Eurovisie: Beleggen in Portugal vraagt om moed


Na Ierland staat ook Portugal weer op eigen benen. In mei eindigde het noodkrediet van 78 miljard euro dat de Europese Unie en het IMF in 2011 gaven om te voorkomen dat Portugal zou bezwijken aan de rente van 8 procent die het land toen moest betalen op een tienjarige staatslening.

Drie jaar later kan Portugal voor tien jaar geld lenen tegen een rente van 3,5 procent. Buitenlandse hulp is overbodig. Sterker nog, Portugal bedankte voor het laatste plukje van 2,6 miljard euro dat de Europese Unie en het IMF nog op de plank hadden liggen. De reden?

Aanpassingen nog lang niet volbracht

De Portugese regering kon niet voldoen aan de voorwaarden voor dit restant nadat het constitutionele hof een deel van de bezuinigingsmaatregelen ongrondwettig had verklaard en zo een gat in de begroting had geschoten. Dat beleggers in Portugese staatsleningen hun schouders ophaalden over deze budgettaire tegenvaller bewijst dat zij hun oude vertrouwen in perifere landen van de eurozone weer terug hebben.

Het is namelijk niet de eerste budgettaire tegenvaller in Portugal.  Ongeveer een derde van de bezuinigingen die de Portugese regering had afgesproken met de Europese Unie en IMF is in het water gevallen. Het noodkrediet mag dan zijn afgelost, de aanpassing is nog lang niet klaar.

Om de schuld in te dammen moet Portugal zijn begrotingstekort in 2014 terugdringen van 5 naar 4 procent. Volgend jaar moet de regering doorpakken naar een tekort van minder dan 2,5 procent. Dat wordt een opgave omdat Portugese burgers het bezuinigen beu zijn.

 

Staatsschuld naar 130 procent

De Portugese staatsschuld is sinds de start van de eurocrisis in 2010 toegenomen van ruim 80 procent naar ongeveer 130 procent van het nationaal inkomen. Maar geen paniek, vanaf nu gaat die schuldquote dalen, althans dat voorspelt het IMF. Of die voorspelling uitkomt hangt af van drie factoren: de rente die Portugal betaalt op staatsleningen, het begrotingstekort en de economische groei. 

Om de schuldpositie te stabiliseren moet het saldo op de primaire begroting, ofwel de begroting zonder de rentebetalingen over de staatsschuld, ruwweg gelijk zijn aan het verschil tussen de rente die Portugal betaalt op staatsleningen en de nominale groei.

Voor 2014 verwachten beleggers voor Portugal een reële groei van 0,5 procent.  Om de nominale groei te schatten moet je hierbij de inflatie optellen. Welke inflatie? In de eerste helft van 2014 zijn de prijzen in Portugal gedaald. Mogelijk wordt de deflatie het komende jaar 0,5 procent zodat de nominale groei zou uitkomen op nul procent.

 

Waarop moet je vertrouwen

Veronderstel dat de gemiddelde rente die Portugal betaalt op staatsleningen 2 procent bedraagt, omdat Portugal niet alleen langlopende maar ook kortlopende staatsleningen uitgeeft.

In dat geval moet de overheid dit jaar een surplus van 2 procent bereiken op de primaire begroting om de schuld te stabiliseren. De laatste keer dat de Portugese overheid een overschot had op de primaire begroting was bijna twintig jaar geleden, en dat was een petieterig surplus van minder dan 1 procent. Er is geen schijn van kans dat Portugal dit jaar een surplus van 2 procent realiseert. De schuld blijft dus stijgen.

Wie in Portugese staatsleningen belegt moet daarom goed van vertrouwen zijn. Ofwel hij vertrouwt op de bereidheid van Portugezen om de komende jaren fors door te pakken met bezuinigingen.  Ofwel hij vertrouwt op de bereidheid van de Europese Unie en het IMF om over een paar jaar, als blijkt dat Portugal de zaken toch niet op orde krijgt, wederom over de brug te komen. Als belegger zou ik niet op het eerste vertrouwen.

Bruno de Haas is hoofd beleid en research van Media Pensioen Diensten. Hij schrijft de komende weken wekelijks een bijdrage in een serie gastcolumns getiteld Eurovisie', die gaat over de kansen en risico's die beleggen in de eurozone op dit moment bieden. De Haas is auteur van het recent verschenen boek 'Laat de leeuw niet in zijn hempie staan. Waarom de euro ons zal opbreken'.