Klaar voor de storm?


In financiële markten komt onheil meestal onverwacht. Maar de grote klap wordt altijd voorafgegaan door waarschuwingsschoten.

De nervositeit over de aanstaande normalisering van het Amerikaanse monetaire beleid in de markten eerder dit jaar, tussen mei en augustus, kan gezien worden als zo’n waarschuwingsschot.

In de opkomende wereld kwam dit hard aan. Kapitaalstromen droogden snel op, valuta daalden flink in waarde, zowel obligaties als aandelen kregen klappen, en - misschien wel het belangrijkste - het blinde vertrouwen in emerging markets als beleggingscategorie, liep een flinke deuk op.

Tekort op lopende rekening
Na een paar maanden van forse tegenwind was het duidelijk waar de kwetsbaarheden lagen. De landen met een groot tekort op de lopende rekening, of waar langdurig sterke kapitaalinstroom kredietgroei tot extreme hoogtes had opgestuwd, waar inflatie hardnekkig was en waar hervormingen al jaren achterwege waren gebleven. Daar ging de correctie het hardst. Daar verloren beleggers het snelste hun vertrouwen. De belangrijkste van deze landen waren Brazilië, India, Indonesië, Turkije, Zuid Afrika en Thailand.

Het goede nieuws voor deze groep was dat de storm na augustus weer wat ging liggen. De Fed besloot in september nog even te wachten met het afbouwen van hun kwantitatieve geldverruiming, waarop de beleggingsgemeenschap weer ging geloven in de opkomende markten.

Sindsdien is het redelijk rustig gebleven en hebben de probleemmarkten alle kans gehad iets aan hun kwetsbaarheid te doen. De wake-up call was zeer duidelijk, maar gezien de beperkte beleidsmaatregelen die we tot nu toe gezien hebben, blijkbaar nog niet duidelijk genoeg.

Indonesië, Brazilië, Turkije
Er zijn natuurlijk verschillen in hoe de verschillende landen gereageerd hebben. Indonesië, Brazilië, Turkije en uiteindelijk ook India hebben allemaal de rente verhoogd de afgelopen maanden, om het acute risico van kapitaalvlucht te doen dalen en om inflatie en handelstekorten te bestrijden.

Dit lag voor de hand en heeft waarschijnlijk wel geholpen om grotere marktonrust te voorkomen. Maar waar alle landen, met uitzondering van Indonesië wellicht, nog steeds erg passief blijven, is op het vlak van de structurele hervormingen.

Uiteindelijk zijn er maatregelen nodig die het investeringsklimaat en de concurrentiepositie verbeteren, geloofwaardige stappen die begrotingstekorten aanpakken, die grote investeringen in infrastructuur mogelijk maken.

Dit soort beslissingen zijn essentieel, maar zijn tegelijkertijd politiek erg gevoelig. Met verkiezingen geprogrammeerd voor volgend jaar in Indonesië, Brazilië, Turkije, India en Zuid Afrika, is het haast onmogelijk om het noodzakelijke te doen. Dit is wel gebleken.

Kwetsbaarheid
Ondertussen nemen de onevenwichtigheden en dus ook de kwetsbaarheid van deze landen verder toe. Lopende-rekeningtekorten dalen niet of nauwelijks, ondanks de lagere groei.

Inflatie neemt verder toe. Als de Fed begin volgend jaar begint met het afbouwen van zijn geldcreatie, zal de druk op de opkomende wereld weer toenemen. De schade zal uiteindelijk veel groter zijn dan nodig was geweest, als overheden de waarschuwing van dit jaar meer ter harte hadden genomen.

Maarten-Jan Bakkum is beleggingsstrateeg opkomende markten bij ING Investment Management.

De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.