Collectieve kortzichtigheid


Alles, maar dan ook echt alles, duidt erop dat we klaar zijn met praten over ‘herstel’ en ‘normalisatie’ na de Grote Financiële Crisis, nu inmiddels tien jaar geleden. We zitten in een nieuw normaal met lagere groei en hogere schulden.

Er komen geen nieuwe gouden bergen. Ondertussen hebben we echter te weinig veranderd om de fouten uit het verleden te voorkomen. We hebben een economie waarin de financiële risico’s alleen maar groter zijn geworden en financiële markten die vooral worden gedreven door een overschot aan liquiditeit. Beleggers hadden geleerd moeten hebben dat van geld nog meer geld proberen te maken uiteindelijk eindigt in een drama. Maar zolang het feestje duurt is het lastig uitstappen. Niemand heeft er belang bij de grote risico’s te zien. Groepsdenken is zowel het oude als het nieuwe normaal.

Afkoeling en risico’s

Een greep uit het nieuws van de afgelopen week: het IMF stelt dat de economische groei mondiaal toch echt afkoelt en dat de financiële stabiliteit er niet beter op wordt. De ECB blijft een ruim monetair beleid voeren. Is dit reden voor paniek? Nee; het is een reality check. Niet in de laatste plaats voor beleggers.

Tot en met halverwege vorig jaar surften beleggers rustig mee op de golven van herstel van de wereldeconomie. Geholpen door een flinke dosis monetaire morfine die alle risico’s verdoofde, was er jarenlang sprake van een prima beleggingsomgeving. Tot het laatste kwartaal vorig jaar. De correctie die toen plaatsvond, bleek vooralsnog slechts tijdelijk. Na de monetaire draai van de belangrijkste centrale banken begin dit jaar zitten de beurzen weer in een opgaande lijn.

Maar dat neemt niet weg dat de risico’s er nog steeds zijn en zelfs groter worden. Uit het rijtje van het IMF:

  • De bij geringe economische tegenwind onhoudbare hoogte van bedrijfsschulden in veel ontwikkelde economieën. 
  • De nog immer knellende wurggreep van de financiële sector op overheden en vice versa in de eurozone. Dit geldt bijvoorbeeld voor Italië, maar ook voor Duitsland (en Nederland), waar grote banken nog steeds niet kunnen omvallen.
  • Financiële onevenwichtigheden in China en daaruit voortkomende besmettingseffecten voor de rest van de wereld.
  • Oververhitte woningmarkten en als gevolg daarvan mogelijk sterke correcties in verschillende landen.

Daar komt ook nog bij dat steeds meer beleggers zich laten leiden door benchmarks waardoor regio-allocaties vaak plaatsvinden op basis van benchmarkoverwegingen in plaats van fundamentele analyse. Enorme bedragen zijn daardoor bijvoorbeeld richting opkomende economieën gegaan. Benchmarkkeuzes, versterkt door passieve fondsen en handel door algoritmes versterkt de risico’s. In vergelijking met tien jaar geleden zijn de risico’s eerder groter dan kleiner. De monetaire gereedschapskist is leger en de overheidsbalansen hebben gemiddeld genomen ook minder ruimte voor corrigerend beleid.

Dit zijn feiten.

Groepsdenken

Toch worden dit soort bespiegelingen vaak weggezet als doemdenken. Ik kan niet anders concluderen dan dat het groepsdenken nog altijd wordt gedomineerd door de korte termijn.

Een aantal kenmerken hiervan, zoals het collectief rationaliseren van bedreigingen en het als doemdenkers wegzetten van mensen die waarschuwen, is nog altijd aanwezig. Want, inderdaad, zolang het feestje duurt is het niet in het eigenbelang dat te verpesten. De structurele onevenwichtigheden en risico’s worden dan wel benoemd, er wordt zeker niet naar gehandeld. Onder het mom van ‘het komt later wel goed’ gaat de collectieve blik niet verder dan de korte termijn. Kuddegedrag lijkt op de korte termijn heel rationeel, maar is echt niet verstandig.

Perspectief

Het beleggersperspectief van dit verhaal hangt af van wat je als belegger wil. Je kan natuurlijk puur het momentum willen spelen: zolang het feest duurt vol in de aandelen en dan hopen op tijd de uitgang te halen. Of een soort van mainstream-aanpak: een beetje voorzichtig, maar ook niets willen missen van het feestje.

Als we naar de positionering van veel beleggers kijken, is het vaak een van deze twee. Want het vergt nogal wat om tegen de stroom in een langetermijnvisie vast te houden en aan het groepsdenken te ontsnappen. Zoals u onderhand wellicht begrijpt, is die wat mij betreft tweeërlei. Ten eerste: houdt rekening met een forse omslag. Dat kan nog wel even duren, maar houdbaar is de huidige trend niet. Ten tweede: investeer alleen in bedrijven die bijdragen aan een duurzamere wereld waarin met geld niet alleen maar geld wordt gemaakt. Productieve bedrijven die bijdragen aan de reële, duurzame economie, daar moet het geld naartoe gaan. En dat is vooralsnog geen groepsdenken.

Hans Stegeman is econoom en werkt bij Triodos Investment Management.