Inflatie bestrijden met obligatie


Hoewel de olieprijs weer tot onder de 100 dollar per vat is gezakt, staat inflatie nog altijd volop in de schijnwerpers. Hetzelfde geldt voor inflatieproducten. Inflatie is één van de belangrijke thema’s van dit jaar. Er zijn meerdere manieren om op inflatie in te spelen. Het onderling vergelijken van producten kan echter best lastig zijn. Hoog tijd om eens wat licht in de duisternis te brengen!

Met behulp van inflatiegerelateerde producten kunnen beleggers profiteren van een toenemende inflatie of de portefeuille beschermen tegen de negatieve effecten van inflatie. Daarnaast bieden deze producten diversificatievoordelen vanwege de beperkte correlatie met traditionele vastrentende waarden. Als u in deze producten wil gaan beleggen, rijst al snel de vraag welke inflatieproducten interessant zijn. Dat hangt in de eerste plaats natuurlijk af van uw inflatievisie. Wat verwacht u voor de komende jaren? Een inflatie van één twee, drie of meer procent op jaarbasis? Daarbij kan het handig zijn om uw visie te toetsen met die van de markt. Hiervoor is de break-even-inflatie een handig hulpmiddel.

Break-even-inflatie
Bij de keuze tussen een gewone obligatie en een inflatiegerelateerde obligatie, is het belangrijk om te kijken naar de break-even inflatie. De break-even inflatie is het verschil tussen het effectieve rendement op een gewone obligatie en een inflatiegerelateerde obligatie met dezelfde looptijd. De break-even inflatie is gelijk aan de verwachte inflatie plus de inflatierisicopremie. Als een belegger verwacht dat de toekomstige inflatie hoger uitvalt dan de break-even-inflatie dan is het interessant om de inflatiegerelateerde obligatie aan te kopen en vice versa.

Een eenvoudige manier om de break-even-inflatie af te leiden is door te kijken naar het verschil in effectief rendement tussen een normale Franse staatsobligatie en een Franse inflatiegerelateerde obligatie (OATe) met dezelfde looptijd. Hieruit kunnen we bijvoorbeeld afleiden dat voor de komende vier jaar voor Euroland een break-even-inflatie inflatie van circa 2.05% verwacht. Daarna loopt de break-even-inflatie licht op.

Spelen met producten
Nu we weten wat de break-even-inflatie is, kunnen we verschillende inflatieproducten met elkaar gaan vergelijken. Om dit te illustreren kijken we naar vier producten die zijn gekoppeld aan de Euroland-inflatie ex-tabak:
– Een Franse inflatiegerelateerde staatsobligatie (ISIN: FR0000188013). Deze keert een coupon uit van 3% over hoofdsom die voor inflatie wordt gecorrigeerd.
– De ING Inflatie Protectie Note (XS0356516160). Deze is qua structuur vrijwel identiek aan die van de Franse inflatiegerelateerde staatsobligatie. Het product keert een vaste coupon van 2.05% uit over de voor inflatie gecorrigeerde hoofdsom.
– De ABN Amro Inflatie Plus Rente Vast Note (NL0006293896). Deze Note biedt een jaarlijkse minimumcoupon van 4.5% plus de jaarlijkse inflatie in Euroland ex-tabak minus 2.5% (mits dit verschil groter is dan 0%). Op einddatum keert de obligatie de hoofdsom uit. Deze is niet voor inflatie gecorrigeerd.
– De Rabo Inflatie Obligatie (XS0357495513) keert 1.6 keer de inflatie van een jaar geleden uit als coupon. Op de einddatum keert de obligatie de hoofdsom uit. Net als bij het ABN Amro product is deze niet voor inflatie gecorrigeerd.

Een beperking van bovenstaande analyse is dat we geen rekening houden met het risico dat de werkelijke inflatie afwijkt van de huidige marktverwachting, zeker nu de beweeglijkheid van de inflatie hoog is. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als de inflatie op een structureel hoger niveau komt te liggen, zeg 4%? Of wat als de inflatie structureel daalt naar zeg 1%? Tabel 2 laat zien wat daar de gevolgen van zijn:

Als we uitgaan van de break-even-inflatie in Euroland die hoort bij de verschillende looptijden van deze producten, dan komen we tot de resultaten in tabel 1. Hierbij heb ik geen rekening gehouden met transactiekosten aangezien die van bank tot bank kunnen verschillen. Op basis van de huidige break-even-inflatie is de Franse OAT superieur. De andere producten bieden een relatief laag rendement wanneer we rekening houden met het grotere kredietrisico van deze partijen.

 

Een beperking van bovenstaande analyse is dat we geen rekening houden met het risico dat de werkelijke inflatie afwijkt van de huidige marktverwachting, zeker nu de beweeglijkheid van de inflatie hoog is. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als de inflatie op een structureel hoger niveau komt te liggen, zeg 4%? Of wat als de inflatie structureel daalt naar zeg 1%? Tabel 2 laat zien wat daar de gevolgen van zijn:

 

 

Nu liggen de resultaten anders. Wanneer de inflatie de komende jaren verder afneemt dan komt de ABN Amro Inflatie Plus Rente Vast Note als het meest interessante product naar voren. Wanneer de inflatie echter fors hoger uitvalt, dan is de Rabo Inflatie Obligatie het meest aantrekkelijk.

 

Kortom, alles hangt af van uw verwachting over de toekomstige inflatie. Het is in ieder geval handig uw visie af te zetten tegenover die van de markt met behulp van de break-even-inflatie. Dit geeft enige houvast. Bij IRIS verwachten we dat de inflatie de komende jaren hoger uitvalt dan de markt nu verwacht. Op korte termijn kan de inflatie weliswaar wat dalen als gevolg van de sterke daling van de olieprijs en de afzwakkende economie in Euroland. Op de middellange termijn zal de inflatie echter structureel hoger zijn als gevolg van demografische en economische ontwikkelingen, zoals de hoge groei van opkomende markten, de vergrijzing en de toenemende schaarste van veel grondstoffen.

 

Tom Arends is Senior Beleggingsanalist van het Institute for Research and Investment Services, kortweg IRIS. IRIS is een gezamenlijke onderneming van de Rabobank en Robeco, waarvan de hoofdactiviteit bestaat uit het verstrekken van beleggingsresearch. De column is op persoonlijke titel geschreven. De informatie is niet bedoeld als professioneel beleggingsadvies of als aanbeveling tot het doen van bepaalde beleggingen. Tom heeft geen posities in de producten waarover hij schrijft.

Klik hier voor een uitgebreide disclaimer.