Kabinet-Rutte zet 'jaloeziebelasting' door


Het kabinet-Rutte zet de herziening van de vermogensbelasting door, zo blijkt uit de vandaag gepresenteerde Rijksbegroting voor 2016. VVD-coryfee Hans Wiegel betitelde het plan als een 'jaloezietaks' en wijst het af, net zoals de financiële sector doet.
Minister Dijsselbloem

Wiegel verklaarde afgelopen weekend in WNL op Zondag dat het een 'belasting is die alleen maar geheven wordt omdat mensen die minder geld hebben het niet kunnen tolereren dat er mensen met meer geld zijn'.

Wiegel kreeg vandaag steun uit onverwachte hoek: SP-partijleider Emile Roemer schreef in een bijdrage voor Trouw dat 'er alleen belasting zou moeten worden geheven op werkelijk rendement'. Fiscale en financiële specialisten hebben gezegd dat dat praktisch ook uitvoerbaar is.

Maar in de voorstellen van het kabinet en van minister Dijsselbloem van Financiën is dat niet het geval. Daar wordt uitgegaan van fictieve, vastgelegde rendementen:

– Vrijstelling spaargeld en beleggingen: tot 25.000 euro per persoon;
– Voor vermogen van 0 tot en met 100.000 euro wordt gewerkt met een samengesteld fictief rendement van momenteel zo'n 2,9 procent;
– Voor vermogen van 100.001 euro tot en met 1 miljoen euro wordt gewerkt met een samengesteld fictief rendement van momenteel zo'n 4,7 procent;
– Voor vermogen boven de 1 miljoen euro wordt uitgegaan van een fictief rendement van momenteel 5,5 procent.

Deze percentages zijn gebaseerd op daadwerkelijk gerealiseerde rendementen. Ze zullen jaarlijks worden bijgesteld.

In zowel de financiële pers als in de financiële sector en de zakelijke dienstverlening wordt gesteld dat met name de mensen met grote vermogens - veelal ondernemers die geen pensioen hebben en van hun vermogen (zullen) moeten leven - oneerlijk worden behandeld. 

Zo wordt bij de hoge vermogens uitgegaan van 5,5 procent rendement, terwijl veel van die mensen op grond van hun risicoprofiel juist defensief beleggen. De reden daarvoor is behalve hun leeftijd ook dat ze doorgaans van hun vermogen moeten leven.Tevens wordt er op gewezen dat het rendementsperspectief de komende jaren niet goed is, met een aandelenrendement van maximaal 5 procent, zoals Robeco voorspelt.

'Onrechtvaardig, zwalkend, onsamenhangend'

Frits Panhuyzen, algemeen directeur SynVest Beleggingsfondsen, schrijft in De Telegraaf vandaag: 'Overheid waar gaat het heen met die vermogensbelasting? Dit is een bijna dramatische oproep op Prinsjesdag om rechtvaardigheid en minder zwalkend en onsamenhangend beleid. En beleid dat niet getuigt van een heldere kijk op de ontwikkelingen in de samenleving.'

'Bij elke nieuwe ingreep zijn vele burgers weer slechter af. Zeker diegenen die in eigen beheer vermogen (lees: extra pensioen) moeten opbouwen of voor hen die daar nauwelijks meer de (leef)tijd voor hebben. En dat in een periode waarin de overheid juist vraagt aan die burger zelf meer voor zijn financiële toekomst te zorgen en minder risico te nemen.'

Panhuysen rekent voor: 'Wat is het geval? Tot 2001 werd 0,7 procent vermogensbelasting geheven over het vermogen op 1 januari van elk jaar. In 2001 is de vermogensbelasting vervangen door de vermogensrendementsheffing in box 3 van de inkomstenbelasting. De wet veronderstelt een forfaitair rendement van 4 procent en belast dit tegen 30 procent.'

'Uiteindelijk wordt 1,2 procent (30 procent x 4 procent) geheven over het vermogen per 1 januari van elk belastingjaar; dus meer dan de oude vermogensbelasting. Daar staat tegenover dat inkomsten uit vermogen niet langer belast worden. Bij een groot vermogen en een belastbaar rendement van 4 procent waarover voorheen 60 procent inkomstenbelasting betaald moest worden is het totale tarief dus gedaald van 3,1 procent (= 0,7 procent + 60 procent x 4 procent) naar 1,2 procent. Bij een groot vermogen en een belastingvrij rendement is het tarief echter gestegen van 0,7 procent naar 1,2 procent.'

'Bungee jumpen is onvermijdelijk'

Doordat boven de één miljoen wordt uitgegaan van een rendement van 5,5 procent wordt het volgens Panhuysen 'nu bungee jumpen en veel risico nemen met een (te) lang koord en hopen dat je weer heelhuids boven komt'. Alpha Research rekende onlangs op de website van IEXProfs voor dat Nederlanders in het toptarief bijna 80 procent van hun vermogen in aandelen moeten beleggen om dat fictieve rendement van 5,5 procent te halen.

Dat opschalen van het risicoprofiel wordt door meerdere door Fondsnieuws geconsulteerde vermogensbeheerders en banken echter met klem afgewezen. Eén van hen zegt: 'De belastingdruk gaat omhoog met 0.45 procent voor de hoogste categorie. Deze wijziging heeft geen gevolgen voor de strategie voor beleggingsportefeuilles. Deze zal ten alle tijden op waarderings-, risico- en rendements-aannames gebaseerd zijn.'

'Waar wij echter rekening mee zullen houden is uiteraard de cashflow noodzaak van relaties. Indien die door deze extra heffing onder druk komt te staan dan zullen wij naar meer cashflow op zoek gaan. Dit betekent feitelijk interen op het bestaande vermogen.'

'Gedeformeerde compromissen'

Panhuysen concludeert: 'samenvattend komt het erop neer dat er in de Tweede Kamer (gedeformeerde) compromissen tussen links en rechts worden gesloten, die contraproductief werken, geheel haaks op trends in de samenleving staan en waar de honden geen brood van lusten. De overheid belast vele, met name  ondernemende burgers hiermee steeds zwaarder – nota bene zelfs over geld waar al ruimschoots belasting over is betaald! - en dwingt hem of haar steeds meer risico te nemen. Als dank mag hij of zij vervolgens extra belasting gaan betalen.'

Hooggeplaatste bronnen in de bankensector komen tegenover Fondsnieuws tot dezelfde conclusie als Panhuysen. Een bron zegt: 'Vroeger werden beleidsplannen en wetgeving getoetst in het lobbycircuit. Dan kon je nog bijsturen, maar nu wordt zonder enige ruggespraak tot een dergelijke belastingverzwaring besloten. Zo jaag je vermogende mensen het land uit.'

Volgens eerdere berekeningen van Het Financieele Dagblad pakt het kabinetsplan voor 3 miljoen van de 3,3 miljoen mensen die vermogensbelasting betalen in box 3 gunstiger uit; circa 300.000 Nederlanders met hogere vermogens zouden meer betalen. Het omslagpunt ligt bij een alleenstaande met een vrij vermogen boven de 240.000 euro.

Meer achtergronden op Fondsnieuws: