazen wanneer financiële markten in de loop van dit jaar af en toe onaangenaam verrast zullen worden door de inflatiecijfers.

Han de Jong is voormalig hoofdeconoom van ABN Amro. Hij schrijft wekelijks voor Fondsnieuws over economie en markten. Meer informatie over zijn visie kunt u lezen op Crystal Clear Economics.