Eurovisie: De duizend dagen van Draghi


Binnenkort zal Mario Draghi zijn eerste duizend dagen als voorzitter van de Europese Central Bank (ECB) erop hebben zitten. In die duizend dagen heeft hij al voor heel wat verrassingen gezorgd en de vraag is of hij nog meer voor ons in petto heeft.
Gerard Moerman

Met andere woorden, krijgen we ook kwantitatieve verruiming in Europa?

De verrassingen op een rij

Draghi trad aan per november 2011. In het halfjaar daarvoor had de ECB onder leiding van Jean-Claude Trichet de rente nog twee stapjes verhoogd vanwege de hoge en stijgende inflatie in 2011 (deze lag toen in Europa op 3 procent!). Echter, de eurocrisis was in volle gang en staatsobligaties van veel Zuid-Europese landen werden niet langer als veilig gezien.

Draghi veranderde het beleid direct en verlaagde rente in november en december 2011. Daarnaast kondigde hij een LTRO (Long Term Refinancing Operation) aan. Deze laatste stap was vernieuwend, maar werkte erg goed om de volatiliteit op de financiële markten te drukken.

In 2012 volgden er meer verrassingen en dit keer voornamelijk in woorden. In juli zei Mario de bekende woorden “we will do whatever it takes to save the euro”. Deze woorden gaan de geschiedenisboeken in als het keerpunt van de eurocrisis. In september 2012 kondigde de ECB het OMT-programma (Outright Monetary Transactions) aan, waarbij de ECB grootschalig obligaties zou kopen voor landen in nood, als ze aan bepaalde voorwaarden voldoen. In de kwartalen erna verlaagde de ECB de officiële rente verder.

Juni 2014

De meest recente verrassing dateert uit de ECB-vergadering van juni. Daar werd wederom de rente verlaagd, waarbij de depositorente voor het eerst in de geschiedenis onder de 0 procent terecht kwam. Daarnaast werden er additionele maatregelen aangekondigd. De belangrijkste was de “targeted LTRO (TLTRO)”. Deze lening stelt banken in staat om geld te lenen tegen een zeer laag tarief, onder de voorwaarde dat dit uitgeleend wordt aan bedrijven. Hiermee hoopt de ECB de economie vooral verder te stimuleren.

Daarnaast werd er ook duidelijk gemaakt dat er nog meer gestimuleerd zal worden door de ECB, als dit noodzakelijk is. Daarbij noemde de ECB-president nadrukkelijk dat de ABS-markt nieuw leven ingeblazen moet worden en dat hij overweegt om direct ABS-stukken in de markt te gaan kopen. Dit zou zeker onder de definitie van kwantitatieve verruiming vallen.

Wel of geen kwantitatieve verruiming in Europa?

Alle verrassingen van Draghi komen voort uit het feit dat de economie in Europa op zijn gat ligt. Dat uit zich bijvoorbeeld in lage economische groei en hoge werkloosheid. Maar bovenal maakt de ECB zich zorgen over de lage en steeds verder dalende inflatie. De combinatie van deze lage inflatie met de hoge schulden in Europa is zeer gevaarlijk en daarom wil de ECB zeer graag dat de inflatie en inflatieverwachtingen op peil blijven. Het gewenste niveau van inflatie ligt op of net onder de 2 procent. Het laatste en laagste niveau van de Europese inflatie is 0,6 procent.

Wij verwachten niet dat de inflatie hard zal oplopen. Het inflatiecijfer kan iets stijgen als gevolg van hogere olieprijzen (bijvoorbeeld door de onrust in Irak) of andere eenmalige factoren (zoals belastingverhogingen). Inflatie als gevolg van een oververhitte economie zit voorlopig niet in het vat.

Wij kijken daarvoor veel naar de bezettingsgraden van bedrijven en de werkloosheid binnen de eurozone. Deze dienen eerst significant te verbeteren, voordat dit kan leiden tot enige stijging in het inflatiecijfer.

De ECB zal de druk van de lage inflatie blijven voelen en gezien het track record van Mario Draghi is de kans groot dat hij met nieuwe verrassingen zal komen. Kortom, de ECB zal in de tweede helft van 2014 zich zorgen blijven maken over de inflatie en op den duur met meer stappen moeten komen, waaronder waarschijnlijk ook kwantitatieve verruiming.

Gerard Moerman is hoofd rente en geldmarkten bij Aegon Asset Management.

Lees de bijdragen van meerdere beleggingsprofessionals aan de serie Eurovisie: