Werklozen dragen kosten crisis, niet belastingbetaler


Af en toe verschijnen artikelen waarin een poging wordt gedaan voor te rekenen wat de coronacrisis-maatregelen van diverse overheden ons allemaal kosten. Vooral de vraag ‘Wie gaat dat betalen?’ is populair.

Er zijn weinig zaken die mensen zo opwinden als de gedachte dat er met hun ‘zuurverdiende belastingcenten’ dingen gebeuren waar ze ‘teugen’ zijn.

In zijn, overigens altijd lezenswaardige FD-column rekende Corné van Zeijl vorige week voor dat de teller inmiddels bij 7.000 euro per Nederlandse belastingbetaler staat. Die berekening kan best kloppen, maar er is natuurlijk geen belastingbetaler die dit jaar voor een dergelijk bedrag extra wordt aangeslagen. Als de overheid prompt lastenverzwaring zou doorvoeren om de maatregelen te bekostigen, dan zou het CPB er koopkrachtplaatjes bij kunnen berekenen en dan heb je direct een beeld, maar zo eenvoudig ligt het niet.

Op individueel niveau is het doorgaans volstrekt helder wat iets kost en wie het betaalt. Op macroniveau ligt dat echter anders. Anderhalve week geleden zei Klaas Knot op televisie dat niemand schuld heeft aan deze crisis en dat het daarom redelijk is de kosten over diverse generaties uit te smeren. Wat hij bedoelde, is dat DNB er voorstander van is dat de overheid leent voor de extra uitgaven.

Er hoeft zodoende niet heel straf bezuinigd te worden om het overheidstekort terstond of weer snel te beperken. Daar zou trouwens ook weinig maatschappelijk – en met de verkiezingen in zicht – politiek draagvlak voor zijn. Bovendien zou het economisch nergens op slaan. Het doel van al die maatregelen is immers te compenseren voor de verminderde bedrijvigheid. Dat doe je per saldo niet door op sommige plaatsen steun te verlenen en op andere plaatsen tegelijk af te knijpen.

Echte kosten voor belastingbetaler vallen enorm mee

Maar wie er nu precies betaalt en hoeveel, is hiermee nog niet gezegd. Onze overheid kan momenteel tegen negatieve rente lenen. Dus eigenlijk krijgen we voorlopig geld toe als we meer lenen. In de toekomst, wanneer de nu uitgegeven obligaties aflopen en moeten worden geherfinancierd, is de rente misschien hoger en dan is het een ander verhaal, maar dat is allemaal onzeker. 

In de discussie wordt soms naar voren gebracht dat de feitelijke last wordt gedragen wanneer we die extra overheidsschuld weer aflossen. Daar kunnen we kort over zijn, dat gebeurt niet vaak. Per definitie lost de overheid alleen schuld af wanneer zij een overschot op de begroting heeft. En doorgaans gebeurt dat in een land als het onze, met een relatief bescheiden overheidsschuld, eerder per ongeluk dan als nadrukkelijk beleid gericht op het aflossen van de staatsschuld.

Bovendien komen overschotten op de overheidsbegroting meestal voor in goede tijden. Dan is de extra last die we met ons allen dragen om die overheidsschuld af te lossen niet erg zwaar. Hooguit zijn er nauwelijks zichtbare ‘opportunity kosten’, zoals extra uitgaven of lastenverlichting die anders mogelijk waren geweest, maar die conjunctureel wellicht sowieso onwenselijk zouden zijn.

Bij overheidsschuld gaat het vooral om ratio’s, met name de schuld ten opzichte van het bbp. Als het nominale bbp sneller groeit dan de omvang van het jaarlijkse begrotingstekort, dan daalt deze ratio. Ook op die manier kan de feitelijke last van de extra schuld die we ons nu permitteren geleidelijk worden gedragen zonder dat iemand daar veel van merkt.

Wat voor de financiële situatie voor een individu geldt, geldt niet altijd voor de economie als geheel. De maatregelen die overheden nemen om de economie te steunen en waarvoor we het overheidstekort laten oplopen vormen geen grote last. Niet nu en ook niet voor toekomstige generaties. 

Liever te veel en te lang dan te weinig en te kort

De echte last van de crisis wordt gedragen door de mensen die hun baan of hun bedrijf verliezen. Heel terecht zei Klaas Knot op televisie letterlijk dat die mensen ‘het gelag betalen’. De ongelijkheid is hier groot, want ofwel je verliest je baan of je bedrijf, of je verliest hem niet. Aangezien de feitelijke last van steun- en stimuleringsmaatregelen toch niet groot is, valt er veel voor te zeggen dat de overheid liever te veel dan te weinig doet en er liever te lang mee doorgaat dan er te snel mee ophoudt. 

Han de Jong is voormalig hoofdeconoom van ABN Amro. Hij schrijft wekelijks voor Fondsnieuws over (de gevolgen van het coronavirus voor) economie en markten. Meer informatie over zijn visie kunt u lezen op Crystal Clear Economics.