Beleggers, wie bekommert zich om de lange termijn?


Het kortetermijndenken van beleggers en politici is een bedreiging voor de mensheid. Kunstmatige intelligentie kan dat doorbreken en zelfs de planeconomie nieuwe populariteit geven, stelt de Britse fysicus Rees.
Martin Rees

Met de financiële markten heeft Martin Rees nagenoeg niets. Hij denkt niet in termen van goede handelsdagen en waardeloze aandelen, of in bull- versus bearmarkten. Nee, Martin Rees - Lord Rees of Ludlow - is een kosmoloog en een astrofysicus. Hij kijkt naar de wereld van morgen en zelfs naar die welke nog (licht)jaren van ons verwijderd ligt. 

Rees kreeg in 1995 voor zijn werk de Britse eretitel Astronomer Royal, waarvan de oorspronkelijke functie is ingesteld in 1675 door Karel II van Engeland. Eerder was hij ook Master of the Trinity College, waar de natuurkundige Isaac Newton in de zeventiende eeuw zijn opleiding genoot. 

Rees vertelt dat de titel van Astronomer Royal voor een Indiase tycoon ooit aanleiding was om hem te vragen of hij in de sterren keek om ten behoeve van de koningin voorspellingen te doen. Rees antwoordde dat hij voor Hare Majesteit de beurskoersen voorspelde en de rampen die op het Britse volk afstevenden, om eraan toe te voegen dat hij een grapje maakte en ‘maar’ een sterrenkundige was. De miljardair verloor na die voor hem teleurstellende bekentenis onmiddellijk zijn interesse. Dat is jammer, want Rees is ‘master of the universe’; hij denkt uitvoerig na over de  actuele wereldwijde thema’s. 

Toekomst van de mensheid

Zijn jongste visie op de toekomst van de mensheid en van de aarde heeft hij neergelegd in het in deze herfst verschenen On the Future, Prospects for Humanity. Dat boek werd op nagenoeg hetzelfde moment gepubliceerd als het alarmerende rapport van de Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) van de Verenigde Naties over de stijging van de wereldwijde temperatuur. Rees is niet minder bezorgd dan de opstellers van het rapport als het gaat om het voortbestaan van ‘ruimteschip Aarde’. 

‘Ik ben minder bang voor een asteroïde die inslaat en de wereld vernietigt, dan voor de gevolgen van menselijke hebzucht en onwetendheid’, zegt Rees tijdens een telefoongesprek op een lenteachtige oktobermorgen. Hij is pessimistisch over het halen van de bij het klimaatakkoord van Parijs vastgelegde doelstellingen op de afgesproken datum in 2030.

‘Ik vrees dat de politieke inspanningen om over te stappen op CO2-neutrale energiebronnen onvoldoende momentum krijgt en dat de concentratie van CO2 in de atmosfeer zich juist zal versnellen. En als dat zo is, dan komen we op enig moment in een gevaarlijke fase en zal de druk voor paniekmaatregelen latent worden.’ 

Cyberaanvallen en bioterreur

Rees houdt zich naast zijn wetenschappelijke en bestuurlijke werk bezig met het schrijven van boeken voor het grotere publiek. Hij doet dat om bij te dragen aan het maatschappelijk bewustzijn over de grote uitdagingen waar de mensheid voor staat. 

‘We lopen op een onhoudbaar pad’, zegt Rees. Voor de korte termijn maakt hij zich vooral zorgen over het gevaar van cyberaanvallen en bioterreur, in de vorm van dodelijke virussen die door vijandige staten of enkelingen verspreid worden. ‘Dergelijke risico’s, waarover men zich zowel in wetenschappelijke kring als in die van beleidsmakers grote zorgen maakt, zullen in toenemende mate tot spanningen leiden in de verhouding tussen vrijheid, privacy en veiligheid’, denkt Rees. 

Tegelijkertijd ziet hij dat het incasseringsvermogen van samenlevingen drastisch afneemt als gevolg van de fors toegenomen vooruitgang en welvaart. ‘Dit ondermijnt de tolerantie voor ontwrichting. Dat is compleet anders dan in de middeleeuwen, toen men een fatalistische levensvisie had en zijn dagelijks werk bleef doen terwijl de helft van de bevolking stierf ten gevolge van de pest. Maar als nu een pandemie uitbreekt en ziekenhuizen de hulpvraag niet aankunnen, dan breekt er maatschappelijke paniek uit, lang voordat het aantal ziekte- of sterfgevallen de 1 procent heeft bereikt.’ 

Rees haalt het zeer positieve wereldbeeld aan van Steven Pinker, die in zijn boek Enlightenment Now stelt dat we meer vooruitgang dan ooit hebben geboekt en dat er alle reden is voor een optimistische toekomstvisie. Rees is het daar niet mee eens. Hij waarschuwt dat de vooruitgang ons juist tot ongepast vertrouwen kan verleiden. 

In de financiële wereld is sprake van een asymmetrische verhouding tussen winst en verlies: jarenlange winststijgingen kunnen in één klap worden weggevaagd door een plotseling zwaar verlies, schrijft hij in zijn boek. Maar in het geval van een pandemie of biotech is dat compleet anders. Daar wordt het risico gedomineerd door zeldzame, extreme gebeurtenissen. ‘Doordat de wereld steeds meer (digitaal) met elkaar verbonden raakt, kunnen potentiële rampen nu een in historisch opzicht onvergelijkbaar grote omvang krijgen. Te veel mensen ontkennen dat.’

Vrolijkmakend is de toekomstvisie van de astronoom niet en toch is Rees een techno-optimist die gelooft dat wij de technologie hard nodig zullen hebben om de uitdagingen van de nieuwe tijd naar onze hand te zetten. Zo stelt hij dat de verdere ontwikkeling van biotech, robotisering en kunstmatige intelligentie een positieve bijdrage kunnen leveren aan de mens en aan zijn gezondheid. Tegelijkertijd vindt hij dat er wereldwijde organisaties moeten komen die toezicht houden op ethische vraagstukken rond technologische innovatie. 

Mobiliseren publieke opinie

‘Maar het grote dilemma van onze tijd is toch dat wij te maken hebben met uitdagingen op zeer lange termijn, zoals klimaatverandering, terwijl er voor politici feitelijk geen enkele aansporing is om zich daarop te richten. In dat kader is het mobiliseren van de publieke opinie zo belangrijk. Omdat politici gevoelig zijn voor negatieve publiciteit of een mailbox die volstroomt met berichten van bezorgde kiezers.’ Hij wijst in dat kader op de pauselijke encycliek Laudato Si van 2015 die veel invloed heeft gehad op het bereiken van het klimaatakkoord van Parijs. 

Het onvermogen van liberale, westerse democratieën om het langetermijnbelang van samenlevingen te dienen, wordt een toenemend probleem. Een deel van de jongeren in de Verenigde Staten vindt de democratie niet langer zaligmakend en onder invloed van de digitalisering is privacy voor hen ook niet meer zo heilig. Tegelijkertijd groeit de aantrekkingskracht van de collectivistische benadering die autocratische landen als China erop na houden.

Rees: ‘Zij zijn niet alleen in staat tot een langetermijnplanning, maar belangrijker nog: het zou kunnen zijn dat hun planeconomie zeer succesvol wordt. Door gebruik te maken van kunstmatige intelligentie (Artificial Intelligence, AI) zijn langeretermijnontwikkelingen en patronen veel beter te voorspellen en te duiden. Dat is dankzij de oneindig vele datapunten die zij hebben, en vanwege de omvang van hun bevolking en de afwezigheid van privacy.’

De langetermijnuitdagingen spelen het Chinese model dan ook in de kaart, zegt de Brit. En door gebruik te maken van AI zou hun beleid kwalitatief weleens veel beter kunnen worden dan het onze.

Rees erkent dat China en de VS thans rivalen zijn geworden, waarbij AI een belangrijk strijdtoneel is. ‘Van de vijf grootste bedrijven op dit terrein, zijn er drie Amerikaans en twee Chinees. Europa speelt hier geen rol.’ 

Toch is Rees allerminst pessimistisch over de rol van Europa. ‘Bij innovatie kunnen wij de leiding nemen op het terrein van schone energie.’ Tegelijkertijd vindt hij dat de fabrikanten van robots, die daarmee de arbeidsmarkt bedreigen en zelfs ontwrichten, zeer zwaar belast moeten worden. In dat verband noemt hij Scandinavië als lichtend voorbeeld; Angelsaksische landen als Groot-Brittannië en de Verenigde Staten zijn dat in zijn ogen op dit moment niet.  

Dit artikel staat in het Fondsnieuws-magazine dat 14 november is verschenen.