Leve het transitietijdperk


De filosoof Friedrich Nietzsche riep eind negentiende eeuw dat god dood was. Preciezer gezegd: het geloof in god was dood. En daarmee viel voor velen een belangrijk houvast en referentiekader weg: want wat was dan de basis voor moraliteit en samenleving? Ik ben bepaald geen fan van Nietzsche en zijn ideeën over bijvoorbeeld meesters en slaven, maar deze ontwikkeling had hij toch goed gezien.

Eind negentiende eeuw was een transitietijdperk, waarin mensen afscheid moesten nemen van allerlei zaken die voorheen een zekerheid waren. En afscheid nemen doet pijn. Dat afscheid gold niet alleen voor een almachtige god, maar ook voor praktischer zaken zoals vervoer per koets en straatverlichting met kaarsen. En uiteraard luidde men de noodklok over het banenverlies van koetsiers en lantaarnontstekers. Men vergeet echter vaak dat voor het oude doorgaans iets nieuws in de plaats komt. De koning is dood, leve de koning.
 
Naar verluidt wensen de Chinezen hun vijanden interessante tijden toe – nou die hebben we. We staan voor verschillende existentiële uitdagingen, waaronder de noodzaak onze economie binnen planetaire grenzen te laten functioneren. Dat doel mag duidelijk zijn, maar uitkomsten en route zijn dat nog allerminst. Sommigen zouden oliemaatschappijen het liefst per direct liquideren, terwijl anderen vinden dat ze ongehinderd door moeten kunnen gaan met het vernietigen van de leefomgeving. Reëlere scenario’s liggen ergens daartussenin. Tegelijkertijd kampen we met allerlei maatschappelijke tegenstellingen, die door sociale media en politieke charlatans rücksichtslos uitvergroot en verergerd worden. Het zijn tekenen aan de wand en ze passen in een patroon. Welkom in het transitietijdperk.

Het loodje leggen

Een transitie is een overgang van het oude normaal naar het nieuwe normaal. Ofwel, in sociologentaal, van het oude naar het nieuwe regime. Uit onderzoek blijkt dat transities vaak zo’n 15 à 20 jaar duren. Daarbij komt het bestaande regime onder druk te staan van de buitenwereld om te veranderen. Denk bij een regime onder druk bijvoorbeeld aan het slavernijsysteem in de 19e eeuw, maar ook aan allerlei sectoren nu, zoals olie & gas, transport en de financiële sector. Die druk komt op de eerste plaats van buiten: maatschappelijke krachten komen in opstand tegen schadelijke effecten; overheden leggen beperkingen op; en nieuwe vormen van concurrentie manifesteren zich.

Die laatste zijn de opkomende niches, zoals hernieuwbare energie, fintec en elektrische auto’s, die lang klein blijven maar die bij bewezen nut en lage kosten exponentieel gaan groeien en het oude verdringen. Natuurlijk stribbelt het bestaande regime lang tegen, maar ook binnen het regime oefenen individuen en organisaties druk uit om met de samenleving mee te bewegen. Sommigen beginnen te experimenteren en innoveren, of mengen zich in de opkomende niches. Dit alles gaat met horten en stoten, waarbij delen van het regime hardnekkig in de houdbaarheid van business as usual blijven geloven. Vaak gaat het lang langzaam en dan plotseling heel snel. Uiteindelijk leggen delen van het oude regime het loodje (zoals kolencentrales), terwijl andere delen samen met de succesvolste opkomende niches het nieuwe regime gaan vormen. Het precieze verloop is moeilijk te voorspellen, maar met de x-curve van Loorbach et al. valt het krachtenveld goed in kaart te brengen. En idealiter formuleren samenleving, overheden en bedrijven een visie op hoe toekomstige regimes eruit dienen te zien, zodat ze er het beste van kunnen maken – zie hierover mijn eerdere column: waar blijft het grote verhaal voor de toekomst?

Inspelen op transities

Denken in termen van transities is doorgaans vruchtbaarder dan in termen van bijvoorbeeld trends of duurzaamheid. Natuurlijk, duurzaamheid is belangrijk. Maar de benadering is vaak nogal statisch (een score), incrementeel (een verbetering t.o.v. vorig jaar) of moralistisch (vies=slecht). Het toekomstperspectief ontbreekt en er is geen aandacht voor de analyse van concurrentieposities en waardedrijvers die in de waardering door een fundamentele belegger centraal staan. Trend-analyse biedt dat dynamische perspectief wel, maar geeft dan weer niet de handvatten om de relevante krachtenvelden te analyseren.

Hoe kun je als investeerder het beste op transities inspelen? In een artikel over de kansen van klimaattransitie voor fundamentele beleggers, kwamen de meeste aspecten al aan bod. Zo is het belangrijk om te beseffen dat transities vooral een maatschappelijke uitdaging zijn, die gedragsverandering, ontwrichting en dus ook weerstand met zich meebrengen; dat de lange termijn nog al eens veel sneller (of juist langzamer) voor de deur staat dan verwacht; en dat er natuurlijk ook veel kansen bij komen kijken. Maar wellicht het belangrijkste voor een investeerder om te begrijpen is het niet-lineaire en asymmetrische karakter van de effecten van transities: de gevolgen ervan verschillen niet alleen sterk per bedrijfstak, maar ook binnen bedrijfstakken. Er treden waterval-effecten door hele waardeketens op, die concurrentieposities op hun kop kunnen zetten.

Tweede- en derdeorde-effecten

Het is dan ook essentieel om tweede- en derdeorde-effecten te doorgronden. Zo kan een kostenstijging uiteindelijk goed nieuws blijken voor een onderneming als die nog sterker opgaat voor concurrenten en/of gepaard gaat met stijgende vraag. Het kan dan ook de moeite waard zijn om te investeren in nieuwe data en tijd te steken in scenario-analyses (echte, niet in Aladdin) om tweede- en derdeorde-effecten in kaart te brengen. Het is zeer nuttig om investeringen door een transitielens te analyseren. Maar trek het nog een niveau hoger: wat betekenen transities voor de eigen sector, de eigen organisatie, de eigen rol? Tijdens de stakeholderdialoog van een financiële instelling mocht ik die vraag stellen aan het publiek. Dat leverde mooie discussies op over de veranderende aard van toegevoegde waarde voor de klant; andere benodigde capaciteiten van medewerkers; en mogelijke nieuwe producten. Durf deze vragen te stellen en ga deze discussie aan.

Nog even terug naar Nietzsche: die mocht dan een voltreffer hebben gescoord met zijn observaties over de dood van god, maar met hemzelf liep het niet goed af. Hij werd waanzinnig en overleed op relatief jonge leeftijd. Nihilisme en cynisme werken niet, ook al klinken ze nog zo stoer. Het is beter om te weten waar je voor staat en daarover de vinger aan de pols te houden. Wat is je toegevoegde waarde? En op welke manier is die aan het veranderen? Business as usual is dood, leve het transitietijdperk!

Willem Schramade is oprichter en eigenaar van Sustainable Finance Factory. Hij is auteur van het boek 'Duurzaam kapitalisme' en verbonden als onderzoeker aan de Erasmus University.