Ontkoppeling


In de beste jaren van de laatste emerging markets boom had het woord “decoupling” een haast magische klank. De opkomende markten waren zich zo snel aan het ontwikkelen dat beleggers het als nadeel gingen beschouwen als landen een nauwe handelsrelatie hadden met het langzaam groeiende Europa, Noord-Amerika of Japan.

Groei kon gemaximaliseerd worden als er vooral veel geëxporteerd werd naar andere, snel-groeiende opkomende landen. En inderdaad, landen als Korea en China, die met veel succes nieuwe markten wisten aan te boren in Zuid-Azië, Afrika en Latijns Amerika, profiteerden in toenemende mate van de hoge groei in de opkomende wereld.

Hoe meer handel met emerging markets, des te meer voordeel voor de eigen economie. Dit thema werkte een hele tijd prima. Totdat de eerste tekenen van herstel van de crisis zichtbaar werden in de VS en Europa, en totdat kapitaaluitstroom en lagere vraag uit China de opkomende wereld tot een groeivertraging dwongen.

Het voordeel van veel handel met andere opkomende landen nam af naarmate het groeiverschil tussen ontwikkelde en opkomende markten daalde. Dit proces begon al in 2010 en versnelde in het afgelopen jaar.

Dat de opkomende wereld nu bijna 50 procent van al zijn exporten naar andere emerging markets stuurt, terwijl dit slechts 25 procent was in 2000, bewijst het succes van de handelsdiversificatie tijdens de boomjaren van 2002-2010.

Nadeel
Maar nu de beste groeidynamiek te vinden is in de VS, Japan en wellicht Europa, en de opkomende wereld naar adem hapt na jaren van excessieve kredietgroei en toegenomen economische onevenwichtigheden, is deze ontkoppeling voorlopig eerder een nadeel dan een voordeel.

Een optimist zou kunnen zeggen dat de groeicorrectie in de opkomende wereld al vergevorderd is, na de recente marktstress over de aanstaande normalisering van het monetair beleid in de VS. Tenslotte is de gemiddelde groei in emerging markets al gedaald van 8 procent in 2010 tot minder dan 5 procent nu.

China
Maar “vergevorderd” betekent nog niet dat de groei zijn laagste punt al heeft bereikt. China, verreweg de belangrijkste opkomende economie, staat nog maar aan het begin van haar structurele groeivertraging. Voor de rest van de opkomende wereld zal China nog jarenlang voor fikse tegenwind gaan zorgen. Met name de grondstoffenexporterende landen zullen hier last van hebben.

Voor deze landen is China de grootste handelspartner. Zij zijn erg gevoelig geworden voor veranderingen in de Chinese vraag naar grondstoffen. Landen als Brazilië, Chili, Peru, Indonesië en het grootste deel van Afrika zullen moeite hebben hun economische groei op peil te houden de komende jaren.

Tegelijkertijd zullen de landen waar de decoupling grotendeels aan voorbij ging in de jaren 2002-2010, zich kunnen optrekken aan de accelererende VS en het wat langzamer herstellende Europa. Mexico en Polen zijn twee opkomende markten waar beleggers goed op moeten letten de komende tijd.

Maarten-Jan Bakkum is beleggingsstrateeg opkomende markten bij ING Investment Management.

De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.