Verduurzaming van de beleggingsadviseur


Beleggingsadvies staat al enige tijd onder druk. Niet in de laatste plaats als gevolg van toenemende wet- & regelgeving. Aanvullende Europese verplichtingen om duurzaamheidsrisico’s te integreren in het beleggingsadviesproces en de intake van duurzaamheidsvoorkeuren van de klant maken het er voor de beleggingsadviseur niet makkelijker op.

Dat duurzaamheid een steeds belangrijkere rol gaat spelen in het beleggingsadviesproces is niet meer dan logisch en noodzakelijk voor een transitie naar een duurzame samenleving. Duurzaamheid zal veel meer onderdeel moeten uitmaken van het DNA van de beleggingsadviseur. Het is bovendien niet meer vrijblijvend, maar wordt een juridische verplichting.  

Ten eerste moet de beleggingsadviseur op grond van voorstellen tot aanpassing van Mifid duurzaamheidsrisico’s integreren in haar beleggingsproces. Duurzaamheidsrisico’s worden omschreven als onzekere gebeurtenissen of omstandigheden op ecologisch, sociaal of governance gebied die een relevant wezenlijk negatief effect kunnen hebben op het financieel rendement van een belegging. Deze risico’s moet de beleggingsadviseur ook op voortdurende basis beoordelen. Dit alles vereist de nodige kennis en kundigheid op het gebied van duurzaam beleggen om het te kunnen vertalen naar de situatie van de klant.  

Ken-uw-cliënt intake

Ten tweede verplichten de aankomende wijzigingen in Mifid de beleggingsadviseur om duurzaamheidsvoorkeuren van de klant te inventariseren. Dit in het kader van de ken-uw- cliënt verplichtingen, maar ook de hiermee verband houdende productontwikkelingsregels.  De klant kan daarbij aangeven of zij wel of niet duurzaam wenst te beleggen. Wil een klant duurzaam beleggen dan rijst de vraag wat voor soort type beleggingen een beleggingsadviseur kan aanbevelen. 

Op grond van het voorstel van de Europese Commissie wordt daarvoor aansluiting gezocht bij de Europese verordening: de Sustainable Finance Disclosure Regulation, kort gezegd de SFDR. Op grond van deze verordening moeten financiële marktpartijen, zoals asset managers, voldoen aan precontractuele en voortdurende transparantieverplichtingen rond hun duurzame beleggingsproducten. 

De SFDR maakt daarbij onderscheid in twee typen duurzame beleggingsproducten die aan uitgebreide transparantieverplichtingen moeten voldoen. Dit zijn in de eerste plaats de beleggingsproducten waarbij ESG-karakteristieken worden gepromoot, de zogenoemde artikel 8 producten. Daarna zijn er beleggingsproducten waarbij ook daadwerkelijk een duurzame beleggingsdoelstelling wordt nagestreefd, dit zijn de zogenoemde artikel 9 producten. Producten die niet voldoen aan artikel 8 of 9 (artikel 6/7 producten) moeten alleen duurzaamheidsrisico’s meenemen. 

Volgens het huidige voorstel van de Europese Commissie moet een duurzaamheidsvoorkeur van een klant aansluiten bij een artikel 9 product of een variant op artikel 8. In dat laatste geval moet dit een product zijn dat belegt in duurzame beleggingen zoals omschreven in de SFDR of dat rekening houdt met ongunstige duurzaamheidseffecten, de zogenoemde ‘principal ‘adverse impact’. 

Op dit voorstel is overigens veel kritiek vanuit de markt omdat hiermee weer een nieuwe categorie wordt toegevoegd aan het SFDR-productenpallet. En belangrijker nog, de vrees bestaat dat het assortiment van beleggingsproducten dat hiervoor in aanmerking komt teveel wordt beperkt.  

Eenvoudig label voor beleggingsadviseur?

Appeltje-eitje voor de beleggingsadviseur, zo lijkt het. Want kan een beleggingsadviseur niet gewoon de productclassificatie van aanbieders van beleggingsproducten als uitgangspunt nemen voor de inrichting van een duurzame beleggingsportefeuille? Het antwoord daarop luidt echter ‘nee’. 

De SFDR-productclassificatie is een vertrekpunt, maar het is geen label. Er hangt veel af van de uitvraag door de beleggingsadviseur van de duurzaamheidsvoorkeuren van de klant. De beleggingsadviseur moet goed doorvragen hoe ‘duurzaam’ een klant wil beleggen en in welke mate. 

Het maakt bijvoorbeeld namelijk nogal uit of een klant aangeeft een bepaalde mate van ESG-integratie in de beleggingsproducten voldoende te vinden of uitsluitend wil beleggen in beleggingsproducten die bijdragen aan vermindering van de CO2-uitstoot. In het laatste geval is het goed opletten. Beleggingsproducten die straks ingedeeld worden als een artikel 9 hoeven namelijk niet per sé bij te dragen aan vermindering van de CO2-uitstoot. 

Advies voor  beleggingsadviseur?

Kijk goed hoe je duurzaamheidsrisico’s integreert in je adviesproces. Bereid je goed voor op de aanpassingen in Mifid en de productclassificatie in de SFDR. Begin na te denken hoe en in welke mate van detail je de duurzaamheidsvoorkeuren van klanten gaat uitvragen.

Schat in hoe deze voorkeuren straks aansluiten op de duurzame beleggingsproducten die worden aangeboden, aan de hand van hoe deze op grond van de SFDR door verschillende productaanbieders worden geclassificeerd. Genoeg werk dus aan de winkel voor de beleggingsadviseur! 

Randy Pattiselanno is manager strategy & regulatory affairs bij Dufas, de Nederlandse belangenvereniging voor de fondsindustrie.