Rentedruk dwingt tot risico nemen


Banken gaan weer lagere en in enkele gevallen nu zelfs negatieve rentes doorvoeren op de spaardeposito’s van hun beleggende klanten. De actie is mede ingegeven door het besef dat rentes nog lang laag zullen blijven. De val in de rente na de uitbraak van het coronavirus heeft het laatste sprankje hoop op normalisatie weggevaagd. Nu rekent zo’n beetje iedereen met lower for longer.

Het IMF gaf dit ook als titel aan zijn financiële stabiliteit rapport in oktober, en wijdde uit over de uitwassen die de lage rentes op het beleggingsgebied tot nu toe al hebben gesorteerd. Voorbeelden daarvan zijn dat beleggers in de jacht naar rendement mondiaal obligaties hebben verruild voor zakelijke waarden, veel meer illiquide en alternatieve beleggingen hebben opgenomen en meer  risicovollere beleggingen zoals vastgoed, private debt en private equity. Ook aandelen en vooral obligaties uit opkomende landen zijn erg in trek geraakt.

Barbel-strategie

In obligatieportefeuilles is überhaupt veel meer kredietrisico opgenomen. Met de negatieve rentes die zich op staatsobligaties als een olievlek uitbreidden, hebben obligatiehouders massaal het anker verlegd naar bedrijfsobligaties. Onderwijl is de onderliggende kwaliteit van die poel verslechterd. De Oeso weergalmde deze trends in bedrijfsobligaties in hun eigen rapport in februari.

Tot nu toe konden beleggers nog schuilen in spaardeposito’s met een zeker positief rendement. Het vrijgekomen geld uit de verkopen van staatobligaties met een negatieve rente werd enerzijds in spaardeposito’s en anderzijds in obligatiefondsen met een hoger kredietrisico belegd. Met deze zogeheten barbel-strategie kwam je dan toch, gemiddeld genomen, op het risico-rendement van een traditionele obligatieportefeuille uit.

Welke alternatieven?

Met een spaarrente die richting de nul en voor sommigen zelfs naar negatief gaat, wordt één been van die barbel afgezaagd. Nu was de rentevergoeding op spaardeposito’s al geruime tijd minder dan de inflatie. Die geldontwaarding stoorde beleggers echter niet. Ik ben bang dat negatieve spaarrentes een direct besef teweeg brengt dat die tegoeden wegsmelten.

En dan zouden beleggers met grote spaartegoeden in actie komen. Welke alternatieven zijn er dan? Allereest komen geldmarktfondsen in beeld. Die waren het eerder niet waard om in te investeren, omdat ze minder rendement dan een spaardeposito opleverden. Dat doen ze nu in enkele gevallen wel – vooral als je het valutarisico durft te nemen. In dollars of ponden bieden deze fondsen meer. 

Aanpassing tactische allocatie

Voor zover men toch in euro’s wil blijven en een geldmarktfonds na kosten niet genoeg rendement biedt, kunnen fondsen met kortlopende obligaties worden overwogen. De variatie daarin is groot, met wisselde componenten van obligaties met vaste of variabele coupons, looptijden, krediet- en valutarisico. De mate waarin deze fondsen nog werkelijk een alternatief voor sparen is, wordt mede bepaald door de liquiditeitenbuffer. Ook die varieert, van een paar procenten tot wel 15 procent. 

De meest drastische keuze is om toch weer de tactische allocatie langdurig te veranderen. Dan gaat de cash allocatie nog meer richting obligaties met een hoger kredietrisico en richting zakelijke waarden. Links- of rechtsom verhogen lagere en zeker negatieve spaarrentes dus de druk om staatsobligaties te vermijden en meer risico te gaan nemen met beleggingen. 

Mary Pieterse-Bloem is hoogleraar financiële markten bij Erasmus School of Economics en lid ABN Amro beleggingcomité.