Groenwassen in Europa


Stel, je vindt dat er iets ‘goeds’ moet gebeuren. Bijvoorbeeld dat kinderen minder suiker binnenkrijgen door minder te snoepen. Om dat te bereiken ga je heel nauwkeurig vastleggen wat gezond voedsel is. Sterker nog: je gaat alle producenten en verkopers van gezond voedsel vragen in een duidelijk stramien, ook wel taxonomie genoemd, uit te leggen waarom dit voedsel zo gezond is.

Zo, denk je dan, hebben we er in ieder geval voor gezorgd dat gezond voedsel ook echt gezond is en dat iedereen dat weet.

De jeugd, echter, blijft hetzelfde ongezonde eten tot zich nemen. Om de doodeenvoudige reden dat het gezonde voedsel ineens veel duurder wordt, omdat producenten allerlei formuliertjes moeten invullen om aan te tonen dat hun producten het keurmerk ‘gezond’ verdienen. En vervolgens moet dat natuurlijk allemaal gecontroleerd worden waar uiteraard een vergoeding voor moet worden betaald.
Waanzin. Welkom in de wereld van sustainable finance van Europa!

Het begon zo goed. Het Europese actieplan Sustainable Finance moet ervoor zorgen dat de financiële sector in actie komt om de duurzame ontwikkelingsdoelen – de SDG’s - en het Akkoord van Parijs te realiseren. Door meer inzicht te geven in de effecten van investeringen en beleggingen op basis van duidelijke criteria, kan duurzaamheid beter worden gefinancierd. Een heel goed idee.

Verkeerde implementatie

Dit idee is op verschillende manieren in te vullen. Een logische invulling zou zijn om van alle beleggingen en investeringen de impact te laten zien. Zowel de positieve als de negatieve. En dan het liefst op een gestandaardiseerde manier, zodat klanten duidelijk kunnen zien wat de impact van hun belegging is. En een overheid, zeker een Europese, is bij uitstek de partij om zoiets af te dwingen. Een zeer krachtig instrument om sustainable finance naar een hoger niveau te tillen. En un-sustainable finance zichtbaar te maken.

Maar het liep anders. In plaats van zich te concentreren op de impact van alle investeringen, heeft de Europese lobby het voor elkaar gekregen sustainable finance alleen te laten gaan over investeringen die duurzaamheid als kenmerk hebben. Allereerst weet je dan zeker dat dit het verschil niet gaat maken, want het aandeel van duurzame financiering is weliswaar groeiend, maar nog veel te klein. Veel belangrijker natuurlijk is dat niet-duurzame investeringen duurzamer worden. En dan is het noodzakelijk om inzicht te krijgen in wat de gevolgen zijn van de nog altijd enorme investeringen in de fossiele industrie. Hoe het staat met de governance van bedrijven waarin wordt belegd. Of de mensen die bijvoorbeeld in de textielfabrieken in Zuidoost-Azië werken fatsoenlijk betaald krijgen. Alleen dan is het duidelijk voor de klant waar zijn geld naartoe gaat en waarom niet-duurzaamheid een groter probleem is dan duurzaamheid.

De scope is dus duidelijk verkeerd. En wat daar nog bijkomt, is dat de voorgestelde regels (de taxonomie) ook nog eens verdere verwatering toestaan. Van alle lopende olie- en gasprojecten zou 50 procent zelfs nog wel eens als duurzaam kunnen worden aangemerkt. Met als gevolg dat niet alleen de impact van niet-duurzaam onduidelijk blijft, maar dat klanten ook nog eens een rad voor de ogen wordt gedraaid als het gaat over door Europa geverifieerde duurzaamheid. Hoe dit alles zo heeft kunnen gebeuren, is duidelijk. Duurzaamheid als groeimarkt, als niche, vindt iedereen ok. Maar echte verandering, daar zitten de gevestigde belangen niet op te wachten.

Nu nog even terug naar mijn voorbeeld in het begin. Heeft u zelf kinderen en wilt u dat ze gezonder eten? Dan kiest u hoogstwaarschijnlijk eerder voor fruit dan voor een zak chips. En dat is met sustainable finance natuurlijk niet anders: als klanten van de financiële sector zullen we moeten laten zien dat we het duurzamer willen.

Dan zou het wel zo prettig zijn geweest als Europa daarvoor de goede bijsluiter had gemaakt.

Hans Stegeman is econoom en werkt bij Triodos Investment Management.