Mijn voorstellen zijn beter dan die van CPB


Mensen hebben financiële reserves nodig om tegenvallers op te kunnen vangen en omdat we ons hele leven moeten blijven eten, maar niet ons hele leven willen of kunnen blijven werken. Afgelopen week publiceerde het CPB een Policy Brief over de vermogenspositie van de Nederlandse huishoudens.

Grosso modo identificeert het CPB twee probleemgroepen. Sommige huishoudens hebben in absolute zin te weinig vermogen. Die moeten volgens het CPB ondanks hun vaak moeilijke financiële situatie toch proberen iets te sparen. Een andere groep heeft wel genoeg vermogen, maar dat is te weinig liquide, omdat het vastzit in pensioen en eigen huis. 

Om dit laatste probleem te adresseren doet het CPB diverse voorstellen, waarvan enkele hoogst opmerkelijk zijn. Mensen die zowel een hypotheek aflossen als een pensioen opbouwen zouden minder pensioenpremie moeten betalen. Alternatieven zijn een tijdelijke premievrijstelling of de mogelijkheid om geld uit de pensioenpot te halen. Jongeren zouden een lagere pensioenpremie moeten inbrengen en de regel dat alleen de rente van lineaire- of annuïtaire hypothecaire leningen mag worden afgetrokken zou moeten worden versoepeld. 

Eerder minder vermogensopbouw

Al deze voorstellen zijn erop gericht de maandlasten te verminderen, maar er is geen enkele zekerheid dat mensen het geld dat ze dan overhouden gebruiken om reserves in liquide vorm op te bouwen.

De kans is groot dat dit alleen maar tot minder vermogensopbouw leidt, wat nou niet bepaald de bedoeling van de voorstellen is. Bovendien staan sommige van deze voorstellen haaks op enkele niet lang geleden of bijna genomen beslissingen. In het recent gesloten pensioenakkoord is de doorsneepremie bijvoorbeeld vervangen door een degressieve opbouw van rechten, en juist niet door premievariatie naar leeftijd.

Beter dan de CPB-voorstellen lijkt het mij banken producten te laten ontwikkelen waarmee men in geval van nood illiquide vermogen liquide kan maken. Het CPB noemt deze ‘verzilverproducten’ wel, maat doet het af in acht regels. Het ontwikkelen en promoten van deze producten kan niet moeilijk zijn. Als het bankwezen de risico’s te groot vindt, dan zijn misschien overheidsgaranties nodig. 

De schok van een fors hogere rente

Aanmerkelijk belangrijker nog lijkt het mij om na te denken over mogelijke toekomstige financiële risico’s voor gezinnen. De gemiddelde hypothecaire lening bedraagt momenteel meer dan drie ton. Maar dat is een gemiddelde. Er zijn ongetwijfeld een hoop jonge gezinnen met een veel hogere schuld. Zo’n gezin dat nu een lening afsluit met een rente van ruim 1 procent voor tien jaar, kan over tien jaar best eens geconfronteerd worden met een rente van 4 procent.

Bij een inflatie van 2 procent en een economische groei van 1 tot 2 procent is een kapitaalmarktrente van 4% niet zo gek, historisch eigenlijk heel normaal. Als de lening zo’n vier ton bedraagt, dan stijgen de maandlasten minimaal met ca 700 euro. Dat zou wel eens hard kunnen aankomen. Die stijging van de maandlasten is weliswaar bruto, maar wie weet wat in de tussentijd gebeurt met de renteaftrek? 

Ik heb diverse rekentools voor hypotheken bekeken. Bij geen enkele bank bleek het mogelijk dit soort risico’s te bezien. Banken zouden moeten worden verplicht hun rekentools zo in te richten dat je eenvoudig na kunt gaan hoe de maandlasten veranderen ten gevolge van een eventueel fors hogere rentevoet na de rentevaste periode.

Een mogelijkheid om het risico van rentestijging uit te sluiten of te beperken is het vastleggen van de rente voor de gehele looptijd of het aangaan van een lineaire hypothecaire lening, zij het dat de maandlasten bij de laatste hypotheekvorm op korte termijn hoger uitvallen.

Mijn advies zou zijn dat huizenkopers geen lening afsluiten waardoor ze in de toekomst met een onoverkomelijke tegenvaller te maken krijgen wanneer de rente terug zou keren naar wat we in het verleden heel normaal vonden. Overigens is dit geen advies waarvoor u mij later verantwoordelijk kunt stellen. 

Han de Jong is voormalig hoofdeconoom van ABN Amro en momenteel ondermeer huiseconoom bij BNR. Hij schrijft wekelijks voor Fondsnieuws over economie en markten. Meer informatie over zijn visie kunt u lezen op Crystal Clear Economics.