Beleggers en beloning


Een van de grote macro-economische thema's op dit moment is de ontwikkeling van het arbeidsinkomen. Het deel van de toegevoegde waarde dat naar beloning voor arbeid gaat daalt in nagenoeg de gehele wereld gemiddeld al zo’n jaar of veertig. Bedrijven krijgen een steeds groter deel van de koek.

Op het eerste gezicht lijkt een daling van de arbeidskosten goed voor bedrijven - en onderliggend voor aandeelhouders in deze bedrijven. Maar is dat wel zo? Een hele legitieme vraag, zeker als je kijkt naar het lange termijn rendement van het bedrijf, maar wellicht nog belangrijker, het maatschappelijk belang van een correcte beloning. 

Oorzaken

Voor 'kapitaal' is deze ontwikkeling dus prettig. Voor arbeid minder. Een aantal oorzaken voor deze ontwikkelingen strijden om de meeste aandacht. Ik noem er hier twee.

Ten eerste zorgt technologische vooruitgang ervoor dat banen verdwijnen. Daarbij gaat het niet om een doemscenario waarbij robots of kunstmatige intelligentie banen op grote schaal overnemen van mensen, maar een meer graduele verschuiving in taken, met per saldo een drukkend effect op de beloning van arbeid. Ten tweede zorgt verdere globalisering ervoor dat arbeidsinkomens gemiddeld dalen. Bedrijven maken de meest optimale afweging tussen kosten en opbrengsten, waarbij de meest arbeidsintensieve activiteiten worden verricht in die landen waar de lonen het laagst zijn. En die lonen zijn vaak zo laag, dat werknemers van die bedrijven er niet of nauwelijks van kunnen rondkomen.

Beperkingen aan houdbaarheid van ongelijkheid

Als het gemiddelde loon van werknemers stelselmatig achterblijft bij de inkomsten van kapitaalbezitters ontstaat er op de lange termijn een probleem voor bedrijven. Het lange termijn rendement wordt bepaald door de omvang van de markt, ofwel koopkrachtige eindconsumenten. Als het inkomen van die eindconsumenten niet of nauwelijks stijgt, neemt die eindvraag ook niet toe.

Dit soort ontwikkelingen blijft op microniveau natuurlijk heel lang onzichtbaar; het ontslag van een paar werknemers of stagnerende lonen hebben niet meteen merkbare gevolgen voor de omvang van de totale markt en dus gevolgen voor het rendement. Maar een sluipende trend heeft dat uiteindelijk natuurlijk wel.

Beleggersbelang en werknemersbelang

Op de lange termijn is het voor iedereen – ook voor de belegger - van belang om een goede, faire beloning van werknemers te realiseren. Om werknemers ook mee te laten delen in het rendement van investeringen. Het macro-economische argument staat hierboven al: om ervoor te zorgen dat de markt groeit en er zo op lange termijn een rendement kan worden behaald. Maar het gaat ook om een maatschappelijk belang: een eerlijke beloning van werknemers en ze perspectief bieden. Daarvoor is het natuurlijk verleidelijk om naar de overheid te kijken. Daar hebben we toch belastingen voor? Maar dat is te gemakkelijk. Bedrijven hebben ook een eigen verantwoordelijkheid en soms schiet de overheid tekort.

Bedrijven die hun productieactiviteiten bijvoorbeeld massaal naar Azië hebben verlegd betalen wellicht netjes een wettelijk minimumloon, maar dat is vaak niet eens genoeg voor een gezin met twee werkende volwassenen om van rond te komen. Een loon waar mensen op een fatsoenlijke manier van kunnen leven is wel het minste waar bedrijven op kunnen worden aangesproken.

Hetzelfde geldt voor het beloningsbeleid: als de top kan meeprofiteren van kapitaalwinst in de vorm van aandelen of opties, is het ook van belang om de rest van de werknemers op een faire wijze mee te laten profiteren. Dit zorgt voor perspectief voor werknemers en daarmee voor grotere tevredenheid. 

Beleggers kunnen hier ook een rol in spelen en een verantwoordelijkheid nemen: door niet te investeren in bedrijven waarvan je weet dat de beloning die wordt gegeven bij lange na niet genoeg is om van rond te komen. Het beleggersbelang is ook een maatschappelijk belang.

Hans Stegeman is econoom en werkt bij Triodos Investment Management.