Uitkomsten actief-versus-passief-onderzoek van S&P


S&P Dow Jones Indices (SPDJI) doet een jaarlijks onderzoek naar de presetaties van actieve versus passieve fondsen. De datonderzoeker en indexbouwer stelt op basis van eigen onderzoek dat actieve huizen stelselmatig bij de index achterblijven.

Critici, zoals Lars Dijkstra, chief investment officer van Kempen Capital Management, zijn van mening dat het bedrijf als indexbouwer niet de juiste (onafhankelijke) partij is om dergelijk onderzoek te doen. Ook stelt Dijkstra de onderzoeksmethodiek ter discussie, waardoor volgens hem 'appels niet met appels worden vergeleken'. 

Volgens SPDJI leverden 68 procent van de Europa-brede fondsen vorig jaar meer op dan een belegging in de S&P Europe 350-index. Gemeten over vijf jaar kwam de index echter in vier op de vijf gevallen als winnaar uit de bus.

In het onderzoek vergelijkt SPDJI de rendementen van beleggingsfondsen met die van een index zoals, in het geval van Nederland, de S&P Netherlands Broad Market Index. 2015 was daarbij nog een goed jaar voor actieve fondsen, beleggingsfondsen met een beheerder die wordt betaald om de index te verslaan. Grofweg twee derde van de fondsen deed het beter dan de markt, vooral dankzij de grote koersstijgingen van Nederlandse smallcaps.

Nederland lijkt dus bij uitstek de markt te zijn geweest om te kiezen voor passieve fondsen. Deze fondsen proberen tegen lage kosten het rendement van de index na te bootsen. Daardoor bieden ze altijd een fractioneel lager rendement dan de markt.

Het bijgevoegde rapport is alleen zichtbaar voor FN/Insider-abonnees: