Maak van beleggen weer investeren


De Romeinse senator Cato eindigde iedere toespraak met de zin “overigens ben ik van mening dat Carthago vernietigd moet worden”. Dat deed hij ongeacht het onderwerp van de toespraak, zo belangrijk vond hij deze boodschap.

Vanuit die gedachte heb ik in mijn voorgaande columns telkens een variant op de volgende zin opgenomen: maak van beleggen weer investeren. Deze zin kan nauwelijks vaak genoeg herhaald en uitgelegd worden. 

Wat is echt investeren?

Eerst terug naar de basis. Bij investeren gaat het erom dat je nu een offer brengt om later te kunnen oogsten. Offeren en oogsten kunnen in geld, maar juist ook in andere vormen tot stand komen. Denk aan onderwijs, dat geld en inspanning kost en later oogst oplevert in de vorm van innovatie, voldoening, zelfverwerkelijking, inkomen, etc. 

Wie echt investeert, neemt al die zaken mee. Uiteindelijk is investeren immers een middel om doelen te bereiken. Dit is hoe mensen in hun leven investeren en hoe impact-private-equityprofessionals investeren.

Pensioenbeleggen is geen investeren meer

De huidige vorm van beleggen door pensioenfondsen is een nogal kale variant daarop, die zich puur richt op het vergelijken van huidige geldpotjes met die van later, zonder serieus naar de context of de aard van de investeringen te kijken. 

Een bedrijf wordt gereduceerd tot een stel kengetallen. De omvang van de maatschappelijke waardecreatie en -vernietiging van de investeringen is onbekend en speelt geen rol in de beleggingsbeslissingen. Risico wordt slechts door de achteruitkijkspiegel meegenomen. Het weerwoord zal zijn dat pensioenfondsen een doortimmerd ESG-beleid voeren. Maar dat is onvoldoende en leidt nauwelijks tot anders beleggen. Het heeft geen invloed op de asset allocatie modellen. Beleggen is ontaard in een econometrisch spelletje dat vaak meer waarde vernietigt dan creëert.

Waarom is dat belangrijk? 

De gevolgen zijn groter dan men denkt. Beleggen als econometrisch spel betekent dat veel waardevolle informatie niet gebruikt wordt. De allocatiefunctie van investeren gaat grotendeels verloren: geld stroomt niet naar de investeringen met het grootste potentieel of die het hardste nodig zijn. In plaats daarvan gaat het geld naar grote organisaties die in de index zitten en geen geld tekort komen. Zo mis je doelen en blaas je intussen wel bubbels op financiële markten.

Bovendien resulteert het in perverse schaalvergroting en machtsconcentratie bij een beperkt aantal passieve vermogensbeheerders, die grote bedrijven impliciet stimuleren om minder met elkaar te concurreren en dus nog meer surplus af te romen. De machtsconcentratie op productmarkten neemt al decennia toe, ten koste van werknemers en kleine leveranciers. 

Te grote ongelijkheid is het gevolg. Natuurlijk is het vooral een zaak van overheden om dit aan te pakken, maar die zijn zelf verzwakt door toenemend lobbyen en dalende belastingdruk op multinationals. Dit proces van ‘corporate capture’ willen pensioenfondsen toch niet versterken?

Hoe dan wel?

De oplossing is simpel en voor de hand liggend: ga weer echt investeren. Dat betekent een serieuze inschatting maken van wat je wilt bereiken en hoe. Dat is niet puur financieel (geld is een middel) en al helemaal niet relatief (versus een benchmark). 

Private equity heeft dat beter begrepen: daar ontbreekt het weliswaar vaak aan duurzaamheidskennis (verbeterpunt), maar weet men wel donders goed waarin men investeert. De formule is niet moeilijk: geconcentreerde (doch voldoende gediversifieerde) portefeuilles die je echt kent, echt analyseert (op financiële en niet-financiële waarde) en waar je echt een dialoog mee hebt. Dat is ambachtelijk werk waarin data-sets weliswaar gebruikt worden maar geen doel op zich zijn en evenmin eindpunt van de analyse zijn.

Enorm potentieel

Echt investeren biedt een enorm potentieel voor betere maatschappelijke uitkomsten. We hebben alleen al in Nederland een spaarpot van ruim 1500 miljard euro aan pensioenvermogen. Dat brengt verantwoordelijkheden en kansen met zich mee. Dat vermogen moet je niet zomaar uitbesteden aan een Amerikaanse vermogensbeheerder die de laagste zichtbare kosten rekent maar je op hoge onzichtbare kosten jaagt. 

Het is ook tragisch dat dat vermogen grotendeels wordt belegd in zogenaamd risicovrije staatsobligaties die 0 procent      rente betalen, terwijl er ook projecten mee kunnen worden gefinancierd die zowel maatschappelijk als financieel renderen. Beide soorten rendement zijn van belang voor pensioenfondsen als ‘universal owners’ die voor ons allemaal beleggen. Maar vooralsnog worden ze alleen op financieel rendement afgerekend en kunnen deelnemers niet eens overstappen. Verandering in governance is nodig, opdat verantwoording verder gaat dan plaatjes in een jaarverslag en deelnemers zich eindelijk serieus genomen voelen.

Hoe veranderen?

Als pensioenfondsen weer echt willen gaan investeren, dan zullen ze hun beleid, cultuur en methoden stevig moeten aanpassen. Technisch is dat niet moeilijk, maar mentaal is het een enorme uitdaging. De meesten zullen niet eens erkennen dat dit een probleem is. Als je in een bubbel zit met je eigen taal, dan kun je daar doorgaans maar moeilijk uitkomen. Dat geldt des te meer zolang de prikkels het je makkelijker maken om te blijven doen wat je altijd al deed. Of zoals de schrijver Upton Sinclair het formuleerde: “It is difficult to get a man to understand something, when his salary depends on his not understanding it.” 

Het gaat om verandering van wat sociologen het regime noemen: de constellatie van normen, waarden, methoden en structuren waarin mensen opereren. Dat vraagt om leiderschap: mensen die dit aan de kaak stellen en er concreet mee aan de slag gaan. Regelgeving kan daarbij helpen. In ‘Radical Markets’ stellen Posner en Weyl voor om grenzen te stellen aan de mate waarin institutionele beleggers in meerdere bedrijven binnen dezelfde sector kunnen beleggen. Maar er valt ook te denken aan andere eisen aan risicomanagement en rapportage over waardecreatie. De EU is daar hard mee bezig. Leiders in de sector wachten hier echter niet op, maar gaan zelf proactief aan de slag. 

Overigens ben ik van mening dat beleggen weer investeren moet worden.

Willem Schramade is oprichter en eigenaar van Sustainable Finance Factory. Hij is auteur van het boek 'Duurzaam kapitalisme' en verbonden als onderzoeker aan de Erasmus University.