Hoera! Toch…?


We zitten weer in de lift. Alarmfase vijf van onze pensioenfondsen is net opgeheven, want onze dekkingsgraden zijn net het vriespunt gepasseerd. Niet dat we er meteen warmpjes bij zitten, maar we hoeven deze maand onze pensioenen niet (verder) af te stempelen. 

Nu was het natuurlijk al een half jaar een fantastisch beleggingsklimaat voor pensioenfondsen. Allereerst steeg de lange rente scherp en dat deed de verplichtingen zo’n beetje verdampen. Tegelijkertijd beleefden aandelen wereldwijd een flink herstel, dus mooier kan je het eigenlijk niet hebben.

Maar hoe kan het dan dat de dekkingsgraden van pensioenfondsen zo weinig zijn verbeterd? Een paar puntjes hier, een paar procentjes daar, dit was toch de absolute ‘sweet spot’ voor pensioenfondsen?

Vastrentende waarden
De droevige, tot dusverre in de media onbelichte waarheid is, dat onze pensioenfondsen vele miljarden hebben verloren met hun vastrentende beleggingen en hun ultra-lange renteswaps in de matching-portefeuille.

Op historisch super-lage renteniveau’s tot maar liefst 2,5 procent is er vooral het afgelopen jaar voor vele tientallen miljarden aan 30-, 40-, 50,- en 60-jarige renteswaps gekocht, meestal als leverage bovenop de bestaande portefeuille, om tamelijk denkbeeldige en op z’n minst uiterst onzekere verplichtingen, zogenaamd te gaan afdekken.

Bijzonder kostbaar
Toen die lange tarieven vervolgens rap een procent stegen, bleek deze nationale rentegok, onder aanmoediging van DNB en alle regelgeving daar omheen, bijzonder kostbaar.

Rekent u even mee: stel, dat die renteswap-overlay tot een effectieve leverage van 40 procent van de totale portefeuille leidde en de gewogen gemiddelde looptijd daarvan 25 bedroeg. Dan verliest een pensioenfonds aldus 10 procent van haar vermogen als de ultra lange rente met 1 procent stijgt. Bovenop de gewone verliezen in de obligatieportefeuille trouwens.

Nimmer voldoende
Jammer, maar helaas. En tegen diegenen, die dan roepen, dat het omgekeerd toch ook fijn bescherming bood, zeg ik het volgende: een belegging met een nominaal rendement van slechts 2 tot 3 procent zal op termijn nimmer voldoende zijn om de reële, voor inflatie gecorrigeerde verplichtingen, te kunnen bijhouden.

Dat kan slechts met aandelen. Met geduld dus. En met aanvaarding van volatiliteit, die hoort bij een verschijnsel, dat we collectief proberen uit te bannen: onzekerheid. Een heel vies woord is het.

Bedroevend laag
Nee, wij gaan met ons kikkerlandje liefst diep onder water voor de absolute zekerheid van een bedroevend laag nominaal rendement, liefst nog met een flinke hefboom.

Pas over een aantal jaren zullen we weten hoeveel miljarden we over de balk hebben gegooid. En na de gebruikelijke parlementaire enquête over hoe zoiets nou mogelijk was, is wellicht weer het moment aangebroken om op een normale manier, met aanvaarding van de factor onzekerheid, op lange termijn te gaan beleggen. Ook weer meer in aandelen dus.

Wouter Weijand is fondsmanager van het BNP Paribas High Income Equity Fund.

De informatie in deze column dient niet te worden opgevat als beleggingsadvies, beleggingsaanbeveling, aanbod of uitnodiging om effecten te kopen, te verkopen of anderszins te verhandelen.