Maarten-Jan Bakkum: Meer dan een vertraging


Er is in China meer aan de hand dan een groeivertraging alleen. Een kredietcrisis is een reëel risico

Al vijf jaar duurt de Chinese groeivertraging. Na de verregaande stimuleringsmaatregelen die China op de rails hielden tijdens de Amerikaanse kredietcrisis van 2008 (en waar de hele wereld van meeprofiteerde), was een groeidaling onvermijdelijk geworden.

Beleidsmakers en economen waren het erover eens dat China zijn economie meer in evenwicht moest brengen, met een mindere afhankelijkheid van investerings- en exportgroei en met een groter belang voor consumentenbestedingen. In dit proces zou de totale groei wat minder zijn, maar als dat zou betekenen dat de groei evenwichtiger en duurzamer zou zijn, prima natuurlijk.

Al snel bleek echter dat de Chinese beleidsmakers slechts mondjesmaat geïnteresseerd waren om op de korte termijn meer evenwicht in de economie te brengen. Het kredietgedreven investeringsmodel waarbij het primaat van de belangrijkste economische beslissingen bij de overheid ligt, bleef intact.

Overcapaciteit

De sectoren met de grootste overcapaciteit werden nauwelijks aangepakt omdat de lokale overheden daar grote economische belangen hadden. Sterker nog, de overcapaciteit in bijvoorbeeld de staal- en aluminiumindustrie, maar ook in delen van de huizenmarkt, werd alleen maar groter.

Tevens werd het geleidelijk aan duidelijk dat de economie alleen maar meer afhankelijk aan het worden was van krediet. Er kwam dus niets terecht van wat het meest urgent was: het terugbrengen van de schuldquote in de economie. Sinds het gigantische stimuleringspakket van 2008 is die inmiddels opgelopen met 85 procentpunten, wat nooit eerder vertoond is, waar ook ter wereld, en wat het risico op een kredietcrisis significant maakt.

Sinds de recente correctie op de beurs van Sjanghai en de mini-devaluatie van de renminbi is het vertrouwen in de Chinese overheid flink aan het dalen, wat tot een scherpere kapitaaluitstroom leidt en de economische problemen verder vergroot.

Voor het eerst in decennia begint het besef wortel te schieten dat de regering in Peking niet langer de volledige controle over de economie heeft. De kapitaalvlucht is heel moeilijk te stoppen. In de afgelopen zestien maanden is er zo’n 700 miljard euro China uitgegaan.

Achter de feiten aan

De autoriteiten lopen achter de feiten aan. Hun monetaire stimulering is niet genoeg geweest om de uitstroom van kapitaal te compenseren. Dit maakt het economisch herstel steeds onwaarschijnlijker, wat weer tot meer kapitaalvlucht leidt en nieuwe renteverlagingen nodig maakt.

In dit proces moet de renminbi verder depreciëren, maar dit is ongewenst voor het financiële systeem, waar bedrijven in de jaren van renminbi-appreciatie zo’n 3000 miljard dollar aan buitenlandse schuld hebben opgebouwd.

Lange tijd zagen beleggers een forse groeivertraging als het grootste risico in China. In de laatste maanden zien we langzaam de focus verschuiven in de richting van een systeemcrisis. Dit zorgt voor grote onzekerheid op de financiële markten. Niet alleen opkomende markten worden geraakt.

Eindelijk begint het besef te ontstaan dat een Chinese kredietcrisis een reëel risico is.

Maarten-Jan Bakkum is beleggingsstateeg opkomende markten bij NN Investment Partners.

Deze column is verschenen in het Fondsnieuws-magazine Zelf Bewust China dat op 16 september is gepubliceerd.