SFDR: ogen op de bal houden!


Met het bereiken van de volgende ronde van het Nederlands elftal bij het Europees kampioenschap begint de voetbalkoorts steeds meer te kriebelen. Een prettige afleiding, die misschien energie geeft aan financiële marktpartijen die druk bezig zijn met de implementatie van de uitvoeringsregels van de Sustainable Finance Disclosure Regulation (SFDR). De vraag is of ze daarbij niet iets meer de ogen op de bal moeten houden.

Zoals bekend, ziet de Europese verordening SFDR toe op de regels rond informatieverschaffing die financiële marktpartijen moeten geven over het duurzame gehalte van hun producten. Een veelbesproken onderdeel  van de SFDR is de product-categorisering. Op grond van de SFDR moet een financiële marktpartij al sinds 10 maart een product indelen in ‘grijze’ (artikel 6-producten), ‘lichtgroene’ (artikel 8-producten) of ‘donkergroene’ producten (artikel 9-producten). 

Bij artikel 8 producten worden ESG-karakteristieken gepromoot en bij artikel 9 producten heeft het product ook duurzaam beleggen als expliciete doelstelling. Artikel 6 producten is de overige categorie, maar ook dan zal een financiële marktpartij rekening moeten houden met duurzaamheidsrisico’s en -factoren in haar beleggingen. 

Er is veel te doen over deze categorisering. Met name vanwege de afwezigheid van duidelijke guidance rond de invulling van de categorisering. De aandacht is terecht, maar realiseer je dat de categorisering geen labelling-systeem is - zoals de Europese Commissie zelf ook aangeeft. Het is louter bedoeld om aan te geven welke gedetailleerde informatieverplichtingen van toepassing zijn. 

Datzelfde komt nu tot uitdrukking in de op 21 april gepubliceerde voorstellen van de Europese Commissie. Deze plannen gaan over de formulering van duurzaamheidsvoorkeuren bij toepassing van de productgovernance-regels en de ken-uw-cliënt intake bij beleggingsadvies en individueel vermogensbeheer in Mifid.  

Mifid II duurzaamheidsvoorkeuren

Anders dan in eerdere voorstellen knoopt de Europese Commissie niet aan bij de product-categorisering van de SFDR. In plaats daarvan relateert de commissie duurzaamheidvoorkeuren aan een type financieel instrument. Het gaat dan om (i) ecologische duurzame beleggingen die voldoen aan de Europese taxonomie, (ii) duurzame beleggingen zoals gedefinieerd in de SFDR en (iii) beleggingen waarbij rekening gehouden wordt met ‘principal adverse impact’ indicatoren.

De gedachte is dat de klant die duurzaam wil beleggen samen met zijn adviseur of vermogensbeheer bepaalt welk minimaal percentage hij of zij wil beleggen, in elk geval ten aanzien van de eerste twee categorieën beleggingen. Bij de derde categorie hoeft (kennelijk) geen percentage te worden vastgesteld. Dit is overigens een categorie die lastiger uit te leggen zal zijn aan een gemiddelde retail klant. 

De klant bepaalt percentage(?)

Deze benadering van de Europese Commissie laat zien dat product-categorisering voor een klant niet echt relevant is. Voor een klant die (deels) duurzaam wil beleggen, is belangrijker of er beleggingen in zijn portefeuille zitten die daadwerkelijk duurzaam zijn of een positieve impact hebben op het klimaat. Stel dat een klant kiest voor een portefeuille met 5 procent beleggingen die voldoen aan de taxonomie, 25 procent duurzame beleggingen, 30 procent beleggingen waarbij rekening wordt gehouden met principal adverse impact en 40 procent overige beleggingen. 

Uiteindelijk is het aan de vermogensbeheerder of adviseur om te bepalen of hij of zij dit kan bieden. Voor de opbouw van een dergelijke portefeuille is het daarbij eigenlijk niet relevant of deze beleggingen worden gehaald uit een artikel 8 of  9 product, of zelfs uit een artikel 6 product. Ook een beleggingsfonds dat is ingedeeld in artikel 6 kan immers beleggingen die voldoen aan de taxonomie of duurzame beleggingen bevatten. Zolang de allocatie in de gehele portefeuille maar overeenkomt met hetgeen de klant heeft aangegeven. 

Althans, die ruimte lijken de nieuwe voorstellen van de Europese Commissie te geven. Hoewel de product-categorisering als aanknopingspunt wordt genomen, is uiteindelijk de verplichte informatie, i.e. de opsplitsing in o.a. beleggingen die voldoen aan de taxonomie en duurzame beleggingen die productaanbieders op basis van de SFDR moeten publiceren, bepalend. 

Ogen op de bal 

Wat leren wij van de Mifid-voorstellen van de Europese Commissie? Product-categorisering is niet echt relevant vanuit het perspectief van de klant. Waar het wel om gaat is met name de vraag wat wordt verstaan onder duurzame beleggingen. Even los van de uitgebreide juridische definitie in de SFDR. 

Om in voetbaltermen te spreken - een motto dat geldt voor spelers van Oranje tijdens het EK: het is belangrijk om de ogen op deze bal te houden. i.e. een beter gemeenschappelijk begrip van een duurzame belegging. Een uitdaging voor de gehele sector! In praktische zin zou nagedacht kunnen worden over een classificatiesysteem of keurmerk hiervoor. Het is met name deze vraag die de klant die duurzaam wil beleggen, beantwoord wil zien.   
  
Randy Pattiselanno is Manager Strategy & Regulatory Affairs bij Dufas (The Dutch Fund & Asset Management Association).