De jeukrups en beleggen


Ik ben een fietser. En dus ben ik de afgelopen weken zoals velen in Nederland ook een nieuwe ervaring rijker. Eerst vraag je je af waarom je toch zoveel muggenbulten zo dicht bij elkaar hebt. Daarna kom je erachter dat het de eikenprocessierups is. Een symptoom van een ecosysteem dat totaal uit balans is.

Wat je als belegger hiermee moet? Nou, vrij veel. Groen beleggen gaat over meer dan het uitsluiten van bedrijven of CO2-footprints. Groen beleggen gaat over… groen, over biodiversiteit. Over onze toekomst.

Blik op het verleden

Laten we eerlijk zijn: beleggers rijden op de achteruitkijkspiegel. Beleggingsportfolio’s worden samengesteld en geselecteerd op basis van resultaten uit het verleden. De ultieme achteruitkijkspiegel, de benchmark, vormt daarbij vaak het uitgangspunt.

Ik noem dit de ultieme achteruitkijkspiegel, omdat zowel de rendementsontwikkelingen als de samenstelling voortkomen uit trends uit het verleden. En als er al vooruitgekeken wordt, bijvoorbeeld om verwachte rendementen te berekenen, wordt impliciet aangenomen dat de wereldeconomie wel zal doordenderen zoals ze dat in de afgelopen vijftig jaar heeft gedaan. Hooguit wat ontwikkelingen in demografie en productiviteit die mogelijk wat anders uitvallen, maar een kniesoor die daar op let.

Groene risico’s

Het heeft de nodige tijd en moeite gekost om het navigatie-instrumentarium voor beleggers uit te breiden en te verrijken. En dat was hard nodig. Transities, zoals de klimaattransitie, brengen nieuwe risico’s, maar ook kansen met zich mee.

Zo’n eerste aanvulling is de ESG-score van een bedrijf. Hoe hoger de score, hoe verantwoordelijker het bedrijf zich zegt te gedragen. Dit zegt nog vrij weinig over de daadwerkelijke impact van productie op de leefomgeving, maar wel of bedrijven hun beleid op orde hebben.

Een tweede, relatief nieuw metertje op het dashboard is de CO2-footprint van een beleggingsportfolio. Hoe hoger de footprint, hoe groter het risico. En naarmate landen een stringenter beleid gaan voeren om de ambities van het klimaatakkoord van Parijs te halen, worden die risico’s natuurlijk groter.

Een derde handig metertje is de impact van producten en diensten op de leefomgeving. Verschillende dataproviders kunnen dit soort informatie tegenwoordig leveren. Deze data laat zien wat de bijdrage is van producten en diensten aan de leefomgeving. Die is helaas veelal behoorlijk negatief, met als koplopers de fossiele industrie en de voedselproducerende industrie.

Dankzij dit uitgebreide dashboard hebben beleggers een beter overzicht en komen de groene risico’s steeds beter tot uiting. Mooi, maar toch blijft het bij mij jeuken.

Groene jeuk

Want die risico’s mogen dan wat zeggen over de toekomst, de ‘wetenschap’ van het beleggen blijft geënt op het verleden.

Mijn idee zou zijn dat het de hoogste tijd is voor een omslag en echt groen te gaan beleggen. De business case maken voor die miljard bomen die moeten worden geplant om het klimaatprobleem te helpen oplossen. De businesscase maken om het insectenbestand weer op niveau te brengen. De technologie financieren die ervoor zorgt dat de bodemvruchtbaarheid weer op peil wordt gebracht. Herstel en balans in biodiversiteit. Zodat ook de eikenprocessierups geen plaag is omdat er ook weer natuurlijke vijanden zijn.

Momenteel valt in dit soort zaken op de beurs niet te beleggen. Nog niet. Maar de volgende keer dat de eikenprocessierups u weer de kriebels geeft, overdenk dan dat alle investeringsbeslissingen gebaseerd zijn op een wereld zoals we die kenden. En de geschiedenis herhaalt zich niet. Echt groen beleggen kent maar één maatstaf: het draagt bij aan onze leefomgeving op de lange termijn.

Voor de rest kan het me jeuken.

Hans Stegeman is econoom en werkt bij Triodos Investment Management.