Alternatief voor EM


Beleggers verkiezen soms een belang in één multinational boven een meer rechtstreekse belegging in de opkomende markten. Dit wordt verdedigd met het argument dat concerns als Unilever en ASML meer dan 50 procent van hun omzet in opkomende landen realiseren. Toch mis je daardoor de onderscheidende kenmerken in deze beleggingscategorie, die in bepaalde perioden extra rendement op kunnen leveren.

De hogere economische groei, de stijging van de welvaart en minder vergrijzing zijn een paar van de belangrijkste redenen om in opkomende landen (EM) te beleggen. Ook westerse ondernemingen profiteren van deze gunstigere ontwikkelingen. Zo steeg de omzet van Europese ondernemingen in EM van rond de 10 procent van de omzet in de negentiger jaren naar ruim 30 procent nu. 

Een belegging in een westerse multinational levert daardoor ook exposure op naar EM, terwijl de risico’s lager lijken dan bij een directe belegging in een onderneming in die landen. Dit betreft dan risico’s door corruptie, minder goed gereguleerde markten, politieke ontwikkelingen, valutaschommelingen en een lagere free float. Daarnaast zijn de dividenduitkeringen van westerse ondernemingen hoger. 

Daar staat tegenover dat niet geprofiteerd wordt van lokale merken en gebruiken en tevens niet van lokale toetredingsdrempels, schaalvoordelen en overheidsbescherming. 

Genoeg spreiding?

Wat is de praktijk? Het aandeel Unilever leverde over de afgelopen tien jaar een hoger rendement op dan de EM-index. De correlatie met opkomende markten is echter laag. Het argument dat Unilever genoeg spreiding naar opkomende markten oplevert is dan ook net zo onvolledig als beweren dat de activiteiten van Unilever Nederlands dan wel Brits zijn op grond van het land van registratie. Eenzelfde conclusie geldt voor veel andere individuele multinationals. De correlatie met opkomende markten is laag, maar het rendement is hoger bij een hogere volatiliteit. 

Dat de volatiliteit van de individuele multinationals hoger is dan die van de EM-index, is logisch en een gevolg van het effect van portefeuilleconstructie. Door meer aandelen te combineren neemt het risico van de index af. 

Ook als een aantal multinationals gecombineerd wordt, zoals in de FTSE Developed Multinational  Index, leverde dit over de afgelopen jaren grote voordelen op: een hoger rendement bij een lager risico en een hogere correlatie met de EM-index. Dus bij opname van meerdere multinationals in een portefeuille beweegt het rendement meer mee met de opkomende markten bij een lager risico. 

Een belegger kan met een zorgvuldige selectie van de multinationals inspelen op specifieke groeimogelijkheden in opkomende landen. Veel hangt af van de fase van de cyclus in een sector. Bij nieuwe producten hebben lokale ondernemingen een groter voordeel. Wanneer marktaandelen toenemen kunnen multinationals beter presteren. 

Dit jaar blijft de multinational index overigens achter bij de EM-index, waarbij de sterke prestaties van de bedrijven in technologie en duurzame consumptiegoederen het verschil lijken te maken.

Ineke Valke is beleggingsstrateeg en econoom.