Misser biedt ruimte aan optimisme


Het Amerikaanse Bureau of Labour Statistics (BLS) rapporteerde vorige week dat de werkgelegenheid in de VS in mei met 2,5 miljoen banen is toegenomen, nadat 20,7 miljoen banen verloren waren gegaan in april.

Voorafgaand aan de publicatie van zo’n cijfer worden de voorspellingen van tientallen economen uit de financiële sector op een rijtje gezet. De meest optimistische voorspelling was een banenverlies van ‘slechts’ 1,7 miljoen en de grootste somberaar verwachtte een verlies van 17 miljoen banen. De mediane verwachting was een verlies van 8 miljoen banen.

Die mediane voorspelling zat er dus 10,5 miljoen naast. Het werkloosheidspercentage was in februari nog 3,5 procent, bedroeg in april 14,7 procent, maar daalde in mei naar 13,3 procent terwijl economen een stijging naar bijna 20 procent hadden verwacht.

Nooit eerder heb ik economen zo zien miskleunen. Vorig jaar bijvoorbeeld zat de mediane voorspelling er gemiddeld 65.000 banen per maand naast en was de grootste misser 176.000 banen. Hoe kun je er nu dan met z’n allen meer dan 10 miljoen banen naast zitten? Hoe hebben al die economen miljoenen banen niet gezien? Of zijn die er helemaal niet en kloppen de cijfers niet? Belangrijker, wat zegt dat banenrapport over het economisch herstel?

Dit zijn bijzondere tijden voor iedereen, inclusief economen en statistici. In het rapport van het BLS wordt uitgelegd dat de mogelijke foutenmarge rond de cijfers momenteel groter is dan normaal, onder andere door de lager dan gebruikelijke respons bij de enquêtes en de steekproeven. Maar dat kan het verschil tussen de verwachtingen van economen en de gerapporteerde cijfers zeker niet volledig verklaren. 

Wekelijkse cijfers gaven een hint

Economen baseren hun voorspelling voor dit maandelijkse cijfer onder andere op de wekelijkse cijfers over de nieuwe aanvragen voor werkloosheidsuitkeringen. In de afgelopen 10 weken hebben ruim 40 miljoen Amerikanen een werkloosheidsuitkering aangevraagd. Wat echter opvalt in die wekelijkse cijfers, is dat het totaal aantal doorlopende uitkeringen (continued jobless claims) in die periode maximaal 25 miljoen heeft bedragen en op 21 miljoen staat in de laatste week waarover cijfers beschikbaar zijn. Die cijfers sporen meer met het maandelijkse cijfer over de werkgelegenheid zoals dat door het BLS vrijdag werd gepubliceerd.

In een wekelijks macro-commentaar op mijn eigen website schreef ik onlangs dat de combinatie van deze cijfers erop lijkt te duiden dat weliswaar veel mensen werkloos worden, maar dat er kennelijk ook weer veel een baan vinden, bijvoorbeeld bij logistieke bedrijven. Nu ben ik geen leek op dit gebied, maar ook niet de grootste deskundige en het leek me goed navraag te doen bij een bevriende Amerikaanse arbeidsmarkt-econome.

Zij zei me dat ik te positief was. De reden dat het aantal doorlopende uitkeringen niet nog veel hoger was, kwam volgens haar doordat de instanties die de aanvragen behandelen het werk niet aankunnen. Dat klonk redelijk. Want voor de crisis hadden ze te maken met zo’n 200.000 aanvragen per week en op het hoogtepunt van een paar weken geleden met meer dan 6 miljoen, 30 keer zoveel. Achteraf gezien, echter, was mijn verklaring dat er veel mensen nieuwe banen vinden waarschijnlijk toch juist. In mei is vooral het aantal banen sterk toegenomen in sectoren die geleidelijk weer open zijn gegaan.

Dat lijkt logisch en stemt daarom optimistisch. Zou de Amerikaanse economie toch sneller en krachtiger kunnen opveren dan velen verwachten? Om op die vraag een antwoord te geven is het nuttig naar andere factoren te zoeken die het herstel kunnen steunen.

Geldgroei is spectaculair geaccelereerd

We weten drie dingen heel zeker. Ten eerste: de economie is in een recessie terechtgekomen door een externe schok, niet doordat er een fundamenteel probleem in de economie zelf was. Dat vergroot waarschijnlijk de kans op een vlot herstel. Ten tweede: de teruggang in bedrijvigheid is ongekend abrupt en diep. En ten derde: beleidsmakers hebben zowel via de overheidsbegroting als via het monetaire beleid zeer ingrijpende maatregelen getroffen om de economie te steunen.

Populair gezegd, zowel de Amerikaanse overheid als de Fed smijten met geld. Heel anders dan tijdens de crisis van 2008/09 leiden die acties momenteel tot een opmerkelijke versnelling van de geldgroei. Zo is de jaar-op-jaar groei van M1 (dat hoofdzakelijk bestaat uit chartaal geld en direct opeisbare banktegoeden) geaccelereerd van zo’n 6 procent voor de coronacrisis tot ruim 27 procent.

In de laatste drie maanden bedraagt de geannualiseerde groei zelfs bijna 85 procent! Veel economen zien M1 als een goede voorspeller van de richting van de conjunctuur. Het gaat immers om geld dat mensen beschikbaar hebben. Dat is inmiddels zoveel dat er - zelfs bij terughoudend bestedingsgedrag - een stevige impuls vanuit kan gaan. 

De onzekerheden rondom de cijfers zijn groot. Toch geeft de combinatie van de laatste arbeidsmarktcijfers en de monetaire ontwikkelingen reden voor enig optimisme over het herstel van de Amerikaanse economie. 

Han de Jong is voormalig hoofdeconoom van ABN Amro. Hij schrijft wekelijks voor Fondsnieuws over (de gevolgen van het coronavirus voor) economie en markten. Meer informatie over zijn visie kunt u lezen op Crystal Clear Economics.