Metrolijn


'Kijk', zei de Australische econoom, die zijn baan bij de Centrale Bank had ingeruild voor een veel lucratievere functie bij een investment bank. 'Dit is de metrolijn van miljoenenstad Chengdu in China.'

Ik staarde naar één lijntje op een verder lege plattegrond. En hier is het metrosysteem van Tokio, zei hij, ook met 14 miljoen inwoners: een eindeloze wirwar van lijnen en kleuren vulde de plattegrond volledig.

'En van dit soort Chinese miljoenensteden zijn er nog 93', sprak hij. 'You get the picture?'

Grondstoffen

Onze discussie ging over grondstoffen. Ik ben al een paar jaar negatief over wat ik als een hype beschouwde en waar beleggers achterna renden omdat ze bang voor inflatie waren.

Ik zie China al jaren proberen van een 'investment led'-economie om te schakelen naar een 'consumption driven'-economie. Als we de economie van een land simpel beschrijven als Y = C+I, dan houd je een I van 50 procent nooit structureel vol. Meer normaal is een I van 20 tot 25 procent en een C van 70 tot 75 procent en dus moeten grondstoffen, waarvan China het leeuwendeel wereldwijd verbruikt, wel eens omlaag komen.

Van platteland naar de stad
De Australische econoom knikt. 'Maar niet nu', sprak hij ferm. 'De komende 10 jaar trekken nog eens 500 miljoen mensen van het platteland naar de stad. Daar is een geweldige uitbreiding van de infrastructuur voor nodig.

Ik keek weer naar die ene, schamele metrolijn en dacht aan de oneindige hoeveelheid ijzererts, die nodig zou zijn om boven- en ondergronds trein- en metrosystemen aan te leggen. En waarvan Australië de meest efficiënte producent is.

Het duurt nog 10 jaar, vervolgde hij. Pas dan zal het meeste werk aan de Chinese infrastructuur achter de rug zijn. Als ze dan al niet vol aan de bak zijn in India, dacht ik er zelf nog bij. Dat zijn ook ruim een miljard mensen.

Effect?
Hoe groot is het effect van deze fundamentele vraag naar harde grondstoffen en welk gedeelte van die vraag komt van de speculant of de belegger? Hier kom je niet gemakkelijk achter.

Ik probeerde het argument van de aanbodzijde: 'Er is veel geïnvesteerd in nieuwe mijnen wereldwijd en de Chinezen veroveren Afrika om zich te verzekeren van strategische voorraden en om niet zo afhankelijk te zijn van Australië', zei ik er met een glimlach bij.

Jawel, zei hij, maar hoe betrouwbaar zijn die regimes straks, als de productie echt boven de grond komt: zouden sommigen niet in de verleiding komen een deel te nationaliseren?

Maar het komt dan wel op de markt, dacht ik.

Grondstoffen vormen een ingewikkeld onderwerp. Hoe minder beleggers erin actief zijn, des te beter, want dan wordt tenminste duidelijker hoe de echte vraag- en aanbodverhoudingen zich ontwikkelen. Dat is het goede nieuws: de hype is over. En China bouwt metrolijnen gelukkig heel wat sneller dan wij…

Wouter Weijand is fondsmanager bij BNP Paribas Investment Partners.