Wopke-Wiebes fonds, schiet met hagel!


Het zogenoemde Wopke-Wiebes fonds, of eigenlijk het Nationale Groeifonds, is afgelopen week besproken in de Tweede Kamer. Ik ben bang dat ik een natuurlijke scepsis heb tegen dit soort fondsen. Ze worden met veel bombarie aangekondigd, maar in de praktijk blijkt de effectiviteit vaak teleurstellend.

In 2014 werd de Nederlandse Investeringsinstelling (NLII) opgericht met als doel middelen van pensioenfondsen naar projecten te kanaliseren die anders niet gefinancierd zouden worden. In 2018 werd de NLII ontmanteld omdat goede projecten aan voldoende middelen via de markt kwamen. De NLII had geen functie.

Invest-NL: twee kapiteins 

Meer recent is Invest-NL opgericht, dat ‘impact investor’ wil zijn door projecten te financieren die Nederland duurzamer en innovatiever moeten maken. Daar loopt het vooralsnog evenmin storm. Of dat ligt aan gebrek aan technische kennis, financiële creativiteit, durf of juist aan te veel bureaucratie is niet duidelijk.

Ondanks deze niet onverdeeld positieve ervaringen denk ik dat het nieuwe fonds een waardevolle bijdrage kan leveren aan de verdiencapaciteit van onze economie. Sterker nog, ik denk dat juist een overheidsinstelling, meer dan een commerciële instelling, hierbij een cruciale bijdrage kan leveren. Maar dan moet het wel een aantal forse uitdagingen overwinnen. Sommige uitdagingen zijn evident. Het fonds moet niet in het vaarwater van Invest-NL gaan zitten, maar enige wrijving lijkt mij onvermijdelijk.

Verder krijgt het fonds twee kapiteins, de minister van EZ&K en die van Financiën. Dat lijkt mij niet ideaal. De toeslagenaffaire laat zien wat er mis kan gaan met gedeeld ‘ownership’ en elkaar de schuld geven als het niet goed gaat. Dan is de vraag of de ministeries voldoende technische en bancaire kennis hebben om projecten goed te beoordelen en zo niet, of men bereid is deze kennis in te huren. Ook is het jammer dat de minimale projectgrootte is gesteld op 30 miljoen euro. Het innovatieve MKB heeft compleet het nakijken.

Financiering innovatie

Maar de belangrijkste uitdaging lijkt mij de risicograad van de met het fonds te realiseren portefeuille. En dat lijkt me tevens de sleutel tot succes. De te financieren projecten zouden via de markt niet aan voldoende middelen komen. Het kan niet anders dan betekenen dat de portefeuille meer risicovol zal zijn dan die van banken en andere financiers. 

Investeren in innovatie is per definitie zeer onzeker, vaak te onzeker voor banken. Het grote verschil tussen de overheid en het commerciële bankwezen is dat de overheid het zich beter kan veroorloven zeperds in portefeuille te hebben. Tegenover een zeperd staat hopelijk wel een zeer succesvol project. Om het in simpele bewoordingen te vatten: de overheid kan zich permitteren met hagel te schieten. Particuliere financiers kunnen dat niet of in ieder geval minder. Ook spelen hier moeilijk te meten maatschappelijke baten die voor banken natuurlijk niet of slechts beperkt tellen.

Onverantwoorde risico’s

Als het Wopke-Wiebes fonds via investeringen in kennisontwikkeling, R&D, innovatie en infrastructuur de verdienkracht van ons land wil vergroten, zal het meer onzekerheden moeten aanvaarden dan banken kunnen en willen. En ofschoon de overheid zulke risico’s economisch zonder problemen kan dragen, is het de vraag of men ook de politieke bereidheid heeft met hagel te schieten. Paul Krugman heeft eens gezegd dat een centrale bank die een ernstige dreiging van deflatie wil afwenden ‘credibly irresponsible’ moet zijn.

In navolging van hem zeg ik dat een overheid die innovatie echt een impuls wil geven ‘onverantwoorde financieringsrisico’s moet nemen’. Als het fonds voorzichtig aan gaat doen uit vrees dat er politiek gedoe ontstaat over onvermijdelijke zeperds, dan is ook dit fonds tot mislukken gedoemd. 

Han de Jong is voormalig hoofdeconoom van ABN Amro. Hij schrijft wekelijks voor Fondsnieuws over economie en markten. Meer informatie over zijn visie kunt u lezen op Crystal Clear Economics.