Het probleem van de 'forward'-rente


Als fondsmanager derivaten wordt mij wel vaker gevraagd wat ik van de markt denk. Veel van die vragen hebben betrekking op de rente-swapcurve en meestal heb ik daar wel een antwoord op.

 

Waar ik echter altijd het spoor bijster raak, is bij de vraag wat ik van de 'forward'-rente of forward-curve vind.

Geen voorspelling
De forward rente wordt vaak omschreven als de rente in de toekomst, zoals de markt die nu voorspelt. Echter, het is geen voorspelling: de forward komt niet tot stand door een enquête onder beleggers waarin men vraagt wat de rente in de toekomst gaat zijn.

Die forward-'voorspelling' komt uit de huidige marktprijzen voor rentes of obligaties.

Meestal hebben leningen van verschillende looptijden andere rentes. Vaak zijn deze rentes oplopend naarmate de looptijd langer is, maar soms ook weer niet. Al die rentes vormen wat men noemt een rente- of yieldcurve en die yieldcurve wordt gebruikt om de forward-rente te berekenen.

Eenvoudige optelsom
Wat men bedoelt met een voorspelling van de toekomstige rente, is het volgende: Als men nu naar de rente voor vier-jaarsobligaties kijkt en die vergelijkt met twee-jaarsobligaties, dan zou dat iets moeten zeggen over wat de twee-jaarsrente is over twee jaar.

Voor mij is die forward-rente het resultaat van een eenvoudige optelsom en geen voorspelling. Stel dat iemand mij vraagt om een lening die pas over twee jaar ingaat, en dan twee jaar lang loopt.

In de tussentijd kan ik mijn geld aan iemand anders voor 2 jaar uitlenen tegen 2 procent of voor 4 jaar uitlenen tegen 4 procent. Als ik niet ongeveer 6 procent ontvang op die forward- lening, ben ik beter af door mijn geld aan iemand anders voor 4 procent uit te lenen.

De vraag die mij gesteld wordt en waar ik moeite mee heb, is of ik die 6 procent hoog vind. 'Helaas' is mijn antwoord dan altijd: 'neen, die is precies goed.'

'Rente-op-rente'-effect
Gemakshalve negeer ik even het 'rente-op-rente'-effect, waardoor ik zelfs iets hoger dan 6 procent zou uitkomen, maar ‘gemiddeld’ wil ik dus met mijn twee-jaarslening plus forward op die 4 procent uitkomen. Is de forward lager, dan zal ik mijn geld voor vier jaar uitlenen tegen 4 procent.

De hoge liquiditeit van de renteswapmarkt zorgt er echter voor dat die optelsom altijd in evenwicht is. Kleine verschillen zullen onmiddellijk door arbitrage teniet worden gedaan door de honderden banken en andere financiële instellingen die dagelijks in die markt actief zijn.

Een vraag die mij ook wel eens gesteld wordt over forward-rentes, is of men die forward kan kopen of verkopen om een visie op toekomstige rente te implementeren. Want als de 2-jaarsrente over twee jaar geen 6 procent blijkt te zijn, dan heeft men toch geld verdiend?

Tot volle verbazing van velen is mijn antwoord ook daar: 'neen, niet noodzakelijkerwijs.'

Een voorbeeld
Stel ik heb mijn geld op een deposito en ik heb de mogelijkheid om mijn rente voor 4 jaar vast te leggen of enkel voor de laatste twee jaar vast te leggen via een forward. Daalt de rente in de eerste twee jaar sterk, dan was ik beter afgeweest met een 4-jaarsrente van 4 procent.

Stijgt de rente in de eerste twee jaar sterk, dan ben ik beter af met de forward.

Het verschil tussen een 2-jaarsrente die 2-jaars-forward in gaat, en de 4-jaarsrente is enkel dat ik de eerste twee jaar geen rente ontvang of betaal. Die eerste twee jaar aan rentebetalingen er uit halen, is dus een visie op de huidige twee-jaarsrente; niet de forward.

De huidige 5-jaars swaprente is 2,50 procent. De forward 5 jaars swap-rente over 5 jaar is 4,40 procent en die vind ik: 'precies goed.'

Jeroen Wilbrink is Director Structured Solutions bij F&C Groep.

De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.