Welk risico? Get real!


Misschien was het u ook al opgevallen bij het doorlezen van de plannen voor het nieuwe pensioenstelsel: in de memorie van toelichting wordt de term inflatierisico geen enkele keer genoemd. Voor renterisico is veel aandacht; dit onvoldoende afdekken was inderdaad het grootste risico en de reden dat veel pensioenfondsen met lage dekkingsgraden zitten. Het risico voor de toekomst is anders. Dat wordt het onderschatten van inflatie.

Generaals die de vorige oorlog uitvechten – dat gevoel kreeg ik bij het doorlezen van de nieuwe pensioenplannen. Eerder sprak ik op deze plek al mijn hoop uit op echte hervorming: meer keuzevrijheid, meer maatwerk bij de invulling van de beleggingen, meer aandacht voor de deelnemer. De afgelopen maanden heb ik aan de pensioenfondstafels veel plannen langs zien komen, maar blij kan ik er nog niet van worden: meer vragen dan antwoorden,  beperkte visievorming en saaie presentaties.  

Uitzonderingen bevestigen de regel. In een van de meer prikkelende presentaties ging een adviseur tellen hoe vaak de term renterisico viel in de memorie van toelichting. Dat was dus vijftig keer. Dat rente heel vaak wordt genoemd, begrijp ik. Die is bij veel fondsen de oorzaak van veel problemen. Maar de focus gaat schuiven. In het nieuwe stelsel met lifecycles is een van de logische gevolgen dat we minder over rentes hoeven te hebben – minder renteafdekking voor jongeren en minder obligaties wanneer er een hoger risicoprofiel dan nu wordt gevoerd. Eindelijk. De details zullen nog uitgewerkt worden. Dat laat ik graag aan anderen. De adviseur stipte vervolgens aan dat de term inflatierisico nul keer werd genoemd. Hoe bizar!  

Dat inflatie de afgelopen decennia geen groot risico was, zal u ongetwijfeld bekend zijn. Sterker nog, de laatste jaren waren er meer zorgen om mogelijke deflatie. U hoeft mijn mening niet te delen dat de noodzakelijke en voldoende voorwaarden voor hogere inflatie er zijn; iedereen die de afgelopen jaren door het ontbreken van voldoende vermogen zijn of haar indexatie is misgelopen, zal beamen dat ook minder inflatie dan de ECB-doelstelling koopkrachtpijn doet.  

In het nieuwe stelsel krijgt u linksom of rechtsom te maken met lifecyles. Voor de verschillende cohorten zal het inflatierisico anders zijn. Jongeren hebben nog weinig financieel vermogen opgebouwd en hebben veel toekomstig inkomen wat wel meegroeit met inflatie. Oudere werknemers die vermogender zijn maar minder inkomensgroei in het vooruitzicht hebben, zullen zich al meer zorgen maken. De beleggingshorizon is nog lang, dus zolang de rendementen op de middellange termijn maar hoger zijn dan inflatie is het prima. Voor gepensioneerden gaat het meer om koopkrachtbehoud op de korte termijn; het niet bijbenen van inflatie doet meteen pijn.

U ziet meteen waarom er meer maatwerk moet zijn per lifecycle en dat de optimale mix voor de  deelnemer meer omvat dan de naïeve vuistregel ‘100 minus je leeftijd’. Die werkt redelijk voor de verdeling naar risico, maar gaat volledig voorbij aan het inflatievraagstuk. Het is hoog tijd om ook reëel te gaan denken. Leuk dat nominale kader, maar daar heb je bij de kassa niet aan. Het is hoog tijd om ook reëel te gaan denken.

Gelukkig is het allemaal niet zo moeilijk en bieden lifecycles voldoende mogelijkheden. Jongeren hoeven geen obligaties – zeker niet bij deze rentes – en vooral juist veel focus op groei en illiquiditeit.  Gepensioneerden willen juist wel de stabiliteit van obligaties, maar dan liefst een flinke pluk inflatie-gerelateerd, om dat risico te mitigeren. De oudere deelnemer die nog een relatief lange horizon heeft en wel enig inflatierisico kan lopen, zou dus juist moeten sturen op hoge verwachte reële rendementen: aandelen, vastgoed en risicovolle obligaties – en grondstoffen als u het begrijpt en lef hebt. 

Lees de nieuwe pensioenplannen nog eens door en laat het aantal keren dat de termen renterisico en inflatierisico worden genoemd nog eens goed op u inwerken. Vraagt u zich vervolgens af welke generaal u zou willen zijn: die de troepen aanstuurt op beleggen via de achteruitkijkspiegel of voor de toekomst? Bepaal dan de juiste lifecycles.

Roelof Salomons is hoogleraar Beleggingstheorie en Vermogensbeheer aan de Rijksuniversiteit Groningen en strategisch adviseur bij verschillende financiële instellingen.